Ziekte en genezing ©p liet gebed
(1)
Patiënt worden
Er komt een moment in uw leven, dat U patiënt zult zijn. Heeft U daar wel eens over nagedacht Ieder zoals wij hier zitten *) — ieder van ons — zal een keer patiënt zijn. Daar ontkomt niemand aan! Eens zult U een dokter nodig hebben. Hoe cck! Misschien vele malen omdat U langdurig patiënt zult zijn. Of misschien zo'n korte tijd patiënt, dat de dokter allc-cn de doodsoorzaak heeft vast te stellen!
Een ingrijpende gedachte!
Hierin ervaart U de broosheid van uw eigen lichaam. Memento mori! U zult patiënt worden. Of door ziekte of door een ongeval. En patiënt worden, betekent: genezing zoeken — waar ook en bij wie ook. Over dit laatste zou ik met U willen spreken, en wel over: „Ziekte en genezing op het gebed".
Een nieuwe eredienst
In deze eeuw van bijzondere ontwikkeling der techniek, ontwikkelt de geneeskunde zich ook derhalve uitermate cnel. En naast de ernstige ontkerstening lijkt op medisch terrein een nieuwe eredienst te ontstaan. In deze eredienst zijn de ziekenhuizen de tempels, en de in het wit gehulde mannen, die daar rondgaan de priesters. Als de arts, begeleid door assistenten en verpleegsters de zaal betreedt, houdt het geroezemoes op en maakt plaats voor een eerbiedige stilte. Wanneer de „grote" man bij een bed blijft staan, zijn aller ogen op hem gericht. Met een mengeling van vertrouwen en vrees ziet de patiënt op naar hem, die over leven en dood schijnt te beschikken!
„De dokter is geweest", zal hij op het bezoekuur zeggen tegen zijn huisgenoten, „en hij vindt dat het vooruitgaat". Men verwacht ongeveer alles van de dokter.
Waarop bouwt U uw verwachting?
U ook? Of of verwacht U van de Grootste Heelmeester wat, en van uw dokter wat? Vraag het U zelf eens af!
Velen onder ons zijn wel eens ziek geweest. Heeft U het antwoord? Ja? Dan weet U, dat de Iieere het is, die het brood moot zegenen, dat voor ons op tafel staat. Maar ook de lucht, die onze longen inademen, en de bloedtransfusie, en de medicijnen in dagen van ziekte! Ja, dan weet U, dat Hij het alleen is, die ons de adem, de hartslag, de geheimzinnige samenhang van het centrale zenuwstelsel en alle dingen geeft!
Hij de Almachtige, Schepper en Onderhouder van hemel en aarde Ook van U! En de dokter dan?
Ook dia is geheel en al afhankelijk van Gods zegenende kracht. Natuurlijk zal de patiënt óók wanneer hij het zo beleeft zijn artsen en verpleegsters niet vergeten, want door middel van hun menselijk kunnen en hun menselijke inspanning werkt God gewoonlijk genezing. Mag ik U vragen zó uw geneesheer te zien!
Hiermede bedoel ik niet de middelen, die de Heere in Zijn grote goedheid ons tot genezing gegeven heeft, te verwaarlozen. De Heere is niet aan de middelen gebonden, maar Hij heeft ons wél daaraan gebonden.
Wil God ziekte?
U kent de geschiedenis van de eerste mens. Hij had een lichaam naar Gods beeld, naar Gods gelijkenis, een volmaakt lichaam. En cle Heere God blies in zijn neusgaten de adem des levens. Alzo werd cle mens tot een levende ziel. Alzo werd de mens een twee-eenheid. Ziel en lichaam, beide volmaakt!
En wanneer dan cle meest ernstige gebeurtenis heeft plaats gevonden, ooit in de geschiedenis des mensheid geschreven, zijn beide onvolmaakt! Het lichaam onderworpen aan verderf, tot de dood na zekere tijd zal volgen. De ziel overgegeven aan verderf, maar tijdloos — eeuwig!
Maar Gode zij dank „door het bloed van Zijn dierbare Zoon, door Zijn striemen is er voor ons — schuldige zondaren — genezing geworden". In de allereerste plaats voor de ziel, maar daarnaast ook voor het lichaam. Dat is ook een vrucht van het kruis van Christus.
En zo rijst dan al direkt de vraag: Gcd ziekte? Wil
Kunt U deze vraag beantwoorden? Is ziekte dan niet van de Satan onder toelating van de Heere?
Dat zeggen de hedendaagse gebedsgenezers toch?
Denk maar eens aan Job. Toen ging de Satan uit van des Heeren aangezicht en sloeg Job met boze zweren. Gocl is toch geen werker van het kwade? En toch zegt Job: „de Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de naam des Heeren zij geloofd".
Zo weten we dat ziekte en dood, het gevolg van de zonde, komen uit Gods hand. Een bewijs. Toen Mozes naar de Farao moest, maakte hij bezwaren — U weet de geschiedenis —: zwaar van tong.
En wat antwoordt de Heere? „Wie heeft de mens een mond gegeven, wie maakt stom of doof, ziende of blind? Ben Ik het niet, de Heere? "
Nog een bewijs. Lees de Catechismus, dat gezondheid en ziekte van Zijn hand ons toekomen, maar ook gras en loof, dus ook genezing, want denk eens bij dat loof aan 's vingerhoedskruid, dit is het „digitalis", het hartmidclel bij uitstek, en alle kruiden, in de geneeskunde toegepast,
Gods bedoeling met de ziekte
Zo heeft de Heere dus een bedoeling met de ziekte en wel in de eerste plaats: ziekte ter voorkoming van hoogmoed. Denk aan Jakob, nadat hij aan de Jabbok met Gocl geworsteld had en overwon. Hij werd door de Heere aan zijn heup verminkt, zodat hij dagelijks aan zijn afhankelijkheid werd. herinnerd. En Paulus, hij is opgevoerd tot in de derde hemel, maar had een doorn in het vlees, opdat hij zich niet verheffen zou.
Zo ook: ziekte ter kastijding. In dat woord „ter kastijding" klinkt zowel Gods toorn als Gods liefde door. Zo kan de kastijding van het ziek-zijn een weg zijn om tot kennis van zonde ie komen.
„De Heere wou mij wel hard kastijden, Maar stortte mij niet in de dood"
, , 't Is goed voor mij, verdrukt te zijn geweest"
, , 'k Sloeg eer ik werd verdrukt het dwaalspoor in,
Maar nu geleerd, houd ik Uw woord en wegen"
Wil Gcd de Heere onze dood? Neen! Maar Gocl wil, dat wij ons bekeren en leven. We hebben zelf ons doodvonnis op de hals gehaald! Wil God onze ziekte? God wil, dat wij beter worden, dat wij er beter van worden. Daarom: ziekte als middel lot zelfonderzoek.
Het gebed om genezing-
Zo komt dus de gezondheid en ziekte in de lichtkring te staan van Christus' verlossingswerk. Want buiten Christus is God een verterend vuur! Zo heeft Christus' verlossingswerk ook voor de o? igelovige zieke nog de mogelijkheid tot genezing gegeven. Zo heeft de Heere in Zijn grote barmhartigheid vele middelen ter genezing' gegeven: de medicijnen, de handen van cle chirurg, de moderne apparatuur, te veel cm op te noemen.
Maar bovenal, en laten we dit nooit vergeten, heeft de Heere het gebed gegeven. „Op uw noodgeschrei — niet cm uw noodgeschrei, neen, niet aan enze kant, maar aan Gods kant alleen — op uw noodgeschrei, doe Ik grote wonderen".
Dat gebed om genezing zal clus altijd een gebed uit de diepte moeten zijn. We vragen om een gave, waarop we geen aanspraak kunnen maken. We smeken of het cle Heere behagen mag, ons de blijken van Zijn genade te schenken, maar bovenal ons Zijn genade zelf te schenken. Ogenzalf voor onze blinde zielsogen.
Wat gelooft ge van de voorzienigheid van God?
Ik zou U enkele voorbeelden uit eigen praktijk willen noemen.
Jaren geleden, 't. was na een drukke werkdag, dat ik 's avonds naar huis reed, werden mijn gedachten plotseling bepaald bij een man, een man wiens vrouw patiënt was: geestesziek.
Hoe dichter ik bij huis kwam, hoe sterker cle innerlijke zekerheid werd, dat ik naar deze man toe moest, 'k Begreep, niet waarom, want cle man zelf was kerngezond! Een paar minuten later belde ik bij hem aan. Hij deed zelf open, had zijn jas aan, hoed op, was gereed om uit te gaan. „Wat komt U deen", vroeg hij.
Waarop ik alleen maar kon antwoorden, dat ik 't niet wist, maar clat een innerlijke drang me naar zijn huis dreef. Hij wankelde naar binnen, nam een brief van de tafel, een afscheidsbrief aan zijn vrouw. Hij kon ondanks dat de nood hem bidden had geleerd niet. meer tegen de toestand thuis op. Vandaar die brief. Hij zou een einde
aan zijn leven maken. Hij had ernstig gebeden, maar de hemel leek gesloten. Geen uitweg meer! Maar Gode zij dank, de Heere heeft het verhoed! Wat is er een danktoon in zijn hart gerezen. En dan vraag ik U nu: Wat gelooft gij van de voorzienigheid van God? Het is de Vaderlijke hand die zorgt.
*) Dit artikel is een letterlijke weergave van de lezing, die dokter W. de Hengst uit Gorinchcm gehouden heeft op de bondsdag van de Bond van vrouwenen meisjesverenigingen op 2 juni 1970 te Utrecht. Gezien het belang van het onderwerp, plaatsen we de lezing als hoofdartikel. (Red.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1970
Daniel | 16 Pagina's