29 november 1920 29 november 1970
50-jarig ambtsjubileum ouderling B. Roest
Aanstaande zondag D.V. 29 november mag ouderling B. Roest met zijn gemeente het bijzondere feit herdenken dat hij 50 jaar voorganger is van de gemeente Scher - penzeel. Gaarne willen wij onze geliefde oude broeder met dit gouden jubileum van harte feliciteren.
Dat dit feit ook in ons jeugdblad „Daniël"' niet onopgemerkt mag voorbij gaan heeft zijn reden. Ouderling Roest heeft immers in de loop van al die jaren van harte achter ons jeugdwerk gestaan en daar ook zelf zijn krachten aan gegeven. Meermalen schreef hij meditaties in „Daniël" en ook trad hij in vroeger jaren vaak op als spreker voor onze Jongelingsverenigingen. Persoonlijk staat mij b.v. nog levendig voor mijn geest, dat onze J.V. te Leiden, waar ik destijds toe behoorde, ouderling Roest liet optreden. Dat was altijd een hele gebeurtenis, want dan mochten wij als bestuursleden met de lange hengelstokken in de dienst collecteren en in de ouderlingenen diakenbanken zitten. En zo gebeurde dit op veel piaatsen. Ouderling Roest behandelde dan altijd op aansprekende wijze een bijbels onderwerp, gericht op cle jongeren.,
Maar ook in ander opzicht heeft onze broeder zijn krachten gegeven aan de vorming van onze jeugd. Dan denk ik namelijk aan de vele catechisaties, die hij in al die jaren in het hele land gaf. Op maar liefst 21 plaatsen heeft hij gecatechiseerd, namelijk in Neerlangbroek (als afdeling van Zeist), Beekbergen, Apeldoorn, Nunspeet, Rijssen, Wageningen, Eclerveen, Leerdam. Nieuwer ter Aa, Westzaan, Zaandam, Ekhuizen, Andijk, Bodegraven, Zeist, Utrecht en Alkmaar. Momenteel geeft hij nog steeds de catechisatie in Mijdrecht, Woerden, Nijkerk en dan natuurlijk in zijn eigen gemeente Scherpenzeel.
Op deze wijze hebben dus honderden jongeren van hem hun vorming gekregen in de leer des geloofs. Ook is ouderling Roest lid van drie deputaatschappen, namelijk van dat tot behartiging van de belangen van de militairen, van de commissie van „de Saambinder", terwijl ik persoonlijk ook al weer jaren met hem mag samenwerken in het deputaatschap van de Evangelisatie, waarvan ik uit eigen ondervinding kan zeggen, dat hij nooit de vergaderingen verzuimt en zo van harte zich ook voor deze arbeid geeft.
Ook was hij jaren scriba van de Part. Synode van het Oosten. Als waardering voor al zijn arbeid is hem reeds tweemaal een koninklijke onderscheiding toegekend.
De bescheidenheid van onze geliefde broeder kennende, hoor ik hem al zeggen: dat had je niet allemaal moeten opsommen.
Maar broeder Roest, wij mogen toch opmerken en niet vergeten de plaats die de Keere U in Zijn dienst heeft willen geven en dan weet ik, dat het de taal van uw hart is:
„Niet ons, c Heere, niet ons, maar Uw Naam alleen zij cle eer".
Hij is het, die U al deze jaren bekrachtigd heeft en U de genade en gaven heeft geschonken om al deze arbeid over zo lange periode te kunnen verrichten.
De Heere geclenke U, ook nu de avond van uw leven is gekomen. Het is onze hartelijke wens, dat de Heere U nog verder spare ook voor uw arbeid en voor cle gemeente, die zo nauw aan U verbonden is en bovenal, dat het U gegeven zij. U veel in Hem te verlustigen, Die U heeft liefge-
sen hen. Efraim sloot zelfs met Syrië een verbond om Juda aan te vallen. En dan krijgt Micha die vreselijke profetie voor Samaria. In het zesde en zevende vers kun je het lezen. Nu zou. je misschien verwachten, dat er in Micha's woorden iets zou doorklinken van: net goed! Nou krijg je je verdiende loon, Samaria. Maar neen, luister eens: „Hierom zal ik misbaar bedrijven en huilen; ik zal beroofd (d.w.z. barrevoets) en naakt (d.w.z. zonder opperkleed) gaan " Geen spoor van leedvermaak. Geen spoor van gnuivende arrogantie. En hier is het Woord Gods actueel, zoals overal. Micha heeft een boodschap, ook voor de twintigste eeuw. Want loopt er ook nu geen scheur door Gods volk? Is het Israël Gods, de Kerk, ook nu niet gebroken? Ja, erger nog! Er zijn kerken, waar het oordeel Gods overheen gaat. Waar de satan het vaste fundament van de bijbelse verkondiging ondergraaft, waar de
zaak op instorten staat. Waar men zich in duizend wonderlijke bochten wringen moet, om nog wat mensen in de kerk te krijgen; waar men niet meer dóór heeft, dat alleen de bevrijdende, puur bijbelse verkondigingvan het evangelie des kruises brood voor het hart geeft en mensen trekt. Maar het erge is, dat er onder ons zoveel „gnuivers" zijn. Je komt dat zovaak tegen, leedvermaak over de nood in een andere kerk. We kunnen het zo fijntjes zeggen: 't is toch wat, met die Gereformeerde Kerken Maar wij moeten hier zeer voorzichtig zijn, en de Heere bidden, of Hij ons ootmoedleren wil, óók kerkelijke ootmoed. Want alle zelfverheffing is cle Heere een gruwel, ook kerkelijke zelfverheffing. Neen, het is gemakkelijk genoeg 's avonds achter een kop koffie op visite te schimpen op Kuitert en Augustijn maar waar is hij, die 's avonds de knieën buigt en deze noden van een andere kerk aan de Heere voorlegt? Waar is hij, die ni'et gnuift als een hervormde, een gereformeerde kerk leegloopt, maar die deze geteisterde kerken brengt tot vóór de troon der genade? Waar is hij? Hier is hij, Micha! Deze profeet weet wat het is, te schreien niet alleen over Jeruzalem, niet alleen over Juda, maar over Samaria, het „afgescheiden", het gehate Samaria.
Verkondigt het niet te Gath!
Maar ook over Juda. Want ook Juda, zijn geliefde vaderland, is ongeneeslijk ziek. Om het in de taal van onze tijd te zeggen: Micha's kerk is doodziek, staat op instorten (vs. 9). En dan roept de profeet het plotseling uit: verkondigt het niet te Gath! Het is een gevleugeld woord geworden. Toen David zo ontroerend klaagde over de dood van Saul en Jonathan, riep hij reeds uit: verkondigt het niet te Gath. boodschapt het niet op de straten van Askelon. Micha bedoelt: spreek daar niet over met Filistijnen, dat het er zo erg voor staat met ons land, met ons volk.
Ze zullen er immers alleen maar over lachen, en de Naam van onze God beschimpen. Verkondigt het niet te Gath! Het raakt ons allen. Het kan gebeuren, dat je iets meemaakt in de kerk, in je gemeente, waar je van schrikt. Een predikant, die in grote zonde valt, of zomaar iemand uit de gemeente, die je behandelt op een wijze, die je van een heiden nog niet zou verwachten. Welnu, verkondig dat niet te Gath. Praat er niet over op je werk, tegen je collega, die tóch al elke gelegenheid aangrijpt, om een schimpscheut op de kerk te lanceren. Hangt het niet aan cle grote klok. De mensen horen het tóch al zo graag, en de dierbare Naam van de Heere wordt er maar mee door het slijk gehaald. Breng de ellende, waar je in je gemeente misschien tegen aanloopt, maar naar de Heere. Hij weet er wel raad op, Hij kan je troosten.
Wat kunnen we dan veel leren van do profeten van het oude verbond! Wat leden zij aan de nood van hun kerk! Op mijn kamer heb ik een reprcductie van het schilderij van Rembrandt, waarop de profeet Jeremia staat afgebeeld, treurend over d.e val van Jeruzalem. Daar ku.n je lang naar kijken. Daar hebben cle Klaagliederen gestalte gekregen. Wij, ja, wij kunnen soms zo grof doen over cle nood van onze kerken — maar een profeet doet dat niet. Wij geven iedereen behalve onszelf cle schuld als het de kerk niet goed gaat — de profeten niet. Hoor een Daniël — toch een zeer gewenst man! — klagen bij cle puinhopen van zijn kerk: bij U, o Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, omdat wij tegen U gezondigd hebben
A d u 11 a m
We kunnen onmogelijk alle verzen bespreken en verklaren. Dat zou wel vijf artikelen vergen. Nog enkele dingen moeten worden opgemerkt. Vanaf vers 10 begint een stuk vol met woordspelingen. Dat is alleen in het Hebreeuws maar merkbaar; woordspelingen zijn nu eenmaal moeilijk vertaalbaar. Een hele rij plaatsnamen wordt genoemd, die alle behoren tot de nabije omgeving van Morescheth, Micha's woonplaats. Zo wordt Lachis genoemd, en cle bevolking krijgt de raad, de snelle dieren aan de wagen te spannen, dus overhaast de vlucht te nemen. Welnu, Lachis heeft het geweten. Het moest toestaan, dat Sanherib op z'n veldtocht naar Jeruzalem er zijn intrek in nam. En dan moeten we tenslotte vers 15 vooral niet overslaan. We lezen in onze Statenvertaling: Hij zal komen tot aan Adullam, tot aan de heerlijkheid Israëls. „Tot aan" staat cursief gedrukt, d.w.z. het staat niet in de grondtekst, maar de vertalers hebben het voor de duidelijkheid er bijgevoegd. We kunnen het echter ook weglaten, en clan vertalen: de heerlijkheid Israëls zal komen tot aan Adullam! En dat geeft een zeer goede zin. Adullam, dat is de plaats waar de spelonk was. De spelonk, waar David de toevlucht nam, toen hij als een veldhoen op de bergen vluchten moest voor Saul. En daar vergaderde tot hem alle
man, die benauwd was, en alle man, die een schuldeiser had, en alle man, wiens ziel bitter bedroefd was, en hij werd tot overste over hen Welnu, zegt Micha, de heerlijkheid van Israël, dat wil zeggen de adel, de „upper ten" van het land, zal komen tot Aclullam, ze zal moeten vluchten als David weleer, in spelonken en in de holen der aarde En zover kan het met ons en met cnze kerken óók komen. Zover is het al in vele landen, dat Gods kerk de spelonken weer in moet. Maar dat is niet het ergste. Zou het ooit in je leven zover komen, dat je de spelonken in moet, ga dan naar de spelonk van Aclullam, want die is is er nóg. Want er is nóg een plaats, waar de meerdere David wacht op alle man, op elke jongen, op elk meisje, die benauwd is, die de duivel als schuldeiser heeft, wiens ziel bitter bedroefd is over de zonde. Elke andere spelonk is een nare, een duistere, een ellendige plaats. Maar in de spelonk van Adullam is het goed, al is het dan ook een spelonk, want Jezus is daar! Daarom ligt onder deze dreiging Gods, dat het met Israël zal komen tot Adullam, toch nog een troost verborgen.
Zó is het Woord van God nu altijd. Met de ene hand slaat het je neer, met de andere richt het je op. Daarom moeten wij wel zeggen: zal het zover komen in ons leven, dat we de spelonken in moeten? O Heere, als het dan de spelonk van Adullam maar mag zijn. Want méér dan David is daar.
Gespreksvragen :
1) Tracht eens, b.v. met behulp van de kanttekeningen, de betekenis na te gaan van de verzen, die in dit artikel niet behandeld werden?
2) Zijn tijden van druk en vervolging altijd slechte tijden voor de kerk?
3) Wat acht je het grootste gevaar voor de kerk van nu?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1970
Daniel | 17 Pagina's