Geroepen tot het ambt
Het gebed van een predikant
In m'n vakantie las ik iets dat me bijzonder getroffen heeft. Het is het gebed van iemand die door de Heere werd geroepen om het Evangelie te verkondigen. Ik heb het gelezen in „Die onbegrijpelijke christen" van dr. A. W. Tozer. Ik vond het zó treffend en ontroerend dat het me goed leek dit niet voor mezelf te houden, maar o.a. via ons jeugdblad door te geven. Het is het gebed van een predikant, die, nadat het grote moment van de bevestiging voorbij was en daarmee zijn nieuwe loopbaan was begonnen, de binnenkamer opzocht en — alleen met de Heere — zijn hart uitstortte:
„O Heere, ik heb gebeefd toen ik Uw stem hoorde, die mij riep tot Uw dienst. Want het was een ontzaglijke taak, die mij in dat ernstig en beslissend uur werd opgelegd.
De tijd is nabij, waarop de volkeren zullen bewogen worden en hemel en aarde zullen wankelen, zodat alleen zal stand houden wat zijn fundamenten heeft in U. En in zulk een tijd, o mijn God, hebt Gij mij geroepen tot Uw dienst.
Geen enkel mens is in staat zoiets te volbrengen, als hij niet, als eenmaal Aaron, door God zelf wordt geroepen. En nu hebt Ge mij de taak opgelegd om Uw boodschap door te geven aan mensen, die niet willen luisteren en zich tegen U verharden. Ze hebben U, die de Meester zelf zijt, verworpen. Hoe zou ik kunnen verwachten dat ze mij, de dienaar, een betere ontvangst zullen bereiden?
Mijn God, ik wil niet denken aan mijn eigen zwakheid of onbekwaamheid, want dan zou de moed mij ontzinken. Ik hoef mijn werk niet te aanvaarden in eigen verantwoordelijkheid. Ik weet dat Gij de verantwoordelijkheid daarvoor op U neemt. Ge hebt immers gezegd: „Ik ken U — Ik wijd u — Ik heilig U". En Ge hebt ook gezegd: „Ge zult gaan waar Ik u zenden zal en al wat Ik u zeggen zal, dat zult ge spreken".
Wie ben ik dat ik met U zou redetwisten? En hoe zou ik iets durven inbrengen tegen Uw souvereine beslissing? Die beslissing komt niet mij toe, maar U alleen. Het zij zo, Heere. Niet mijn wil geschiede, maar de Uwe.
Ik vertrouw op U. Gij zijt de God van profeten en apostelen. Gij beschaamt nooit wie het met U waagt.i Op dit ogenblik leg ik plechtig de belofte af U te zullen verheerlijken in al mijn werk, mijn gehele verdere leven, in voor-en tegenspoed, in leven of dood. Help mij dan, Heere! Geef mij de kracht mijn gelofte tot het einde toe te houden.
Heere, ik bid U, ontferm U over Uw arme schapen! Verscheurd en verstrooid zijn ze door de vijand, ze hebben geen herder. Valse herders zijn er genoeg. De schapen volgen hen blindelings na. Maar het zijn slechts huurlingen, die geen hart hebben voor de kudde. Ze weten niet eens dat er van alle kanten gevaar kan dreigen. En onverhoeds bespringen de wolven de weerloze kudde en brengen daarin dood en verderf.
O Heere, scherp mijn zintuigen, zodat ik goed kan zien van welke kant het gevaar dreigt. Geef mij een goed onderscheidingsvermogen, zodat ik altijd zal weten of ik met een vriend of een vijand te doen heb. Maak mij waakzaam. Geef mij de moed om openlijk te waarschuwen voor de vijand. Geef mij, als ik de schapen wil verzamelen, dat er in mijn stem iets zal zijn van de warmte, die er is in de stem van de ware Herder. Dan zullen de schapen naar mij luisteren. Ze zullen Uw roepstem herkennen. En ze zullen, ziek en verdoold als ze zijn, opstaan om U te volgen.
Heere Jezus, ik heb geestelijke voorbereiding op mijn taak zozeer nodig! Daarom kom ik tot U. Leg Uw hand op mijn hoofd en zalf mij met olie, zoals een profeet in het Oude Testament gezalfd werd., Laat mij toch nooit mijn profetische roeping vergeten, want dan zou ik alleen nog maar een schriftgeleerde zijn. Bewaar mij ook voor de onzekerheid van de moderne theologie, die het spoor bijster is. Leer mij nooit te oordelen naar het uiterlijke. Wat betekent het of een kerk in aanzien is en kan bogen op een indrukwekkend aantal leden en een ruime jaarlijkse ontvangst van giften? Prent het mij diep in, Heere, dat ik alléén maar een profeet ben en géén organisator of geestelijk leider.
Behoed mij er voor dat ik mij zou buigen voor dwang of overmacht. Zuiver mij van alle eerzuchtig streven en van alle verlangen naar erkenning. Maar mij zo sterk dat
ik mij nergens door laat binden. Sta mij niet toe dat ik mijn kostbare tijd zou willen verdoen met beuzelingen.
Dwing Gij mij, o God, om telkens weer de eenzaamheid te zoeken, waar ik mij verdiepen kan in een vurig gebed voor machten en overheden en voor allen, die leiding moeten geven in de diepe duisternis van deze wereld. Geef mij dat ik matig zal zijn in alles. Leer mij de zelfbeheersing die verwacht kan worden van een goed krijgsman in dienst van Jezus Christus.
Alles wil ik aanvaarden: zware arbeid en een karige beloning. Al die kleine dingen, die het leven aangenaam kunnen maken, zal ik opofferen, want ik haak niet naar een gerieflijk bestaan. Willen anderen van het leven genieten, ik zal mijn eigen weg gaan zonder iemand hard te vallen. Ongetwijfeld zal ik tegenkanting ondervinden, maar ik neem mij voor alles rustig over mij heen te laten gaan zonder mij erdoor in de war te laten brengen.
Laat geen bezit een verzoeking voor mij worden. Misschien zal het wel eens gebeuren dat vriendelijke mensen mij uit dankbaarheid beslist iets willen geven, zodat ik hun gift onmogelijk kan weigeren. Leer Gij mij hoe ik alles wat ik van anderen ontvang zó gebruiken kan, dat mijn ziel er geen schade door lijden zal of mijn geestelijke kracht erdoor zal worden gebroken.
Mocht het U behagen mij waardering door Uw kerk te doen ondervinden, laat me dan toch nederig blijven. Ik mag nooit vergeten dat ik zelfs de minste van Uw genadebewijzen onwaardig ben en dat de mensen heel anders over mij zouden denken, als ze mij zouden kennen zoals ik in werkelijkheid ben.
En zo wijd ik mijn hele verdere leven aan U, o God van hemel en aarde. Ik weet niet hoeveel tijd mij nog zal zijn gegeven. Hetzij mij nog veel dagen zijn toegemeten of hetzij ook weinig, al wat Gij doet is goed. Maar gebruik mij! Zet mij in voor anderen, hoog en laag, rijk en arm. Mijn levenslot heb ik niet zelf gekozen. Maar ik zou daaraan niets willen veranderen, gesteld dat dit mogelijk zou zijn. Niets anders wil ik dan U dienen. Een dienend leven wens ik vuriger dan een leven vol roem en rijkdom. Ja, ik verkies het boven alles wat er is in hemel en op aarde. Gij hebt mij geroepen tot mijn taak. Maar toch mag ik nooit vergeten dat ik in mijzelf niets ben, een mens van stof en as, een mens vol fouten en zwakheden. Daarom smeek ik U dan ook, mijn Heere en Verlosser, verlos mij van mijzelf, zo dikwijls als ik mijzelf in de weg sta. Zo alleen kan ik tot een zegen zijn voor anderen.
Vervul mij met de kracht van Uw Heilige Geest. Alleen in die kracht zal ik kunnen uitgaan om te getuigen van Uw rechtvaardigheid. En alleen door die Geest zal ik overal de boodschap van Uw verlossende liefde kunnen brengen., - Ik zal werken zolang ik daartoe in staat zal zijn. Maar eenmaal zal ik oud worden. Dan zal ik te zwak en te vermoeid zijn om nog iets voor U te kunnen doen. Het enige wat ik U vraag, lieve Heere, is of U dan een plaats voor mij wilt bereiden hierboven, waar ik samen met al Uw heiligen U zal mogen verheerlijken tot in eeuwigheid. Amen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1970
Daniel | 15 Pagina's