MATODZI
ONS VERVOLGVERHAAL.
VI OP DE ZONDAGSCHOOL (slot)
Nadat de namen gekozen zijn, begint de les. De man leest voor uit een boek. Dat is de Bijbel. Daarna vertelt hij dat de Heere Jezus, de Zoon van God die alles heeft gemaakt, hier op aarde is geweest bij de mensen. Hij kan alles doen, veel meer dan de voorvaders. Dat wisten de mensen toen ook, maar sommigen geloofden het niet.
Luister maar. In een stadje wonen vier mannen, die een vriend hebben, die helemaal niet kan lopen. De vrienden zeggen: „We zullen je naar Jezus brengen, dan zal Hij je gezond maken." Die man zegt: „Ik ben altijd al ziek geweest. Veel dokters heb ik om hulp gevraagd. Niemand kan mij beter maken. Maar als het waar is, dat Jezus de Zoon van God is, dan zal Hij het misschien kunnen."
En zo brengen zijn vrienden hem naar het huis, waar de Heere Jezus is. Daar zijn erg veel mensen. Ze kunnen er niet in! Dan klimmen ze langs een trap op het dak. Ze maken er een groot gat in. Ze laten hun vriend op zijn bed zo maar naar beneden zakken.
Als de zieke man voor de voeten van de Heere Jezus ligt, denkt hij er helemaal niet aan dat hij niet kan lopen. Hij ziet hoe zondig zijn hart is, omd.at hij getwijfeld heeft aan de macht van de Heere Jezus cm Hem gezond te maken. Nu hoort hij hoe de Heere Jezus met de Farizeeërs en al die mensen praat en hen leert, dat hun hart boos is. Die man ziet dat zijn hart ook verkeerd is en dat hij een nieuw hart moet hebben. Als hij alleen maar een nieuw hart zou krijgen, dan geeft het niet of hij op bed moet blijven en nooit meer lopen kan.
De Heere Jezus weet wat deze man denkt, want Hij kan in zijn hart kijken. Hij zegt: „Je zonden zijn je vergeven. Je krijgt van Mij een nieuw hart.'' Dat is wat? De Heere Jezus weet wat hij dacht.
De Heere Jezus kijkt ook in ons hart. Wat ziet hij daar? Wat denken wij? Zou Hij zien dat ons hart vuil is en dat wij ook een nieuw hart nodig hebben? Ziet Hij dat we gestolen en anderen bedrogen hebben? Ziet Hij, dat we willen hebben, dat Hij erin komt wonen?
Daarna maakt de Heere Jezus deze man gezond, zodat hij kan lopen. Dat is een groot wonder!
Matodzi is helemaal vergeten, dat ze hier misschien wel helemaal niet komen mocht. Ze ziet in haar gedachten die man zijn bed oppakken en lopen. Nu kan ze begrijpen, dat Mashudu graag alles van de Heere Jezus wil weten. Iemand die zulke dingen kan doen en alles weet, ja zo Iemand wil zij ook wel graag leren kennen. Maar als Hij in haar hart kan kijken, clan zal Hij zien hoe slecht haar hart is. Nu is de Heere Jezus niet hier. En toch als Hij die zieke man een nieuw hart kan geven, kan Hij haar toch ook een nieuw hartje geven?
Hoor, de zendeling is nog niet klaar met praten. Hij zegt: is de Heere Jezus niet meer hier bij ons, zodat wij hem kunnen zien, toch leeft Hij nog en kunnen we met hem praten, als we tot Hem bidden. Dan kan elk van ons vragen om een nieuw hart. Dan mogen we vertellen alles wat ons plaagt. En dat wij verkeerde dingen doen. Dan wil Hij ons helpen en dan zal Hij Zelf ons een nieuw hart geven. Dan kunnen we ook aan anderen van Hem vertellen. De zondagschool is afgelopen.
Ze gaan allemaal naar huis. Matodzi gaat naar haar moeder. Ze vertelt haar het verhaal. Ze is nu niet bang. De Heere Jezus is immers sterker dan de voorouders.
Haar moeder stuurt haar niet dadelijk weg zoals de vorige keer, maar ze luistert wel een beetje. En dan het wonderlijke. Hoewel ze niet zegt of het goed of slecht was, zegt ze toch deze keer niet dat ze er nooit, meer heen gaan mag.
Het hart van Matodzi is blij. Die avond voordat ze gaat slapen, buigt ze voor het eerst in haar leven haar knieën. Ze bidt: „Heere, die alles kan maken, wil mij 'n nieuw hart geven en moeder ook en allemaal. Net zoals bij die zieke man. Ik zeg
dank, omdat ik bij die zondagschool kon zijn. Mag ik ook leren lezen? Dan kan ik zelf de Bijbel lezen. Amen". Die witman zei ook „Amen". Daarom doet zij het ook.
Zo hoort Matodzi voor het eerst de Blijde Boodschap. Ze blijft naar de zondagschool gaan. Later wordt ze lid van de kerk. Ze leert lezen en is later zelf zondagschoolonderwijzeres. Dan vertelt ze aan Vendakinderen over de Heere Jezus die mensen gezond kan maken, maar bovenal nieuwe harten wil geven aan kinderen, grote mensen, heidenen, overal in de wereld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 november 1970
Daniel | 15 Pagina's