Het Diaconaat ten tijde der Reformatie
De Reformatie der kerk was een reformatie van hart en leden. Het leven van de kerk en haar openbaringsvorm werden weer teruggebracht tot de waarachtige oorsprong: Het Woord van God, Dat is de enige kenbron onzer zaligheid en dat Woord leert ons het wezen d.er Kerk kennen. Zo heeft dan ook cle Reformatie de ambten weer geplaatst in de juiste verhouding, zoals de apostelen dit hadden geleerd. Ook het diakenambt wordt in eer hersteld. Het werk der barmhartigheid wordt in het juiste licht gezien en wortelt in het zuiver beginsel: vrucht van Christus' Middelaarswerk, en is geen middel tot bekering, maar wel een vrucht der bekering.
Toch is er ook binnen de kring der reformatie nog een groot verschil van inzicht omtrent het diaconaat. Zoals Luther op verschillende punten wat betreft de openbaringsvorm der kerk niet geheel juist leerde, en nog veel van de roomse eredienst behield, denk aan het altaar, de beelden, de consubstantiatie enz., zo was Luthers mening ook op het punt van het diakenambt niet gelijk aan cle opvatting in de oude kerk.
Een van de voornaamste oorzaken dat Luther hierin niet tot een algemene reformatie kwam, ligt wel in het feit dat bij hem de prediking, d.e dienst des Woords, boven alles ging. Andere diensten, zoals b.v. de dienst der barmhartigheid in de kerk werden daardoor verwaarloosd. Hier komt nog bij dat Luther de verhouding tussen kerk en staat anders ziet dan Calvijn., Bij Luther zijn deze niet gescheiden, met al de nadelige gevolgen van dien. De staat organiseert het kerkelijk leven en dat is fout, Luther kent dus feitelijk maar één ambt: dat van de bediening des Woords. Het regeerambt en het diakenambt laat hij over aan de overheid. Luther roept dan ook de stedelijke en landelijke overheden op om de bedelarij tegen te gaan en de armen te verzorgen. Hij laat dit dus geheel over aan de publieke organen. Daarnaast wil Luther natuurlijk wel de particuliere armenzorg stimuleren. Het ambt aller gelovigen dus. Zelf gaf hij daarvan het voorbeled. Het is bekend, dat Luther gul en vrijgevig was. Vaak gebeurde het dat, als het geld op was, hij zijn vrouw bevel gaf sieraden en bekers te verkopen.
Het diaconaat in de Lutherse kerk moest door gebrek aan organisatie naar Bijbels bevel op niets uitlopen.
Zien we thans hoe Calvijn over het diaconaat clacht. Bij hem vinden we de apostolische opvatting van het ambt weer terug. Bij Calvijn is de scheiding tussen kerk en staat zover mogelijk doorgevoerd. Bovendien legt Calvijn de nadruk op het plaat-
selijk karakter der kerk. Voorts legt Calvijn ook verantwoordelijkheid op de leden der kerk. Zij zijn in de organisatie mede werkzaam. Zij kiezen de ambtsdragers, zij ontvangen van hen verantwoording van wat gedaan wordti
In Genève, waar Calvijn zelf woonde en werkte, moest hij zich zoveel mogelijk aansluiten bij de bestaande toestanden. Maar in de zg. vluchtelingengemeenten worden Calvijns ideeën het zuiverst in toepassing gebracht. In Genève had men ook zulke vluchtelingengemeenten n.1. een Franse en een Italiaanse. Deze richtten het diaconaat geheel in naar de apostolische aanwijzingen.
Denk echter niet dat in alle gereformeerde kerken in alle landen het diaconaat precies op dezelfde wijze werkte. Over de essentiële dingen bestond geen verschil van opvatting, wel op ondergeschikte punten. Zo zien we duidelijk twee lijnen zich ontwikkelen in de gereformeerde kerken in Europa:
1. De Franse lijn. 2. De lijn getrokken door Johannes a Lasco.
Eerst iets over laatstgenoemde. Hij kwam uit Polen en moest wegens de vervolgingen in zijn land uitwijken naar Londen. Daar werd hij de organisator der vluchtelingengemeenten. Er bevond zich daar ook een Hollandse vluchtelingen-gemeente. Deze a Lasco was een groot organisator. Dat hij een juiste opvatting over het werk der barmhartigheid had, bewijst zijn uiteenzetting die hij publiceerde over deze arbeid. Terecht is dit stuk een „keten van gouden woorden" genoemd. Tot mijn spijt kan ik zijn opmerkingen wegens plaatsgebrek hier niet opnemen.
Het verschil tussen wat ik noemde de Franse lijn en die van a Lasco is het volgende: Bij a Lasco behoorden de diakenen niet tot de kerkeraad, behalve in de kleine gemeenten waar ze als hulpouderlingen konden fungeren. Bij a Lasco is hun taak alleen armenzorg.
Bij de Franse kerken hebben de diakenen een uitgebreider taak: zij horen bij de kerkeraad; zij kunnen ook afgevaardigd worden naar meerdere vergaderingen. Ook behoort de ziekenzorg tot het werk der diakenen en voorts catechiseren, oefenen, huwelijksbevestiging enz. In de Franse kerken worden de diakenen door de kerkeraad gekozen, bij a Lasco door de gemeente. Het Franse diaconaat kent diaconessen, a Lasco niet. Bij de Franse kerken zijn de kerkekas en de armenkas niet streng gescheiden; bij a Lasco wel.
Onze gereformeerde kerken vertonen trekken zowel van het Franse diaconaat als van de gemeenten door a Lasco georganiseerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1970
Daniel | 16 Pagina's