jeugdfontein
ONS VERVOLGVERHAAL.
MATODZI
V. De beslissing
Matodzi staat op. Ze gaat haar broer zoeken. Ze kan niet met hem praten, wanneer hij bij zijn vrienden is. Dan zullen ze hem uitlachen en haar uitschelden. Daar ziet ze Calson. Gelukkig, hij is alleen. Dat is even fijn. Ze kan zijn gezicht niet zien, maar ze herkent hem aan zijn houding. Telkens wordt hij flauw verlicht door de vlammen, die nu en dan opflikkeren. Met een boog loopt ze naar hem toe.
„Ach Calson, ik wil iets vragen. Kun je naar mij luisteren? "
Haar oudere broer draait zich om zijn zuster. naar
„Nou ja, wat is er? "
Weer vertelt Matodzi het hele verhaal. Ze eindigt met de vraag of hij ook niet denkt, dat ze morgen wel kan gaan. „Och, zo erg zal dat niet zijn. Ik denk dat je wel kunt gaan, maar je moet gauw weer vergeten wat ze je daar vertellen. Kijk maar wat er gebeurt. Misschien is Mashudu er ook niet, omdat ze gestraft wordt. Dan mag jij ook niet gaan". Ach, ze schiet met dit antwoord maar weinig op.
„Ik zou in ieder geval zelf niet gaan", gaat Calson verder, „want ik ben te 'bang, dat de voorouders vertoornd worden. Misschien geven ze geen regen! Dan moeten we allemaal honger lijden''.
„Ja-nee-ja-nee", gaat het in haar gedachten. Als het eens waar is dat het niet zou gaan regenen omdat zij erheen gaat. Wat zou dat erg zijn! Zo gaat ze even later slapen, 't Is al laat en omdat ze erg moe is, valt ze snel in een diepe slaap. De volgende morgen is ze echter al weer op tijd wakker. Haar besluit is nu genomen. Als de zon boven de bergen komt, gaat ze naar de grote boom bij de kapteinstat (woning van het stamhoofd).
Vlug en zachtjes kleedt ze zich aan. Ze maakt zich klaar om weg te gaan. Ze glipt de deur uit en loopt hard, zodat ze haar niet meer zullen zien en geen lastige vragen kunnen stellen. Als ze een eindje weg is, gaat Matodzi rustiger lopen. Haar hart is nog niet helemaal gerust over deze onderneming.
Ze zal toch niet te laat komen? Nee, ze ziet nog meer kinderen spelen in de buurt van de grote boom. Daar is Mashudu ook! Dat is fijn. Ze is dus niet ziek geworden. Er komt een auto toeterend aanrijden. Dat is die witman met zijn helpers. Allemaal lopen ze hard naar de grote boom, waar ze de auto afwachten.
Nu gaan ze zingen. Weer klink het: „Idani - idani - kom - kom". Al gauw zingt Matodzi ook mee, want het wordt steeds herhaald. Als er een heleboel kinderen zijn, moeten ze hun ogen sluiten. De witman bidt, zoals Mashudu al verteld heeft. Hij praat met de Heere, die alles heeft gemaakt: het gras, de bomen en alle beesten. Hoe kan dit?
Er zullen nog meer vragen in het hoofd van Matodzi opkomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1970
Daniel | 16 Pagina's