meditatie
God heeft een blijmoedige gever lief, staat er in bovengenoemd tekstwoord. Wie zou Paulus hiermee bedoeld hebben?
Zou hij er ieder onder verstaan, die met blijmoedigheid geeft aan wie of wat hij in zijn hart denkt te moeten geven? Of zou hij bepaalde mensen cp het oog hebben, die uit een bepaalde achtergrond vandaan en met een bepaald doel aan iemand of
iets geven? Ik meen uit het verband, waarin dit woord geschreven staat, te moeten zeggen, dat het laatste inderdaad het geval is. Leze juil'e maar eens aandachtig de hoofdstukken 8 en 9 door. Je ziet aanstonds al, dat dit verband een te breedvoerige toelichting eist voor dit korte bestek van de meditatie.
Toch is het nodig dit met veel aandacht, kon het zijn biddend om het licht en het onderwijs van 's Heeren Geest, te lezen. Want wij moeten altijd waken voor een oppervlakkige lezing van de tekst; wij moeten altijd Schrift met Schrift vergelijken. Immers, je zou kunnen denken, dat iedereen, die graag wat aan anderen geeft, door cle Heere geliefd zou zijn. Niets is echter minder waar.
Ik denk aan mensen, die zichzelf met al hun krachten en gaven geven aan cle dienst van de wereld en de zonde. Ik denk aan jonge mensen, die veel, zo niet alles wat ze hebben gespaard of verdiend, gewillig en blijmoedig uitgeven voor mooie en begeerlijke dingen, voor genotmiddelen, kleding', brommers, etc. etc.
Jullie gevoelen toch wel, dat Paulus dit geven en uitgeven niet bedoeld kan hebben en dat dit geen oorzaak kan zijn van de liefde Gods?
Natuurlijk mogen en moeten we sparen en werken voor dingen, die we niet kunnen missen en die het leven kunnen veraangenamen. Maar de vraag is, of deze dingen voor ons hoofdzaak of bijzaak zijn. Zie, mijn jonge vrienden, dat is zo'n oneindig groot verschil.
Van nature maken we van de aardse en stoffelijke dingen allemaal hoofdzaak, want wij zijn uit de aarde aards en bedenken altijd de dingen die van beneden zijn en niet die van Boven zijn. Voor het laatste is nodig, dat we met Christus opgewekt zijn; opgewekt en levendgemaakt uit de staat des doods en door het levend geloof met Christus verenigd. Dan gaat een mens andere schatten zoeken, de schatten in de hemel, die door geen mot of roest vertee d zullen worden en door dieven niet gestolen kunnen worden.
En 't is waar, al is die genade ons gegeven, dan nog is er o zo veel reden om gedurig weer gedrongen te worden toch te zoeken de dingen die Boven zijn, waar Christus is, en niet die op de aarde zijn. Dat zul je wel hartelijk met me eens zijn, als je geen vreemdeling bent van de verborgen omgang met de Heere. Want het willen kan bij je zijn, terwijl je het volbrengen toch niet vinden kan. Er kan een hartelijke keus, een innig voornemen zijn, terwijl de daad achterwege blijft en de uitvoering maar niet plaats vindt.
Was het ook niet zo bij de Corinthiërs? Waarom heeft Paulus hen in deze brief op het voorbeeld van de Macedonische Gemeenten gewezen? (8 : 1-5). Waarom herinnert hij hen aan de genade van de Heere Jezus Christus, die ze wisten, dat Hij om hunnentwil arm was geworden, daar Hij rijk was, opdat Hij hen door Zijn armoede rijk zou maken? (8 : 9). Waarom citeert hij Salomo met te zeggen, dat die spaarzamelijk zaait ook spaarzamelijk maaien zal, terwijl clie in zegeningen zaait ook in zegeningen zal maaien? (9 : 6). Waarom herinnert hij hen aan het Woord der Schrift: ij heeft gestrooid, Hij heeft den armen gegeven? (9:9).
Was het niet om hen in gedachten te brengen, die hartelijke keus door genade, die een jaar geleden onder hen openbaar geworden was in d.e bereidwilligheid om van hun armoede nog af te staan ten dienste van de arme heiligen in andere gemeenten? Het willen was wel bij hen geweest. Overvloedig zelfs. Ja zo, dat Paulus het niet laten kon om er in andere gemeenten over te roemen. Er was zelfs zo'n kracht van uitgegaan, dat de gemeenten in Macedonië terstond waren begonnen met collecteren,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 oktober 1970
Daniel | 16 Pagina's