jeugdfontein
ONS VERVOLGVERHAAL
EUIATODZi
III. De voorouders w T illen het niet.
„Waarom mag ik nu niet gaan zingen met die andere kinderen? " Die vraag komt steeds weer in het hoofdje van Matodzi op. Toch vergeet ze de vraag 's middags weer. Samen met haar broertjes en zusjes en andere kinderen maken ze van een paar blikken drommen, waarop ze trommelen. Om de beurt slaan ze een roffel op de drommen.
De anderen dansen op de maat. Tjoemtjoem-tjoem, boem-boem.i Zo roffelen de trommels. Links-rechts, links-rechts, buig naar voren, buig naar rechts en clan naar links. Zo bewegen de zwarte lichamen van de kinderen. Steeds maar door op hetzelfde eentonige ritme. De voetjes trappelen de maat. Terwijl ze dansen, zingen ze allerlei zelfgemaakte liedjes over de vogels, de mensen, de zon en andere dingen. Als ze moe worden, rusten ze even. Dan wisselen muzikanten en dansers. En verder gaan ze. Intussen gebeurt hetzelfde bij de hutten van de grote mensen. Rond een groot vuur zitten de mannen en drinken hun bier. De vrouwen trommelen, dansen, zingen. Weer anderen dragen bier aan, omdat de bekers van de mannen gevuld moeten blijven. Als de trommels even zwijgen, hurken de vrouwen ook neer om hun bier te drinken. Ze krijgen een droge keel van al dat zingen.
Dan beginnen de trommels w 7 eer met hun steeds terugkerend ritme. Als de kleintjes al lang opgehouden zijn met spelen en dansen en de zon al lang ondergegaan is, drinken de mannen nóg hun bier. Dan roffelen de trommels nog om de maat aan te geven aan d.e dansers.
Terwijl dit alles zo doorgaat en het donker geworden is buiten, ligt Matodzi op haar slaapmat.i Ze denkt aan de dag die voorbij is. Haar knie doet nog pijn, vooral als ze zich beweegt. Ja, clat vallen vanmorgen. Ze moet toch eens aan iemand vragen wat clat allemaal betekent. Ze draait op haar andere zij. Ze zucht. Weer draait ze om. Zo nu zal ze wel vlug in slaap vallen. In
de verte hoort ze de drommen nog steeds. Hoor, hoe zingen de vrouwen terwijl ze dansen! Ze is nog klaar wakker en ze hoort hoe haar zusje ook draait en rondtolt. Zal ze het aan Tshinakako vragen? Die is al groot en zal het vast wel weten
„Tshinakako, kom, luister", fluistert ze.
„Mijn hart is verward!" Ja, ze had het goed. Haar zusje is nog wakker. Er komt antwoord uit d.e andere hoek.
„Wat is dat wat jou plaagt, mijn jongere zuster? " Matodzi vertelt nu alles wat vanmorgen gezien en gehoord heeft. „Ze zongen van „Kom, kom, nieuwelingen". Ik wilde er heen gaan, maar toen riep moeder net". Zo eindigt haar verhaal. komt er achteraan, „moeder zegt dat ze „En", daar niet mag gaan, dat het slecht is en dat ik er niet met vader over praten mag.( Waarom is dat slecht? Waarom is dat verkeerd? Ze zingen dan: Idani, idani. ik
Waarom kan ik er niet heengaan en samenkomen met die andere kinderen? " Tshinakako denkt na. Ze heeft ook gezien, dat er zo nu en dan een groepje onder een boom staat te zingen, maar het rechte van de zaak weet ze ook niet.
Of eigenlijk ja, ze heeft het ook wel eens gevraagd. Daar denkt ze nu aan. Tja ze was dat alweer een beetje vergeten. In 't donker trekt ze een diepe rimpel in haar voorhoofd. Nu weet ze het weer. „Moeder heeft gezegd dat die witmensen vertellen, dat je niet met onze voorouders kunt praten. En dat je niet ziek worclt als je de voorouders kwaad gemaakt hebt. En dat je niet gestraft wordt als de voorouders "kwaad op je zijn. Daarom mag je er niet heen gaan om er naar te luisteren. Moeder heeft ook nog gezegd, dat de voorouders erg boos worden, wanneer je wel erheen gaat", legt de oudere zuster uit. Daarom is zij er niet heen gegaan. Ze heeft zo gauw mogelijk geprobeerd om alles te vergeten. Ze is er altijd met een grote boog omheen gelopen, want als het eens kwaad zou kunnen
Nu geeft Tshinakako haar jongere zuster raad. „Jij moet die zaak vergeten. Jij moet niet staan en luisteren. Je moet niet praten met die andere kinderen die daar heengaan"^
In de verte is nog steeds het geroffel van de drommen hoorbaar. Het zingen van de vrouwen klinkt telkens op. Binnen in de hut gaan de zusjes slapen.
„Ja", denkt Matodzi, „ik moet het toch maar vergeten, want als ik nu eens gestraft wordt, omdat ik daarover praat...". Met die gedachte slaapt ze in.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1970
Daniel | 16 Pagina's