JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Brief uit Merksani

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brief uit Merksani

Een herinnering

4 minuten leestijd

'k Zal gedenken, hoe voor dezen ons de Heere heeft gunst bewezen; 'k zal de loonderen gadeslaan, die Gij hebt van ouds gedaan, (Ps. 77 : 7)

Het was in het begin dezer eeuw geen vetpot voor een domineesgezin. Toen ik nog een kind was, had mijn vader geen traktement en preekte hij „op het busje". Het was toen geen weeldetijd en menigmaal heb ik hem horen zuchten als hij de „buit" van zondag telde: „Alexander de kopersmid heeft ons veel kwaad berokkend". Ja, Alexander de kopersmid was toen meer in trek dan Demetrius de zilversmid.

Het was feest in het gezin als het „dankdag" geweest was. Dan kwam er wat extra's in het busje en kon Jaapje een paar nieuwe schoenen krijgen, Pietje een nieuw jasje en Marietje een nieuw jurkje. De anderen konden dan weer afdragen wat de ouderen te klein geworden was. Als er zo in alles weer voorzien was, dan was het feest weer gedaan en werd er maar weer verlangend uitgezien naar het volgend jaar. Maar nu was het meestal zo, d.at wanneer allen van de nodige kleding voorzien waren, onze zorgende moeder er zelf bij overschoot. Ja dit ging op een keer zover, dat ze tenslotte maar één geheel versleten japon meer over had, dat kostte wel wat zuchten, maar geld voor een nieuwe was er niet. Tot op een keer vader thuis kwam van een predikbeurt en met een verheugd gezicht vertelde, dat er in de collecte een extraatje voor hem bij was. „En nu moeder, zei hij, nu krijg jij eerst vóór alles een nieuwe japon",

En ja hoor, op een dag gingen ze samen met het trammetje naar de stacl. Er werd gepast en gemeten en tenslotte viel de keuze op een eenvoudige deftige japon die „als gegoten" stond. Vader zei spontaan: „nemen"! Maar moeder zag de prijs en zei zachtjes: „Maar man, kijk toch eens hoeveel geld hij wel kost, kan dat nu wel, zo'n dure? "

Vader was echter niet te vermurwen, de liefde voor zijn vrouw won het glansrijk van de liefde voor de mammon, en weer was het: „Deze nemen we".i

Onderweg echter kreeg moeder het er te kwaad mee en zij die gezucht had over haar enige versleten jurk, zat nu te zuchten over haar nieuwe kleed, want ze vond zichzelf toch wel erg verkwistend om zo'n dure jurk te kopen. Dit bracht haar met al haar bezwaren en zorgen tot de Heere en in dat trammetje smeekte ze of ze toch mocht weten of d.e aankoop in 's Heeren gunst was of niet. Ze zei: „Heere, laat het me toch zien en als het niet in Uw gunst is dan breng ik hem morgen weer terug".

De reis is ten eincle en ze stappen hun woning weer binnen. Als ze daar binnen komen zit er in de huiskamer een meisje uit de gemeente op hun t.e wachten.

Dat meisje leeft niet meer, maar haar twee kinderen wonen nog in Zeeland. „En Keetje, wat is er? Heb je een boodschap? "

„Ja dominee, dat zal ik u vertellen; Ik heb een poosje geleden een klein erfenisje gekregen en daarvan had ik een kleinigheid weggelegd voor u.w gezin. Er was al weken lang niets van gekomen om het u te brengen, maar nu was ik er al vanaf mijn wakker worden vanmorgen mee bezig en voelde ik mij gedrongen om het vandaag nog bij u te komen brengen. Moeder mopperde wel, want we waren druk aan de schoonmaak, maar ik voelde dat ik niet langer kon wachten en breng u dan hierbij het geld. 't Is wel niet veel, maar ik hoop dat u het kunt gebruiken".

Het bedrag werd op tafel gelegd en het was precies de prijs der japon. Nu wist moeder dat het in de gunste Gods was en dat ze deze japon van de Heere gekregen had. Jaren later, tot in haar hoge ouderdom heeft ze er nog dikwijls van mogen getuigen, wie de Heere voor haar geweest was en clan zei ze: „En als de Heere wat geeft, dan geeft Hij wat goeds ook, want zo'n japon heb ik later nooit meer gehad, hij was onverslijtbaar". En dat je er vroeger lang mee kon doen dat was een zéér belangrijk punt.

En jonge meisjes! Dit was geen , mini-jurk" hoor!

Nee echt niet, want schaamteloze rommel geeft de Heere niet.

Vraag dus ook altijd maar of het wel in de gunste Gods is waar je jezelf mee kleedt.

Hartelijk gegroet,

G. H.i Kieviet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1970

Daniel | 16 Pagina's

Brief uit Merksani

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1970

Daniel | 16 Pagina's