Het teken van de bloeiende staf van Aäron
En de staf van Aaron die gebloeid had (Hebr. 9 : 4c)
De bloeiende staf van Aaron is een stuk geschiedenis van het volk Israël in de woestijn, waarin de Heere de bediening van Aaron als hogepriester onder Israël bevestigde. Het is echter ook een ernstig vermanende geschiedenis die blijft door alle eeuwen heen. Maar ook is het een troostvolle geschiedenis voor de kerk des Heeren, die wijst op Gods trouw en vergevende genade.
Het teken van de bloeiende staf van Aaron is allereerst het teken van het bestreden priesterschap. Aaron was van God geroepen en aangesteld als hogepriester in het volk Israël. Maar zijn hogepriesterschap werd door Israël aangevochten en bestreden onder leiding van Korach, Dathan en Abiram. Dit gebeurde onder de mom van eigenwillige vroomheid, met het Woord van God in de mond, dat zij echter misbruikten om zichzelf te handhaven. Zij beriepen er zich op, dat de Heere bij Horeb gezegd had, dat de gehele vergadering van Israël heiligen waren en de Heere in hun midden was. Korach en de zijnen meenden geen hogepriesterschap van Aaron nodig te hebben. Zo kwam openbaar de trotsheid, de vijandschap, de hardnekkigheid om kwaad te doen, de hoogmoed van hun hart; de weerspannigheid tegen God en Zijn regering.
Zo strijdt ieder mens van nature tegen God en Zijn heerschappij. Hij wil niet gaan in de weg van God aangewezen. Hij leeft in opstand tegen de Heere. Zo is ieder mens ook een vijand van zichzelf, want hij wil liever sterven in zijn strijd met God clan behouden worden uit genade. Het is de vrucht die ieder mens in zijn geboorte meebrengt als een verloren Adamskind. Gods Geest is nodig om dit geestelijk te leren inzien en te verstaan dat zonder ontvangen genade geen zalig worden mogelijk is. Maar Israël kon alleen een heilig en afgezonderd volk zijn onder het priesterschap van Aaron en zijn zonen. De Heere had de revolutie van Korach en zijn aanhang gestraft met de dood door het vuur en met een plaag onder het volk die 14.700 mensen had gedood. Dit wijst er ons op, dat zonder de bediening van de grote Hogepriester Christus geen leven mogelijk meer is, maar wel een eeuwige dood. Zonder genade die leert bukken en buigen voor God, zonder de genade die de mens leert kennen als een vijand Gods, is er geen behoudenis meer mogelijk.
Toch is het teken van de bloeiende staf van Aaron ook een teken van het verkoren priesterschap naar het Welbehagen Gods. De Heere gedacht in Zijn Verbondstrouw en liefde toch aan Israël. Hij stelde het teken van de bloeiende staf van Aaron onder Israël om te komen tot een heilzame erkenning van de bediening der verzoening onder de hogepriester Aaron. Wanneer van alle stammen een amandelstok gelegd is door Mozes in de tabernakel, dan is het de staf van Aaron die alleen bloesem en vruchten bevat. Het wonder Gods wijst naar het souverein welbehagen van de verheffing van Aaron en zijn zonen. Zo wijst deze bloeiende amandelstaf ook op het welbehagen Gods dat Christus van eeuwigheid is verkoren om de ware, grote Hogepriester der verzoening te zijn. Van de Vader gezonden in de wereld, in de gestalte van een mens zonder gedaante en heerlijkheid (Jes. 53), en dat om voor verloren en voor verdorven mensen een verzoening voor God te zijn.
Tussen de dode stokken lag de bloeiende staf van Aaron met amandelbloesem en amandelvruchten. De amandelbloesem was onder Israël ook het symbool van het levenverwekkende, omdat de amandelboom in Israël het eerst bloeide. Zo is Christus, de grote Hogepriester, de alleen levenverwekkende Levensboom, waarin wedergeboorte en genade is te vinden. Zijn verworven genade door Zijn lijden en sterven is alleen de bron waaruit waar nieuw geestelijk leven voortkomt. Daarom kreeg Mozes opdracht deze staf van Aaron in de tabernakel te leggen om voor Israël te zijn een teken van het eeuwig bloeiende priesterschap van Christus. En zoals deze staf van Aaron voor de Joden een blijvend teken was van Gods trouw en liefde, zo laat de Heere ook onder ons zijn tekenen en middelen van genade voortgaan n.1. de bediening
meditatie
van Zijn Woord en Sakramenten. De Jood onder Israël kon met cle stok van Aäron alleen niet zalig worden, hij moest genade-ogen hebben en waar geloof oefenen om door het uiterlijke teken heen te zien op Christus, Die beloofd was. Zo ook wij, wij hebben geestelijke ogen van genade nodig en hemels licht om deze ogen te kunnen gebruiken. Maar Christus leeft. Laten we daarom ons hart op de dingen van Gods Koninkrijk zetten. De wereld gaat voorbij met al haar begeerlijkheid. Maar wie de Heere vreest in waarheid, die heeft het goede deel verkregen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 september 1970
Daniel | 16 Pagina's