Het verzaken van alle aardse ijdelheid
Die beter ziet, tot beter vliedt
Vaar heen, vaar heen, o wereld, die ik minde toen ik niet beter wist; uw zijden snoer zal mij niet langer binden met schone schijn en list. Vaar heen, vaar heen, nu wil ik u begeven, eer dat gij, wereld, mij verlaat, en als een schaduw henen gaat van 't aardse leven.
Uw aangezicht, vermomd met schoon bekoren, is lelijk inderdaad; en wijl gij ons ontmaskerd komt te voren, verdient gij onze haat. Vaar heen, vaar heen, met al uw ijdle zaken; gij kunt met al uw heil der tijd het leven uit de eeuwigheid niet zalig maken.
Een andre deur ging door genade open i? oor 't overlast gemoed; daar zien wij in, door staag geloof en hopen, tot in een eeuwig goed. Voor deze Zon moet uwe maan verbleken, 't besloten hart krijgt vrije vlucht, en vliegt in God, die ruime lucht, uw kooi ontstreken.
Geloof zij God, Die d' ogen heeft ontbonden en 't jeugdig hart ontknoopt, dat niet meer slaafs wil zijn aan 't juk der zonden, maar naar de vrijheid loopt. Genadig Heer, laat Uw gelei ons leiden totdat wij veilig over zijn cle berg en 't dal van deez' woestijn en alle strijden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 augustus 1970
Daniel | 16 Pagina's