Gegevens, feiten en cijfers
Kerkelijk Jaarboek 1970
Ruim een maand geleden kwam het nieuwe Kerkelijk Jaarboek van de pers. Dit witte boekje is een onmisbare gids voor iedereen, die iets wil weten over het kerkelijk leven in onze gemeenten. Vroeger stond het verkleinwoord „je" achter de naam, maar dat is sinds enkele jaren terecht verdwenen. Met z'n 194 pagina's is deze gids echt een boek geworden.
Het Jaarboek opent met het Kerkelijk Jaaroverzicht. Hierin memoreert ds. H. Rijksen uit het kerkelijk leven van 1969 o.m. het heengaan van ds. L. Rijksen, die in onze gemeenten een belangrijke plaats innam.
Het aantal dienstdoende predikanten steeg met drie tot 41. De Theologische School werd door dertien studenten bezocht. Wanneer we terugzien, mogen die cijfers wel tot dankbaarheid stemmen. Tien jaar geleden, in 1960, was dit aantal veel kleiner. Toen maakte het Jaarboekje melding van 19 dienstdoende predikanten. Anderzijds blijft de nood van de vele vakante gemeenten groot. Op kandidaat J. Mijnders, die inmiddels het beroep naar Rijssen heeft aangenomen, werden dit jaar niet minder dan 54 beroepen uitgebracht. Zo wijzen deze cijfers heen naar een groot aantal onvervulde kansels. Heeft die nood een plaats in onze gedachten? Blijft het alleen bij „praten-over''? Heeft die nood een plaats in ons gebed gekrégen? Bidt de Heere des oogstes, dat Hij arbeiders uitstote. (Lukas 10 : 2).
Veel aandacht krijgt in het jaaroverzicht ook de zending. En in Nigeria en in West-Irian breidde het werk zich aanzienlijk uit. Ruime aandacht ook voor het jeugdwerk, dat een aanzienlijke groei laat zien. De financiële positie van het werk blijft daardoor zorgelijk. Ds. Rijksen wekt op tot het houden van koliekten. „Juist in deze tijd is het zo broodnodig, dat de jeugd der gemeenten via de verenigingen principiële leiding krijgt en vorming overeenkomstig de eisen van het Woord van God."
Zeer interessant zijn de totaalcijfers van classes en particuliere synoden. Per 31 december 1969 waren er 151 gemeenten met 37.704 leden en 36.867 doopleden. Het totale aantal zielen steeg met 1522 tot 74.571 (in 1960 was dit aantal 63.407). In procenten uitgedrukt, is dat een groei van 2, 08 procent in 1969. Dat is, zoals de kerkredaktie van „De Rotterdammer" in een bespreking opmerkte, hoger dan het percentage van de bevolkingsgroei, dat 1, 23 % bedroeg. Hoewel deze groei mede werd beïnvloed door de overkomst van ds. J. C. van Ravenswaay en een deel van zijn gemeente te Arnhem, wijst dit blad erop, dat de groei voornamelijk door een geboortenoverschot moet zijn ontstaan. Het grote aantal doopleden is eveneens een aanwijzing in die richting.
In het Jaarboek is een afzonderlijk overzicht opgenomen van de „overgangen". Afgezien van Arnhem gingen in het algemeen uit de Chr. Geref. Kerken velen tot de Geref. Gemeenten over:329 in het totaal.
74 mensen van de Geref. Gemeenten werden christelijk gereformeerd. Het tegenovergestelde beeld vertonen de cijfers t.a.v. de Ned. Herv. Kerk:295 werden hervormd, terwijl 172 hervormden overkwamen naar de Geref. Gemeenten.
Zo is er in dit Jaarboek nog veel meer informatie te vinden. Ik denk aan de onmisbare gegevens over de plaatselijke gemeenten, aan de Deputaatschappen, de kerkelijke verenigingen, de zending, de gemeenten in Amerika, het onderwijs en de zorg vcor bejaarden. Ock een naamlijst van predikanten en een necrologie, een lijst van ontslapen dienaren des Woords, ontbreken niet.
Bij het doorbladeren van dit Jaarboek dachten we aan een uitspraak van de Fransman Doumerge, die de uitvoerigste levensgeschiedenis van Calvijn schreef. Hij vergelijkt de kerk met een bcom. Leden en doopleden vormen de stam. De organisatie van het kerkelijk leven, de verenigingen, het onderwijs, het werk voor de jeugd en de bejaarden vergelijkt hij met takken en bladeren. Waar het echter cp aankomt is, dat je aan die boom vruchten vindt. Over dat laatste vertelt een Kerkelijk Jaarboek niets. Het maakt melding van uiterlijke grcei — een grote zegen — maar daarmee is het uitverteld. Gods werk in jonge en oude harten is niet zichtbaar te maken in een jaarboek. Toch is clat het belangrijkste! Is er vrucht in ons leven? Mogen we door Gods onuitspreekbaar grote genade behoren bij het wezen van de kerk? Zo wijst dit Jaarboek heen niet naar onze aktiviteiten en organiserend vermogen, maar naar de blijvende noodzaak en onmisbaarheid van het gebed voor het ambtelijk werk in de gemeenten en daarin ook voor eigen persoonlijk leven: „Heere, regeer en vermeerder Uw kerk door Uw Woord en Geest."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 juli 1970
Daniel | 16 Pagina's