Bondsdagvragen 1970
Vraag 1: Waaraan kun je weten of je ware genade ontvangen hebt?
Antw.: Deze vraag is van vele kanten te beantwoorden d.w.z. het leven der genade heeft vele zijden. Een onbedriegelijk kenmerk is dat de liefde Gods in onze harten is uitgestort, door deze liefde gaan wij het Woord Gods omhelzen. Ook als dat Woord ons schuldig stelt en ons onze vloekwaardigheid doet zien. Wij gaan dan hartelijk berouw hebbende over onze zonden de toevlucht zoeken bij de Heere. Wij kunnen nergens rust vinden totdat de Heere zelf door Zijn Woord en Geest ons troost met Zijn beloften. Ons hart blijft rusteloos totdat wij door het geloof op Jezus Christus mogen zien, die niet alleen voor anderen maar ook voor mij Zijn leven heeft willen afleggen. En eenmaal Hem gezien hebbende door het geloof begeren wij meer en meer uit Hem te mogen leven en worden van stap tot stap bevestigd door de Heilige Geest dat Hij mijn gerechtigheid is voor God. Dit leven draagt vruchten van ootmoed, zachtmoedigheid, vrede, blijdschap, waardoor ook anderen zien dat wij niet meer zoeken de dingen die van beneden zijn. Wij worden met Abraham een gast en vreemdeling op aarde en verwachten met verlangen om altijd bij de Heere te mogen zijn.
Vraag 2: Wordt een geveinsde ook in zijn bidvertrek gebracht?
Antw.: Het ware bidden is geloofswerk. Het is het voornaamste stuk der dankbaarheid. Wanneer Gods Geest ons geschonken wordt verbreekt Deze ons hart en zien wij dat God zo oneindig goed is. Hij spaart ons nog en deed niet naar onze zonde. Uit dat gezicht valt de zondaar op zijn knieën en bidt. Lees de geschiedenis van Saulus op weg naar Damaskus. Zeker heeft hij daarvoor al veel gebeden maar nu zegt de Heere van hem: zie hij bidt. Het is goed mogelijk dat ook een mens zonder genade tot God bidt. Er zijn wel voorbeelden in de bijbel dat God zelfs zo'n gebed wel horen wil. Hij hoort zelfs de jonge raven als zij tot Hem roepen. Maar bij een ongelovige gaat het niet uit liefde tot Gods eer. Als de benauwdheid voorbij is en hij zijn wens heeft verkregen keert hij weer terug tot zijn biddeloos leven. Het heeft geen wortel in het ware geloof.
Vraag 3: Er wordt wel eens gezegd: je moet geloven. Kan dat dan zomaar?
Antw., : Het is niet zo, dat er wel eens gezegd wordt: je moet geloven", alsof dit door een mens is uitgevonden, maar God zegt in Zijn Woord tot alle mensen die Zijn Woord horen: n 1 Joh 3 : 23. En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus enz. Let wel: od beveelt niet aan alle mensen dat zij moeten geloven dat Christus voor hen gestorven is, dan zou Hij velen gebieden een leugen te geloven zegt A. Comrie in zijn boek „Eigenschappen des zaligmakenden geloofs".
Maar het gebod om in Jezus Christus te geloven houdt in dat een mens ziet een verdoemelijk zondaar voor God te zijn die op geen enkele wijze meer kan zalig worden dan door het waar geloof in Christus Jezus en zich daarom geheel overgeeft aan Gods Barmhartigheid in Zijn Zoon geopenbaard. In dit gebod zegt de Heere niet wat een mens kan, maar wat God gebiedt. Hij mag zoiets toch gebieden ook al zijn wij onbekwaam het te doen. Gods
recht op ons houdt toch niet op door onze zonden van onmacht?
„Kan dit dan zomaar", is verder de vraag. Nee zeker niet, maar is dat Gods schuld? Is daarmee onze plicht tot gehoorzaamheid opgeheven? Dit wordt juist de nood van het wedergeboren hart. De rechtmatigheid van de eis Gods te zien en er vanwege onze zonde niet aan te kunnen voldoen. Dit brengt ons tot de noodkreet: Gena o God gena, en waar deze spanning in onze ziel gewerkt wordt door Gods genade wordt het als zodanig toch ook weer een Z O-MAAR geloven. Zonder enige waarde onzerzijds, zonder enige werkzaamheid of gestalte door ons gekweekt. Zonder enige voorbereiding van onze kant waardoor wij geschikt zouden zijn voor genade. Dan is het altijd weer om niet door de Verlossing die in Christus Jezus is.
Vraag 4: U zei dat het geloof door God slechts gegeven wordt onder de prediking. Misschien heb ik het verkeerd begrepen, maar hoe is het dan mogelijk dat mensen, die midden in de wereld leven, bekeerd worden?
Antw.: Wij moeten ook hierin uitgaan van hetgeen God ons in Zijn Woord zegt. In Rom. 10 spreekt Paulus van Gods gewone weg om zondaren met Hem te verzoenen, vs 14: Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder die hun predikt en vs 17: Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.
Verder in Hebreën 10 : 25: n laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten enz. waarop ook vers 29 betrekking heeft waar geschreven staat: oeveel te zwaarder straf meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zoon van God vertreden heeft en het bloed des Testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en de Geest der genade smaadheid heeft aangedaan.
God is overal tegenwoordig maar in Zijn gemeente is Hij op een bijzondere wijze. Matth. 18 : 20: ant waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.
In de wereld vinden wij wel veel openbaringen van God. „De hemelen vertellen Gods eer. De bomen, bloemen, vogels en vissen getuigen van hun Maker." Maar in Zijn gemeente laat God zich ontmoeten. Wie dan ook onder Gods Woord is opgevoed en de gemeente verlaat heeft zich voor ogen te stellen Ps. 73 : 14: ie ver van U de weelde zoekt, vergaat eerlang en wordt vervloekt. Gij roeit hen uit die afhoereren en U de trotse nek toekeren.
Daartegenover staat in Ps. 103 : 9: ijn trouw rust zelfs op 't late nageslacht, dat Zijn Verbond niet trouweloos wil schenden. Dat het verder mogelijk is dat mensen „die midden in de wereld leven" bekeerd worden is toe te schrijven aan Gods onbegrijpelijke Goedheid om zelfs daar Zijn voetstap te zetten en tot roem van Zijn genade zondaren te redden. U moet echter wel bedenken dat het ook daar alleen maar gebeurt door Gods Woord en Geest. Hetzij dat zulke mensen het Woord in hun jeugd geleerd, weer voor ogen krijgen, hetzij dat het gebeurt door schijnbaar toevallige ontmoetingen met het Woord op een graf of door evangelisatie of door gesprek met een christen. Maar deze bijzondere openbaringen van Gods genade mogen voor niemand aanleiding zijn Gods gewone weg in het vermeerderen van Zijn kerk gering te schatten. Nog minder om tot grote schade van zijn ziel te zeggen: aat ons het kwade doen, opdat het goede daaruit kome. Welker verdoemenis rechtvaardig is. Rom. 3 : 8. In de gemeente woont de Heilige Geest. Daarom is onwettig verzuim van de samenkomsten een bedroeven van de Heilige Geest en een eerste stap op weg naar de zonde tegen de Heilige Geest.
Volgende keer D.V. de volgende antw.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1970
Daniel | 20 Pagina's