Terugblik op de maanreizen
Er is iets aan de hand met de wereld (slot)
Is de mens tevreden met deze voorlopige resultaten van het ruimteonderzoek, die het bestaan van andere levensvormen in ons zonnestelsel op wetenschappelijke gronden ontkennen?
Wij denken van niet. Het onuitroeibare verlangen van talloze mensen, leven in de ruimte te zullen aantreffen, heeft in de ongebreidelde fantasie van d.e zgn. science fiction schrijvers 1) een uitlaatklep gevonden. Deze schrijvers, en eerlijk gezegd bevinden zich hieronder geleerden van naam, hebben de grenzen waar men vermoedelijk medeschepselen zal ontmoeten, nu dit binnen het zonnestelsel niet mogelijk blijkt, tot ver daarbuiten verlegd.
Buiten ons zonnestelsel, op afstanden die millioenen en millioenen malen verder liggen dan de afstanden naar Mars of Venus verwacht men op „wetenschappelijke gronden" leven aan te treffen. Natuurlijk zijn deze afstanden te groot voor menselijk contact cloor middel van ruimtevoertuigen. De meest optimistische ruimteenthousiast is zich hiervan bewust. Daarom gebruikt men krachtige radiotelescopen om eventuele geluiden uit het heelal op te vangen. Volgens de overigens veel gelezen science-fiction schrijvers zal in de toekomst de mens in contact komen met denkende schepsels elders buiten het zonnestelsel.
Een schrijver als A. C. Clarke, weet in zijn boek „Tasten in de toekomst" al te vertellen dat een dergelijk contact „het einde zal zijn voor alle bestaande godsdiensten". „De bewering dat God de mens naar Zijn Beeld geschapen heeft, tikt als een tijdbom in de grondvesten van het Christendom" schrijft hij en ergens anders vindt hij „dat de God van het Christendom die zich om het heil van de mens bekommert geen erg belangrijke God kan zijn". Zelden hebben wij een ijziger uitdrukking gehoord als van de bovengenoemde schrijver over de Persoon en het werk van de God van de Bijbel. Uit de enkele hierboven aangehaalde citaten ziet men op welk een vijandige voet de arrogante fantasie van de science fiction schrijver staat tot de leer en belijdenis van het traditionele christendom.
Het gevaarlijke van dergelijke boeken is de grote aftrek die zij vinden bij een publiek, wat overigens echt niet bij ruimtevaart geinteresseerd is.
Wanneer wij ons afvragen waarom zij dan toch gaarne gelezen worden, dan menen wij het antwoord te moeten zoeken in een bepaald geestelijk klimaat waarin de moderne mens zich bevindt. In een geestelijk klimaat waarin men afgerekend heeft met een Bijbelse kosmologie (leer van de bouw van het heelal), waardoor een geestelijk vacuüm is ontstaan. De fantasie van de science-fiction schrijver komt aan die leegte tegemoet; hij geeft er met zijn „hogere intellectuele ruimtewezens" vulling aan. De geweldige oplagen van het boek „Waren de goden kosmonauten" van Erich von Daniken, is slechts een van d.e bewijzen, hoe de moderne ontkerstende mens grijpt naar een mogelijke bevrediging voor zijn blijkbaar onuitroeibare verlangens naar waarheid en opheldering van het geweldige kosmische probleem.
In deze pseudo-wetenschappelijke literatuur is de leidende veronderstelling, de wezens in de kosmos. Meestal zijn deze wezens hoog begaafd en zijn zij de mens op aarde in alle opzichten ver vooruit. Nadere contacten tussen de mens op aarde en deze kosmische wezens zullen bijdragen tot een leefbaarder wereld; een wereld die niet meer vergiftigd zal zijn door oorlogen en tweedracht.
Voor een nauwkeuriger waarnemer liggen hier de kiemen van een pseudo-religie. Men parodieert (spottend nabootsen van iets ernstigs) zonder eenmaal de naam van God of Christus te noemen, in fantasierijke bewoordingen, het christelijk thema over de komst van Jezus Christus op aarde.
Wij lazen onlangs een artikel waarin een Duits theoloog Dr. Kurt Hutten een dergelijke wereldbeschouwing aan een kritisch onderzoek onderwierp.
Hij kwam na een langdurige studie over zgn. vliegende schotels, d.e denkbeeldige voertuigen van cle hoogbegaafde ruimtewezens, tot de ontdekking dat hier onmiskenbare religieuze tendensen vallen te bespeuren. Volgens Dr. Hutten zijn deze vliegende schotels terug te voeren tot de periode na de tweede wereldoorlog, die „apocalyptisch geladen was" 2). Juist het
moment na de laatste wereldoorlog, toen er nog geen sprake was van een langdurige vrede en men de A.B.C. wapens ontdekte en toepaste, was bij uitstek geschikt voor de moderne ontkerstende mens om in de vliegende schotels een soort „kosmische brandweer" te zien.
Edele, hoogontwikkelde wezens zullen naaide aarde afdalen in vliegende schotels om voor alle brandende en onontwarbare problemen van de mens een juiste oplossing te bieden.
Met een fantastische beschouwing gebaseerd op de „boodschap van de ruimtebewoners", wil de mens een antwoord vinden op alle vragen van zijn tijd.
Hutten's conclusie, waarin wij geheel mee instemmen, luidt: In de boodschap van Jezus Christus, die tot ons gekomen is vinden zij geen antwoord of vervulling meer. Daarom is de moderne mens op zoek naar andere heilanden en die denkt men te vinden in vliegende schotels.
Uit de door Dr. Hutten geschilderde beschouwing spreekt een diep verlangen van de moderne mens naar een heilsverwachting, naar een komende verlosser.. Echter zoekt men hem niet meer in het Kind van
Bethlchem doch ziet zijn verlossers in fantastische, onwerkelijke ruimtewezens gestalte krijgen.
Het gehele complex dat wij kennen als ruimteonderzoek betekent een gevaar voor de christelijke wereldopvatting. Zij tast het wereldbeeld van de Bijbel aan in haar wortels omdat de moderne kosmologie heeft afgezien van de goddelijke schepping van het heelal, laat staan van een goddelijke voorzienigheid die het in stand houdt en zich in het bijzonder inlaat met de geschiedenis van onze kleine planeet.
Voorzienigheid heeft men een andere naam gegeven; zij heet nu kosmische wet en in deze kosmische wetten loochent men elk bovennatuurlijk principe. Daarmede wordt de beweging van de aarde slechts een natuur-noodwendige. Het is de dood en het absolute einde van elke christelijke theologie de beweging van onze aarde in het zonnestelsel als een zuiver door materiële factoren veroorzaakte te beschouwen.
Voor de christen is de aarde niet een bol die doelloos in de ruimte om haar as wentelt en waarop door toevallige chemische verbindingen leven is ontstaan.
Dat zou het einde zijn van alle christelijke hoop; het zou de mens terug brengen tot het niveau van een zoogdier.
Het is de grootheid en het unieke van het christelijk geloof achter de natuurwetten terug te gaan tot een kracht, die men in materialistische kringen niet erkent. Deze kracht is de God van de Bijbel, die hemel en aarde uit het niet geschapen heeft. Creatio ex nihilo. Het zal overigens bekend zijn hoe de meningen daarover in de kerken van ons land verdeeld zijn.
Op de achtergrond van dit probleem rijst de figuur van de Franse pater Teilhard de Chardin. Zijn aanval op het christelijk dogma der schepping, in vele boekdelen neergelegd, houdt de mindere geesten op kerkelijk gebied ernstig bezig. Zijn invloed is onmiskenbaar. Het komt in feite hier allemaal op neer, in het Bijbels scheppingsverhaal, correcties toe te passen, teneinde een meer wetenschappelijk verantwoord geheel te krijgen.: Dit scheppingsverhaal geïnterpreteerd in het licht van het moderne wetenschappelijke onderzoek is niet anders clan een knieval voor de wetenschap. De sporen van een antieke kosmologie moeten er uit weggedaan worden; zij zijn stotend en ergernis gevend voor de moderne geschoolde lezer.
Wanneer een kerk hier zelf reeds een begin mee maakt, zal men dan op de duur in dit gerestaureerde verhaal, het oorspronkelijke scheppingsverhaal van de Bijbel nog herkennen?
Er is echter geen reden tot optimisme bij een nader bezien van dit vraagstuk, want enkele tientallen jaren geleden klonken nog krachtige en overtuigende stemmen tegen de aanval op het Bijbels scheppingsverhaal. Waar zijn die stemmen nu? Op een enkele na, wiens protest gelijkt op een roepende stem in de woestijn, zijn zij verstomd. Dit is beangstigend.
Boven dit artikel schreven wij, „Er is iets aan de hand met de wereld". Het viel ons in na het lezen van een krantenartikel, waarin eerder genoemde Amerikaanse deskundigen het unieke van het leven op deze planeet beschreven. Het unieke van dit leven op aarde wijten wij niet aan een toevallige samenloop van omstandigheden.
Integendeel wijten wij het aan een goddelijk plan, ons onthuld in de openbaring van Gods Woord. God heeft Zich met deze planeet bemoeid en Zich op een bijzondere wijze met haar ingelaten. Het leven op deze planeet is er om Gods heilsplannen te volvoeren. Dat is Zijn directe bemoeiing met deze wereld. Hij heeft haar niet alleen geschapen en de mens daarop voortgebracht, maar is ook in de Persoon van Jezus Christus op deze planeet binnengedrongen. Hij is als een heilbode in het rumoerige leven op deze aarde doorgedrongen als een Verlosser naar Wien men uitgezien heeft.
Wij ontveinzen ons de wetenschap niet, hoe ongelofelijk dit binnendringen Gods op aarde is, voor de oren van de ontkerstende mens. Om die reden heeft men de komst van de Godszoon uit het Evangelie weg willen snijden.; Voor de Jood was Hij een ergernis en voor de Griek een dwaasheid. Dus in Paulus' dagen reeds laaide de kritiek op. Hoewel voor Paulus de verschijning van Jezus Christus in het vlees evenzeer een raadsel was leerde hij het door het geloof beamen. Verstandige mensen als de wijsgeer Celsus, een paar generaties later dan Paulus, maakten zich vrolijk om dit raadsel en een andere intellectueel, de wijsgeer Tertullianus, kon het niet anders geloven omdat het ongeloofwaardig is. De steen des aanstoots van de bemoeing Gods in Jezus Christus met onze planeet in de geschiedenis van het menselijk leven op aarde is gebleven, ja spitst zich nog immer toe.
Voltaire, de Franse wijsgeer, vroeg zich eens in opperste verbazing af „hoe het mogelijk was een klein volk als het Joodse volk met zijn bescheiden geschiedenis, naast de heel oude en grote rijken van Azië als de navel van de wereld te beschouwen".
Voltaire verleent ons ondanks zijn ongeloof toch een dienst, hij reikt ons het juiste woord aan. Inderdaad is dit voor het geloof geestelijke centrum van de wereldgeschiedenis, in de navel van onze planeet, in Bethlehem, werd tijdens de regering van de sterfelijke redder Ceasar Augustus, de onsterfelijke Verlosser Jezus Christus geboren. Bij het, voor het geloof indrukwekkende van zijn komst, vallen alle hersenschimmige ruimte-fantasieën in duigen. Alleen door zijn komst kan men tenvolle zeggen: Er is iets aan de hand met de wereld. Het is inderdaad, wij geven het toe, een geloofswaarheid. Een geloofswaarheid die principieel verschilt van een redewaarheid. Dit geloof bezigt andere begrippen dan de rede, als ziende de onzienlijke dingen. Dit geloof heeft een eigen orgaan, een orgaan dat de mens van nature niet eigen is. Daarom kan het door het geloof geziene en ervarene niet door de sterkste telescoop gezien worden, en kan in het meest getrainde verstand niet opkomen. Het laboratorium weet er geen raad mee en de godsdienst-psychologie geeft er een verkeerde voorstelling van
Daarom is het geloof in een Bijbelse kosmologie, bekroond door de komst van Jezus Christus in het vlees, het laatste woord van de christen tegen elke zogenaamde wetenschappelijke „klaarblijkelijkheid".
1) Science fiction. Een groep verzonnen verhalen, die zich afspelen in de toekomst en zich baseren op allerlei mogelijke ontwikkelingen van techniek en wetenschap.
2) Apocalyptisch. Apocalyps is een minder bekende naam voor het boek van de Openbaring van Johannes. Apocalyptisch wil zeggen, dat een tijd of gebeurtenis de ondergang van de wereld voor ogen roept, zoals die in de Apocalyps is voorzegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 juni 1970
Daniel | 20 Pagina's