JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Onze bondsdag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze bondsdag

9 minuten leestijd

Beste meisjes en jongens,

De dag waarop we onze bondsdag hebben mogen houden, ligt alweer enkele weken achter ons. Toch willen we in onze rubriek nog even terugkijken naar zaterdag 9 mei j.1. Vooral de jongelui die niet in de gelegenheid waren om naar Dirksland te komen, zullen dat fijn vinden.

De opening

De voorzitter van het Landelijk Verband is ds. G. J. v. d. Noort. Hij opende de bondsdag door het laten zingen van Ps. 19 : 5, las Prediker 11 en ging voor in gebed. Hierna werden we allemaal hartelijk welkom geheten. In het bijzonder ook de predikanten: s. G. A. Zijderveld en ds. G. Kuijt, de beide sprekers, en ds. P. Blok, de plaatselijke predikant. Ook de kerkeraad van Dirksland en enkele kerkeraadsleden van andere gemeenten op Goeree-Overflakkee toonden hun belangstelling.

Brood op het water?

In zijn openingswoord vertelde ds. van Noort ons iets over het eerste vers van Prediker 11: Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen. Dat is een wonderlijk woord. Brood op het water werpen! Waarom? Dat brood valt toch uit elkaar. De vissen en de meeuwen komen erbij en eten het op. Hoe kunnen we het dan terug vinden? Wanneer het een steen of een stuk hout was, dat zou je terug kunnen vinden. Maar brood. Nee, onbegrijpelijk en toch

Gods Woord is het brood

Werp uw brood uit. Wat is dat dan voor brood? Hiermede wordt bedoeld het Brood des Levens of het Woord des Heeren. Geen brood dus dat je dagelijks van God ontvangt voor het onderhoud van je lichaam, maar voedsel voor onze zielen. Nu begrijpen we de tekst beter.

Brood kan gebroken worden. Je kunt het daardoor aan anderen geven. Wanneer we anderen van Gods Woord vertellen, hoe eenvoudig ook en het is tot Gods eer, dan zijn we ook brood aan het uitwerpen. Dit brood raakt nooit op. De Heere zelf zal er voor zorgen, dat er altijd brood is en water om het uit te werpen: anderen die Gods Woord niet kennen, in ons land en op de zendingsvelden. Maar ook wijzelf moeten van dat Brood léven. Dat geldt in het bijzonder hen, die met kinderen bezig zijn: ouders, de onderwijzer(es), leiders en leidsters van verenigingen.

Op het water

Het leven is kort. Ieder mens moet sterven. Ook als je jong bent, kun je sterven. Zijn we daartoe bereid? Zonder genade kunnen we niet sterven.

Salomo zegt, dat het brood moet worden uitgeworpen op het water. Water is altijd in beweging. Het stróómt. Het lijkt onmogelijk, dat het brood wordt teruggevonden. Ook wij komen in het leven met zo veel zaken in aanraking, die ons in beslag nemen. En toch het Woord van God komt altijd terug. Het zal vermenigvuldigd worden en vrucht dragen: : dertig, zestig en honderdvoud.

God is een God van wonderen! Wanneer wij geen verwachting meer hebben, wanneer we niet weten wat er van zal komen, dan kan God toch een zegen geven. Daarom moeten we onze tijd gebruiken om Gods Woord te onderzoeken, voordat het voor eeuwig te laat is. Wij mogen de Heere vragen of we ook de kracht van Zijn. Woord mogen leren kennen.

Mededelingen

Na het openingswoord volgden enkele mededelingen. De kerkeraacl van Dirksland werd bedankt voor het afstaan van het kerkgebouw. De koster werd niet vergeten. Hij deed veel werk voor onze bondsdag. We zongen twee verzen van het Wilhelmus, nadat de voorzitter een telegram had voorgelezen, clat aan de Koningin werd gestuurd.

Jozef thuis

Ds. Zijderveld vertelde ons nu iets over het leven van Jozef. Hij diende reeds vroeg de Heere. Daaraan kunnen wij een voorbeeld nemen. In de Schrift lezen we veel keren over de jeugd. De Heere zelf Zelf in Zijn Woord: Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden. Denk ook aan David, Samuël en Obadja. Ook nü vraagt de Heere ons Hem te dienen. De jonge jaren zijn de beste! Wij moeten Hem veel vragen om een nieuw hart.

Jozef werd door Jacob bevoorrecht boven de andere broers. Hij kreeg een mooie rok. De grootste rijkdom ontvang je echter, wanneer je God mag leren kennen. Wij moeten wederomgeboren worden. Jozef had een biddend leven. Hij sprak er ook over met zijn vader en zijn broers Maar die broers snauwden hem af, noemden hem een klikspaan. En toen hij zijn dromen vertelde, haatten zij hem nog meer.

Naar Egypte

Dan komt de gelegenheid om wraak te nemen. Als Jozef hen in opdracht van zijn vader opzoekt in het veld om te vragen hoe zij het maken, grijpen de broers hem.

Ze gooien hem in een kuil en verkopen hem als slaaf naar Egypte. Hun eigen broer! Wat is dat vreselijk. Weer wordt Jozef verkocht. Nu aan Potifar. Daar moet hij hard werken. Hij is helemaal alleen in een vreemd land. Maar hij bidt. En de Heere is met hem. Hij doet trouw zijn werk. Potifar ziet dat wel en stelde hem over zijn huis. Maar de vrouw van Potifar wil Jozef verleiden. Zij is goddeloos. Maar Jozef niet. Zou ik zo'n groot kwaad doen en zondigen tegen God, zegt hij. Hij vlucht, maar wordt gegrepen en in de gevangenis geworpen. Weer wordt hij vernederd. Maar de Heere hoort zijn gebed en troost hem. God helpt op Zijn tijd. Als de schenker zich Jozef herinnert, moet hij voor de koning komen om een droom uit te leggen. De Heere helpt Jozef daarbij en hij wordt benoemd tot onderkoning van Egypte. Hij wordt verhoogd. Jozef is een type van Christus in zijn vernedering en in zijn verhoging.

Als de tijd van de hongersnood komt, verkoopt hij ook koren aan zijn broers. Tenslotte komt ook zijn vader. Wat zal dat een ontroerend weerzien zijn geweest!

De ware rust

Hebben wij een hart dat de Heere vreest, zoals Jozef? Het zou toch kunnen. Je moet niet om je heen kijken, wat anderen doen. Wij zijn niet beter dan anderen, maar we moeten zo leven als Jozef. Is de wereld gelukkig? Neen. De goddelozen hebben geen rust. Alleen Gods volk kent vrede en rust. Ds. Zijderveld hoopt dat ook wij God mogen kennen en dat Zijn genade in ons verheerlijkt wordt. De dienst van de Heere is een liefdedienst. Hoe is jouw levén? Heert de Heere al tot ons gesproken?

Van kinderen voor kinderen

Tijdens het zingen van Ps. 119 : 5 en 7 werd er gecollecteerd. De opbrengst van i 4-32, 54 was voor ds. Kuijt. Voor de kinderen in West-Irian van de kinderen in Nederland.

Op zoek naar een zendingsterrein

Nu vertelt ds. Kuijt over zijn werk in West-Irian, nadat hij Ps. 91 gelezen heeft. Hij heeft altijd al verlangd om aan de heidenen over God te vertellen. Nu te mogen. en te kunnen!

Het zoeken naar een zendingsveld gebeurt vanuit de lucht.

Dan kun je zien waar de dorpen liggen. West-Irian heeft een sterke afwisseling tussen laag en hoog land, tussen bergen en dalen. Daardoor zijn de dorpen moeilijk te vinden. Maar de piloten van de zendingsvliegtuigen zijn wel wat gewend. Ze doen dit werk al vele jaren. Piloot en zendeling zoeken samen. Als ze denken een terrein gevonden te hebben, wordt de omgeving goed verkend. Anders kun je later, te voet, het opgezochte dorp niet vinden!

De tocht naar het terrein brengt vele moeilijkheden met zich mee. Maar het Woord van God moet worden gebracht. Er wordt een gids opgezocht. Je moet in de juiste richting blijven. Maar de stammen hebben vaak oorlog met elkaar. Het kan gebeuren dat je omgeleid wordt, om dorpen heen, omdat de gids bang is voor de andere stammen. Maar die moeilijke tocht behoort tot het zendingswerk. De heidenen moeten bereikt worden met het Woord van God. Het leven is kort, ook voor de Papoea's. Wij en zij moeten bekeerd worden.

Het kan ook gebeuren, dat het eten opraakt. Dan wordt er via de zender om nieuwe voorraden gevraagd. Het vliegtuig dropt dan voedselpakketten op een plaats tussen drie vuren. Deze vuren moeten goed roken. Dan kan de piloot zien waar de zendeling met zijn helpers is.

De Papoea's zijn erg bang voor de vreemde vogel. Als het vliegtuig komt, vluchten zij naar alle kanten. De eerste tocht is half mislukt, omdat er geen vliegveldje kon worden aangelegd op cïe uitgekozen plaats. Later is ds. Kuijt naar een andere plaats gegaan. Nu mag hij zoveel zegen zien op het werk onder het volk van de Jali's. Het angstige leven dat zij eerst hebben geleid is verdwenen. Ze zijn nu veel rustiger geworden. Er is een honger naar Gods Woord. Vooral bij cle jeugd. De ouderen zitten zo vast aan de heidense tradities. Men heeft ds. Kuijt vaak bedreigd, maar Gods Woord keert nooit ledig weder. De mensen zijn nu ook veel vriendelijker. Het lange haar, de versierselen van varkenstanden, het zich insmeren met roet en vet, zijn verdwenen.

Maar de tijd dringt. Ook aan andere stammen moet het Evangelie nog worden verteld. Ds. Kuijt vroeg of er in ons hart al de begeerte leeft naar God, om Hem te mogen dienen, ook in cle zending. Ook uit de jongeren mogen straks weer zendelingen en verpleegsters voortkomen om Gods Woord uit te dragen.

Gods lof uit kindermonden

Ds. P. Blok sprak hierna nog een kort slotwoord. Kunnen er nog kinderen worden bekeerd? Hij vertelde ons over een jongen van elf jaar uit Dirksland. Die jongen werd heel erg ziek. Zo ziek, dat hij sterven, moest. De dominee bezocht hem vaak. Hij vertelde hem dat hij bekeerd moest worden, maar ook kon worden. Op een nacht gebeurde er een groot wonder. Hij riep tot God om genade te mogen ontvangen. En de Heere hoorde. Zijn ge-404 zicht glansde. Daarna leefde hij nog drie dagen. Voor zijn sterven vroeg hij aan zijn vader en moeder, aan cle dominee en de zuster of ze nog eenmaal voor hem wilde zingen: Maar blij vooruitzicht, dat mij streelt, ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen" (Ps. 17 : 8).

De dominee gaf ons de boodschap mee om over alles wat we deze dag gehoord hadden, na te denken. Na het zingen van Ps. 25 : 3 sloot ds. Blok deze bondsdag met gebed.

Toen gingen we weer uit elkaar. We hebben veel kunnen leren, maar jammer genoeg vergeten we alles weer zo gauw. Nu, meisjes en jongens, ik hoop dat we elkaar volgend jaar bij leven en welzijn weer op cle bondsdag zullen ontmoeten.

H. van Voorts, sekr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1970

Daniel | 16 Pagina's

Onze bondsdag

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1970

Daniel | 16 Pagina's