JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

vraaggesprek met ds. G. Kuijt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

vraaggesprek met ds. G. Kuijt

„Het Woord zal niet ledig weerkeren" (slot)

7 minuten leestijd

„Het Woord zal niet ledig weerkeren" (slot)

Uitbreiding

Hebt U op dit moment gebrek aan bepaalde mensen?

„Twee zusters hebben hun visum gekregen en zullen, binnenkort vertrekken en voorts wordt er een jong echtpaar gezocht, clie voor het werk op West-Irian ingeschakeld kunnen worden. We hopen na ons verlof een nieuwe post te openen; daar hebben we een echtpaar nodig en we hebben in ons eigen gebied ook nog iemand nodig. Dat moet een manusje van alles zijn, die alle mogelijke arbeid zou willen doen. Ik denk aan landbouw, het vee nakijken, zagen in het bos, huizen bouwen enz. enz. Verder heeft ook Landikma gevraagd om een vader en moeder, die bij hen komen wonen. Nog enkele echtparen erbij, zou geen overbodige luxe betekenen, maar we zijn nu voorlopig al blij, indien deze plannen verwezenlijkt kunnen worden."

Kontakten

Met welke groeperingen hebt U het meeste kontaki in West-Irian?

„In de eerste plaats met de Evangelische Christelijke Kerk van West-Irian en verder met verschillende Amerikaanse zendingsgenootschappen.

Hoe onderhoudt U die kontakten?

„Toen wij in West-Irian aankwamen hadden wij in de eerste plaats kontakt met de genoemde Evangelische Kerk, maar om in het binnenland te komen hadden we ook kontakt nodig met de andere groepen. Ik kan me nog goed herinneren, dat in 1962 al deze groepen in conferentie bijeen waren in Sentani. Daar ben ik geweest en ze hebben daar meteen gevraagd of ik iets wilde vertellen uit mijn eigen leven; waarom ik zendeling wilde worden en hoe God mij bekeerd had. Nou dat laatste vind ik zeli' een groot stuk: hoe God mij bekeerd heeft, maar goed, ze vroegen mij naar mijn roeping en bekering. En dat heb ik daar mogen vertellen en uit hun reaktie bleek dat ze alles konden overnemen en werd ik opgenomen in de kring. Die vriendschap is gebleven tot op de huidige dag. Deze band is ook belangrijk i.v.m. het inkopen van voedsel en andere benodigdheden. Dat gebeurt namelijk centraal door een bepaalde maatschappij. Daar doen wij onze bestellingen en de M.A.F. zorgt, met de vliegtuigen, voor het transport. IJ begrijpt wel, dat wij middellijk erg afhankelijk zijn, i.v.m. het landschap, van deze vliegtuigjes."

Bestuur

Is er nog wat veranderd na de overname in 1969 van Nieuw-Guinea door Indonesië?

„In. onze vallei is alles hetzelfde gebleven. Wij zijn in een onbestuurd gebied beginnen te werken en dat is tot op heden nog onbestuurd. Wij merken totaal niets van de overname door Indonesië."

Overleg

Het nieuwe gebied waar U nu gaat werken, hebt U dat zelf uitgezocht?

„Kijk het is zo. Iedereen weet in West-Irian: daar en daar zijn nog gebieden die niet bearbeid zijn. Al die zendingen maken bepaalde plannen om daar heen te gaan. Zo hebben wij ook een plan gemaakt. Dan begrijpt U wel, hoe noodzakelijk het is om met elkaar in overleg te treden, zodat je niet in eikaars gebied komt.

Nou is de M.A.F., dat. is logisch, altijd wel zo'n beetje de scheidsrechter, want uiteindelijk moet de M, A.F. alles voorzien uit de lucht en zij weet precies waar alle zendingsposten zitten. De M.A.F. wil in principe die mensen niet helpen, die bewust in andermans gebied gaan zitten. Toen wij wisten dat de fam. Fahner kwam hebben we een nieuw gebied aangevraagd. Ze hebben ons hetzelfde gebied toegewezen, dat wij in 1962 ook al geclaimd hadden."

Straks naar school

Nu even iets anders. Waar moeten uw kinderen straks naar school?

„Er is een zendingsschool in Sentani en daar hopen we onze kinderen heen te sturen. Dat. betekent, dat ze drie keer per jaar thuis komen. Er is op het ogenblik alleen een lagere school, maar er is sprake dat er ook „een highschool" zal komen. Afwachten maar, want als dit niet het geval zal zijn, dan moeten onze kinderen waarschijnlijk voor vervolgonderwijs naar Nederland."

Een kik is voldoende

Hoe is de verhouding tussen uw kinderen en de Jali's?

„Nou die is bijzonder goed. Tegen onze kinderen wordt door de Jalikinderen opgekeken. Ik bedoel er dit mee te zeggen: alles wat ze zeggen, doen de Jalikinderen. Ze hoeven maar een kik te geven en er staan, handen gereed om te helpen. Onze kinderen hebben veel speelgoed, maar de Jalikinderen zullen er geen vinger naar uitsteken; ze vinden het erg leuk, als onze kinderen daarmee spelen. Ze kunnen uren zitten kijken hoe onze kinderen met een pop spelen of met een auto. De Papoea's zijn in het algemeen niet afgunstig."

Samen een aardappeltje eten

Hebben de Papoea's wel begrip van geld gekregen?

„Nou moeten we daar voorzichtig mee zijn. De kustpapoea's wel. Onze mensen niet, alleen het begrip geld komt er nu wel in. Ze weten dat je met geld schoppen kunt kopen, bijlen, kapmessen enzovoort. Maar ik vind het erg fijn dat als onze kinderen naar buiten lopen en er staat een klein jalikind een klein aardappeltje te eten, dan gaat het meteen midden door en krijgen onze kinderen de helft. Maar dat doen ze ook onderling.

Als de vrouwen uit de tuin komen en er staan een paar mannen, dan gaat de hand meteen in het rugnet, en krijgen ze een pakje aardappelblad, dat ze dan gezamenlijk op gaan zitten eten."

God gaat door

We wippen even over naar een andere kwestie. Hoe bent U begonnen met het onderwijs aan oud en jong?

„De ouden hebben mij gevraagd of ik de jongeren wilde onderwijzen. Wij zijn kort daarop begonnen met een groepje van een man of vijftien, die ongeveer 17 of 18 jaar oud waren. Daaronder was ook mijn rechterhand: Kokpan. Deze groep kan nu het beste lezen en dat is ook de groep, waarvan we ook de hoogste verwachting hebben t.o.v. de evangelieverkondiging."

Laten we nu eens veronderstellen dat onze zending weg moest uit West-Irian, zou dan het werk, naar de mens gesproken, door blijven gaan?

„Ja, ik geloof het zeker. Ik geloof dat God zijn Kerk daar gevestigd heeft. Ik denk dan aan een man als Kokpan, en zo zijn er meer. Dan kan ik eenvoudig niet geloven, dat het werk Gods dat in hun harten verheerlijkt is, op niets zou uitlopen. Al zouden ze het zelf willen, dan. zou het nog niet kunnen. Wat een genade, wat een zegen!!'

Iets van gezien

Wat heeft nu het meeste indruk op U gemaakt in de acht jaar zendingsarbeid?

„De meeste indruk heeft wel op mij gemaakt, dat ik het nu met eigen ogen heb gezien, dat Gods Woord nooit ledig tot Hem. weerkeert. Ook niet als wij ons brood, bij wijze van spreken, op het water uitstrooien, want er staat geschreven: „ gij zult het vinden na vele dagen", en daar hebben we iets van gezien."

Blij met de Gereformeerde Gemeenten

Wat zou U, in het bijzonder, tegen onze jeugd tot slot nog willen zeggen?

„Laten wij als jeugd van de Ger. Gem. bij de fundamenten van Gods Woord blijven en dat zonder afwijking noch ter rechter-noch ter linkerzijde. Ik wil helemaal niet kerkistisch zijn, maar wees God dankbaar dat er nog Geref. Gemeenten zijn, waar het Woord gebracht wordt, zoals het wordt gebracht. Ik geloof zeker, dat wij nog het goede moge hebben."

Dominee, hartelijk bedankt voor dit onderhoud. Wij wensen U, uw vrouw en kinderen, ook namens de lezers, hier en straks weer in West-Irian Gods onmisbare hulp, bescherming, genade en zegen toe in uw persoonlijk leven in uw gezin en op uw arbeid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1970

Daniel | 16 Pagina's

vraaggesprek met ds. G. Kuijt

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 juni 1970

Daniel | 16 Pagina's