Pinksteren in poëzie
Dichters hebben niet kunnen, zwijgen over de wonderlijke menswording van Gods Zoon; zij zijn geïnspireerd geworden door het smartelijke lijden, en sterven van Christus; zij bezongen, de glorierijke intocht van Koning Jezus in. het Huis des Vaders, en zouden, do harpen, dan. aan. de wilgen, hangen als God de Heilige Geest als Trooster tot Gods gemeente komt; als Hij ons niet verlaten, zal tot aan. het einde der tijden? Een. onbekend dichter uit de Middeleeuwen, toen nog geen Reformatie de Kerk had gezuiverd, smeekte:
Wij buigen ons ootmoedig neer, en bidden U, getrouwe Heer, geef dat vandaag ook ons doorstraalt de Geest die van den hemel daalt.
Wanneer het hart geheiligd is, vervul het met Uw lafenis, scheldt Gij ons onze schulden kwijt en geef ons vree in deze tijd.
Wij roepen God den Vader aan, den Zoon, uit 't graf weer opgestaan, den. Heilgen Geest, die ons geleidt, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Een andere dichter uit de tijd vóór de Hervorming kan geen woorden genoeg vinden en. roept uit:
Licht dat zoet en stralend schoon is neergedaald uit hemels troon is op de jongeren bijeen, laat de harten en de tongen zingen, zo is nooit gezongen, zo eendrachtig nooit voorheen.
Stond in tafelen van steen voor het volk de wet voorheen, niet in tongen als van vuur, nu wordt alles één van zin, liefde stroomt de harten in, waar zij samen zijn dit uur.
O, hoe wordt de dag van heden overstraald door licht en vrede, nu de kerk geboren wordt, nu de lente van het leven aan Gods kindren wordt gegeven, cp drieduizend uitgestort.
Ook bij hem wordt het een smeekbede: Kom, o Trooster, met genade, kom thans hart en tong te stade, geen venijn, geen gif kan schaden in Uw tegenwoordigheid. Niets is zoet en niets begeerlijk, niets is zuiver, niets is eerlijk, niets is heilzaam, niets is heerlijk, als Cij niet nabij ons zijt..
De grote hervormer, Maarten Luther, zou niet achterblijven. Ook zijn Pinksterzang is een gebed:
Wij bidden U, o Heilige Geest, om een. recht geloof het allermeest: dat het ons geleide en ons bevrijde aan. het eind. uit alle aardse lijden.
Geef, kostbaar licht, ons helderheid, dat wij Christus kennen voor altijd. Leer Gij ons te bouwen op dien Getrouwe, die ons 't vaderland zal doen aanschouwen.
Geef, heiige liefde, ons uw gloed, doe ons hart ontvlammen, geest en bloed, dat wij één van zinnen elkaar beminnen, alle haat en tweedracht overwinnen.
Geef, hoogste troost in alle nood, dat wij nimmer vrezen, schande of dood, dat wij niet versagen ten laatsten dage, als de vijand zelf ons komt belagen.
Jodocus van Lodensteyn, die op allerhande voorvallen een gedicht schreef, werd bij het Pinksterfeest bepaald, toen hij per schip een reis maakte. Hij noemde het gedicht „Reisgezang", met als ondertitel „Voor Godes kinderen bij gelegenheid, van. een reis". Het kan gezongen worden op cle wijs van Psalm 103.
In cle derde strofe horen we:
De winden die stormdriftig op ons druisen, Ons denken doen, en zuchten, om het ruisen Van Horeb, en 't geluid van 't Pinksterfeest:
Dies in haar zuchten, (zuchten wij daar onder)
En zuchtend zingen: Vader! zend ons 't Wonder
Van. Pinkster in. het zenden, van Uw Geest.
Dit Reisgezang eindigt met het schone couplet:
Maar Vader oncler dies uw vreemdelingen Gedenkt, die hier in ballingschappen zingen
In 't midden van der wateren gedruis:
Pinksteren in poëzie
En zend. de zoete beekjes der rivieren, En laat haar wind en golven zachtjes tieren, En. brengen ons bij U, ons Vader, thuis.
Dominee Willem Sluiter, de Eibergse kluizenaar, is niet achter gebleven. Hij dichtte „Van de zending des Heiligen Geestes op den Pinksterdag". De 7 coupletten kunnen gezongen worden op de wijs van Psalm 24. De laatste strofen luiden:
Komt doch, o Goddelijke Wind! Die alle damp en ramp verslindt, En komt geweldig aangedreven: Wilt met uw liefelijk gedruis Doorwaaien, onzer harten huis, 't Welk wij U tot een tempel geven.
O Hemels vuur! komt op ons neer, Opdat wij mogen, meer en meer In heilige liefd' en ijver branden. Geeft ons te spreken altemaal Uw wondren met een nieuwe taal, Doorsnijdet onzer tongen banden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1970
Daniel | 16 Pagina's