Uitbrekende bloei
De knop ontvouwt haar bloemen en haar blaren, wanneer de lenteadem langs haar gaat; heel schuchter nog, bevreesd voor de gevaren, wanneer de nachtvorst 't jonge leven• slaat.
Uit groene weiden madeliefjes staren naar 't hoge licht, dat straalt op hun gelaat. Zij weten niet wat zij voor dezen waren; Zij zijn nu zonnen in hun lage staat.
Hei leven breekt naar alle zijden open. De stille drang naar bloei wordt niet gestuit. De dorre plant wordt in de nacht bedropen door koele dauw, als 't bloemenoog zich sluit.
Al is het duister, toch blijft 't leven hopen: de morgen licht straks op de vensterruit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 mei 1970
Daniel | 16 Pagina's