Joodsch kind
Zij wacht hem eiken avond aan den trein Hei meisje met d' on-arisch zwarte haren, met oogen, die verstrakken in een staren of vader gauw de tunnel door zal zijn.
Forensen schuiflen langs de binnendeur en schieten van de trap in daag'lijks jachten, het donkre kind kan enkel staan en wachten vlak bij het hokje van den conducteur.
Dan zwaait een mannenarm een verren groet, Op 't klein gezicht bloeit plotseling herkennen, Ze moet op slag hard naar haar vader rennen, Hij bukt zich lang en zoent haar smalle toet.
Nu gaan ze samen door den laten dag, De man gebogen en van zorg gebeten, Hei ratelstemmetje wil erg graag weten waarom ze nog niet naar het zwembad mag....
O Heer, ik heb vandaag één bede maar: Elk Joodsch gezin wordt haast vaneen gereten, Laat de Gestapo deze twee vergeten, Laat die in Jezus' naam toch bij elkaar.
Uit: Geuzenliedboek 1940—1945
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1970
Daniel | 20 Pagina's