herfst 1944
Wij bergden ons voor 't gieren der granaten, en langzaam schoven d' uren door de nacht, die angstig, biddend, werden doorgebracht, totdat wij eindlijk rezen waar wij zaten.
Er kwam weer leven op de stille straten; w' aanschouwden stil waar onheil was gebracht; beseften toen pas welk een duistre macht ons uren had in doodsgevaar gelaten.
Doch, God zij dank! De vijand was verjaagd, die lange tijd ons volk zo had belaagd; hij was verdreven om niet weer te keren.
O God, verlos ook 't overige land. Strek over 't onmeedogend volk Uw hand, en wil het door Uw kracht in 't stof verneren.
(Uit „Vrije Stemmen uit de Ganzestad", donderdag 30 november 1944. Zeeland werd eerder bevrijd clan de rest van het land).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 mei 1970
Daniel | 20 Pagina's