het lentekleed
Als een borduursel, schoon cn stil geweven, hangt 't lentekleed de dorre bomen aan. Een zachte wind, uit 't zuiden aangedreven, beroert maar nauw de tooi van 't jong bestaan.
Alom voltrekt zich 't wondere herleven, n u d°de wintertij is heengegaan. En in d' onmetelijke hemel zweven de wolken op hun ongeweten baan.
Nu zal dit lenieschoon mijn ziel vervoeren, Wanneer Uw adem door de velden gaat. Gespannen snaren wil ik speels beroeren.
Ik vind geen lied in die verrukte staat. Eentonig als de duiven kan ik koeren, gebroken klanken in dezelfde maat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 april 1970
Daniel | 16 Pagina's