Taak en plaats van de vrouw in de Schrift (slot)
Dienende taak
Het wordt tijd tot een afronding van ons onderwerp te komen. Uit het geheel van Oude en Nieuwe Testament is duidelijk geworden, dat de Schrift taak en plaats van de vrouw ziet in het licht van dienen en helpen.
Met name in het Nieuwe Testament lezen we herhaaldelijk van vrouwen, die dienend bezig zijnde in het midden van de plaatselijke gemeente.
Zo laat Paulus zijn groeten overbrengen aan Tryfena en Tryfosa, vrouwen die in de Heere arbeiden. Dit wordt ook gezegd van Persis (Rom. 16 : 12). In de brief aan de Filippenzen ontmoeten we Euodia en Sytiche, die door hun dienende arbeid heel veel voor de verkondiging van het evangelie hebben betekent (4 : 2). Paulus zegt, dat deze vrouwen met hem gestreden hebben in het evangelie!
De genoemde namen kunnen gemakkelijk worden aangevuld. Ik denk aan Maria (Rom. 16 : 6), aan Priscilla, de vrouw van Aquila (o.m. Rom. 16 : 3, 1 Kor. 16 : 19), aan Maria, de moeder van Johannes Markus, die haar huis beschikbaar stelde als vergaderplaats voor de gemeente (Hand. 12 : 12).
Dienaressen en weduwen
In. Rom. 16 vinden we ook de naam van Phebe. Zij wordt een dienares genoemd van de gemeente te Kenchreën. Phebe is ongetwijfeld in haar gemeente velen behulpzaam geweest met herbergzaamheid en. dienstbetoon.
Soms krijgt dat dienstbetoon in de vroegchristelijke gemeente een georganiseerde vorm. Oudere weduwen, zie 1 Tim. 5 : 9, worden dan op een lijst geplaatst (het woord „gekozen." kan volgens sommigen worden, vertaald met „ingeschreven"). Op deze weduwen kan de gemeente een beroep doen voor de verzorging van behoeftigen, cle verpleging van zieken, misschien ook wel voor gezinszorg en steun en onderricht voor jonge weduwen.
Wijd arbeidsveld
In de lijn van cle bijbelse gegevens ligt voor elk meisje, voor elke vrouw die niet tot het huwelijk komt, de aanwijzing om een dienend beroep in ruime zin —• te kiezen. Het dienend bezigzijn zal het meest bevredigen. Blijft men in cle kring van het gezin door allerlei omstandigheden, dan kan daar en in cle plaatselijke gemeente een ruim arbeidsveld gevonden worden. Helpen en dienen bij ziekte en gebrek is geen. tweederangsarbeid, maar mag gezien worden als opdracht van Hogerhand. Hoe vaak ligt in dat moeilijke werk geen verborgen zegen, die we achteraf mogen zien?
Welke mogelijkheden liggen er niet voor
hulpverlening aan gebrekkigen en bejaarden, die enige assistentie nodig hebben. Hoe bijzonder wordt het door eenzamen — er zijn er veel meer dan U denkt, ook in Uw eigen, omgeving! — gewaardeerd, als er eens bezoek komt, als er eens een uitnodiging is om een avond mee te maken in de gezellige kring van het gezin. Tenslotte vindt in het dienstverlenende werk ook een. vrouwenvereniging haar bijbelse bestaansgrond. Arbeid voor de zending, voor cle evangelisatie, voor kindertehuizen, voor de plaatselijke gemeente, U kunt alle kanten uit. Maar laat bij deze meer georganiseerde arbeid nooit de bereidheid ontbreken om eenzamen en bejaarden te bezoeken, om gezinnen die pas in de gemeente zijn komen wonen in te schakelen en zo voort. Al deze arbeid, in ootmoed en biddend verricht kan voor de plaatselijke gemeente van bijzondere betekenis zijn. „Waar liefde woont, gebiedt de Heer' de zegen".
Christus en de vrouw
Ook al gaat de Heere met sommigen een andere weg, toch ligt het hart van de levensorde van de christelijke vrouw in hei gezin.
Het moeder-van-kinderen-zijn wordt in de Schrift in nauw verband gebracht met onze behoudenis (1 Tim. 2 : 15). De Heere Jezus, Gods eigen Zoon, is door een vrouw ter wereld gebracht. Uit een vrouw heeft Hij de menselijke natuur aangenomen. Als Christus niet uit Maria geboren was, zou er geen mogelijkheid tot zalig worden zijn! Ten diepste is het voortbrengen van kinderen de weg geweest, waarin de Heere de weg der behoudenis wilde openen. Daarom haakte het oude Israël naar de komst van de Messias, de beloofde Verlosser. Daarom werden de kinderen ook gezien in het licht van Zijn komst op deze aarde.
Ook nu mag het voortbrengen van kinderen gezien worden in het licht van Christus' twééde komst. Want de gang der geslachten gaat onafwendbaar door naar het eind der eeuwen. De geboorte van elk kind brengt die komst naderbij. Leeft nu ook het verlangen in ónze harten om én zelf én met onze kinderen verwaardigd te mogen worden om de Messias te begroeten bij de volle openbaring van Zijn Rijk?
Leven we met onze kinderen daarvoor? Of voeden we ze in de praktijk alleen op voor déze wereld? Begeren we de komst van Gods Koninkrijk — door genade — in en door onze kinderen?
Do Heere bindt ons aan de middelen. Leg daarom Uw kinderen veel, telkens weer, in het gebed voor de Heere neer. Iemand schreef eens in clit verband; Zeg maar: „Heere, hier ben ik al weer. 'k Ken geen betere plaats."
Hoe groot zal de verwondering zijn, hoe onuitspreekbaar de rijkdom van Gods genade, wanneer we eenmaal in Zijn dag mogen getuigen: ie, ik en de kinderen, die mij de Heere gegeven heeft (Jes. 8 : 18).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 april 1970
Daniel | 16 Pagina's