TER OVERDENKING
„Wat zoekt Gij? " Joh. 1 : 38 en 39
Wanneer Johannes de Doper twee van zijn discipelen op Christus wijst met de woorden: „Ziet het Lam Gods", clan begrijpen zij hun meester en laten hem terstond los en volgen Jezus.
Zalig, wie mag leren dat nalopen van Jezus, dat achteraan kleven van Hem in de geest. Alles loslaten om Hem te volgen. Eigen leven verliezen om het Zijne te gewinnen. Dan achten wij de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom dan al de schatten van deze wereld. En dan zegt Hij: „Wie Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben."
Deze twee discipelen volgen Jezus en Zijn schreden, maar durven niets te vragen. En dan keert Jezus zich om en vraagt hun: „Wat zoekt gij? " Jezus vraagt niet: Wie zoekt gij? Immers, wie zij zochten, bleek uit hun volgen. Neen, Hij vraagt: Wat zoekt gij? Met andere woorden: Wat meent gij in Mij te vinden? Waarom is het u in Mij te doen? Wat begeert gij van Mij? Zo vraagt Jezus ook aan. ons: Wat zoek jij? Wat zoek jij in je godsdienstig leven, in je kerkgang? Wat verwacht je van je dienen van de Heere? Gelukkig als wij dan ons hart voor Hem mogen uitstorten. Deze discipelen antwoordden Jezus met een wedervraag. Zij vragen immers: „Rabbi, waar woont Gij? " Deze vraag doet op het eerste moment vreemd aan. Het klinkt ontwijkend. De werkelijkheid is echter, dat zij eens rustig met Christus willen praten. Hier spreekt waarachtige liefde. Ware liefde kan niet alles ineens zeggen, maar zoekt de stilte.
Jezus weigert het verzoek van Johannes en Andreas niet. Zulke verlangende harten wijst Hij niet af en Hij laat ze zelfs geen ogenblik wachten. Hij zegt immers tegen hen: „Komt en ziet". Als zij komen, en dit is de voorwaarde voor cle aanschouwing, dan mogen, zij de heerlijkheid en de schoonheid zien van Hem, Die gekomen is om zondaren zalig te maken. Vrienden, wat is het nodig, dat Jezus ook onze voetstappen achter zich hoort in ons bidden en zuchten, in ons verlangen en vluchten. Roept tot Hem. Want als Hij ook jouw voetstappen hoort, dan keert Hij Zich ook tot jou en zegt: „Kom en zie".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 februari 1970
Daniel | 16 Pagina's