Van het draagnet op de schouder!
In het kontaktblad ..De Schakel" van het distrikt N.O. (wat een fijn initiatief!) troffen we een gedeelte van een brief van drs. Fahner van het zendingsterrein in West-Irian., We nemen een stukje over.
Van baby tot volwassene.
„Wij moeten al onze Westerse begrippen een beetje bijschaven, als ze toegepast worden op een zo andere cultuur, als die van het primitieve Jali-volk.
Dat geldt ook als wij spreken over leeftijdsgroepen. In het kort zien we bij het Jali-kind de volgende fasen: baby, kleuter, „jongeling", volwassene. Na de geboorte wordt d.e baby al spoedig in een net gelegd — bladeren onder en boven het kind, misschien nog eens een jong varkentje ernaast — en op moeders rug meegedragen. De jonggeborene wordt op deze wijze meegenomen naar alle plaatsen waarheen de moeder gaat, naar de tuin, naar de kerk, enz.
Na ongeveer een jaar verhuist de baby van het draagnet naar de schouders van de moeder. Zichzelf vastgrijpend aan het haar van zijn moeder, wordt het kind wat meer vertrouwd met de wereld rondom, nu het niet langer in het donkere net ligt opgesloten. Als het kind op eigen benen kan staan, mag het ook zelf lopen, maar op grotere afstanden wordt het nog vaak gedragen. De Jali-baby's krijgen een voor ons begrip ongewoon lange tijd borstvoeding, vaak tot ze een jaar of vier, vijf zijn. Dat is overigens niet zo erg, want hierdoor krijgen ze tenminste nog enige eiwitten binnen; toch zien we nog vaak kinderen met door ondervoeding ontkleurde haren. Wij kunnen van een kleuter spreken, als het Jali-kind niet meer door zijn moeder gevoed wordt. Het is dan voor zijn voedingafhankelijk van het niet al te rijke menu, waar dit primitieve volk eeuwen van geleefd heeft: zoete aardappels in de eerste plaats, wat bladgroente en zelden — alleen bij feestdagen — een miniem stukje varkensvlees, of, als bij volle maan de mannen een gunstige jacht gehad hebben, een stukje bosrat.
Al vrij vroeg moeten de jonge kinderen, vooral de meisjes, meehelpen bij de landbouw. Zo worden ze op tamelijk jonge leeftijd ingeschakeld in het „arbeidsproces", de jongens helpen de mannen, die de ontginning, de bedden maken en de sloten graven, d.e meisjes werken samen met de vrouwen aan het planten, verzorgen en oogsten."
Zwart.
In hetzelfde kontaktblad stonden ook enkele gedichten van de tweede sekretaresse, mejuffr. Wil Snetselaar. We geven er één door, wat ons wijst op de zwartheid van de zonde, waarmee we allen zijn besmet.
ZWART
Waarom ben ik niet zwart, waarom ben ik blank, een gepleisterde ? Waarom hoef ik niet te lijden, waarom word ik niet vernederd om de kleur van mijn huid? Heere, verneder Gij mij! Mijn hart is zwarter dan de huid van de zwartste neger mijn gedachten zijn zwart en mijn gevoelens zwart en rood: mijn handen zijn zwart zij hebben geslagen, gewezen en mijn ogen zij zijn niet blauw maar zwart zij hebben mensen doorpriemd als een vlijmscherp mes van haat mijn mond, mijn tong, zij zijn zwart, zij hebben gesproken, gezwegen... gepijnigd, gekwetst... Ik ben geen blanke!
Door één mens is de zonde in de wereld gekomen, maar door geloof en bekering-is er in de Heere Jezus de Weg der Zaligheid geopend!
Die zijn zonde belijdt en lost..........!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1970
Daniel | 16 Pagina's