Brief van de evangelisatiepost Merksem
Beste vrienden.
Het is alweer een jaar geleden, dat we cnze arbeid in Merksem en Antwerpen mochten aanvangen. Dat jaar is omgevlogen. Het was een jaar vol afwisseling, mee en tegenvallers, teleurstellingen, droefheid, blijdschap, en van alles wat.
In Merksem hebben we in het afgelopen jaar vier sterfgevallen meegemaakt en hiervan ook de begrafenissen geleid. Hoewel dit altijd een droevige zaak is, is het nochtans een unieke gelegenheid om het woord van God te brengen aan hen, die we op een andere wijze nooit kunnen bereiken en omdat de mensen in deze streken niet gewoon zijn, ja het dikwijls nooit gehoord hebben, dat er op een graf gesproken wordt, laat het veelal toch meer indruk na dan men zou denken. Dit hebben we enkele malen mogen opmerken.
Het is en blijft echter in gewone omstandigheden zeer moeilijk om de mensen te benaderen, laat staan ze enigermate te interesseren. Dat hebben we deze dagen weer goed ervaren. We hadden n., 1. van de fa. W. clen Hertog, Utrecht, 77 losse delen van de eerste uitgaven van Vreugdenhils Bijbelse geschiedenis gratis gekregen om onder de Merksemse jeugd uit te delen. We waren met deze gift dan ook erg verblijd. Door de zomerakties van de Nederlandse jonge mensen beschikken we over een lijst van namen en adressen van kinderen, die in de speeltuin te Merksem kwamen luisteren, als er een verhaal uit de bijbel verteld werd of dat er samen gezongen werd. We hebben zeventig van die kinderen een vriendelijk briefje gestuurd, met de mededeling, dat ze geheel gratis een mooi boek aan ons adres mochten komen afhalen. We hadden daar de dinsdag vóór kerstfeest voor gesteld. De jonge mensen van onze gemeente te Merksem hadden alle kinderbijbels keurig ingepakt en we zaten 's dinsdags gereed om de stroom van kinderen op te vangen en er kwamen er schrik niet, twee.
Dat was toch wel een beetje een teleurstelling. Wij geloven echter dat dit meer ligt in het verbod der ouders, dan in de afwijzing door de kinderen.
We gaan nu binnenkort proberen of cle Antwerpense jeugd en hun ouders, toeschietelijker bevonden worden dan de Merksemse. Misschien zijn die van Antwerpen edeler dan die van Merksem, gelijk die van Berea edeler waren dan die van. Thessalonica.
Dat was dus een teleurstelling, maar nu willen we toch ook nog een aangename meevaller vertellen.
Een mevrouwtje, waarmee we al geruime tijd kontakt hebben moest naar het ziekenhuis. Ze had bij al haar benodigdheden ook een bijbeltje bij zich, dat had ze indertijd bij een aktie gekregen. Dit lag op haar nachtkastje in het ziekenhuis en trok de aandacht van twee nonnen, zusters in het ziekenhuis. Zij vertelden aan de patiënt dat ze ook zo graag een bijbel zouden willen hebben, maar niet wisten hoe er aan te komen. Toen heeft die mevrouw mij opgebeld en gevraagd of ik hen er aan helpen kon, wat ik natuurlijk graag direct deed. We hebben twee bijbeltjes keurig beide als kerstpakketje ingepakt met een tekst en een hartelijke wens voor een gezegend kerstfeest erbij en op kerstavond zijn mijn vrouw en ik samen naar het St. Elizabeth-ziekenhuis te Antwerpen gegaan, hebben die mevrouw een bakje fruit gebracht en hadden het genoegen aan één der non-zusters, de ander was afwezig, de bijbeltjes te overhandigen, waarbij we nog een kort gesprek met haar mochten hebben over de grote troost, die Gods Woord ons biedt. We werden hartelijk bedankt en we mochten juist dezer dagen nog van die patiënte vernemen, dat de zusters er erg blij mee waren en er dagelijks in lezen. Beste vrienden, doet u dat ook elke dag graag?
Ik ben in Nederland dikwijls in ziekenhuizen geweest en heb daar patiënten van onze gemeenten bezocht, maar die hadden lang niet altijd een bijbeltje bij zich. Dan is dit toch voor velen van ons wel een beschamend voorbeeld, vindt u niet?
De patiënte is weer uit het ziekenhuis en misschien zien of horen we nooit meer iets van die twee nonnekes, maar Gods Woord zal niet ledig wederkeren en doen wat Gode behaagd.
Mijn vrouw en ik zijn die kerstavond met blijdschap en verwondering in ons hart naar huis gegaan en mochten weer eens temeer ervaren, dat het waar is wat Gods Woord zegt door de mond van de profeet Zacharia in het 4e hoofdstuk het 6e vers het laatste gedeelte;
„Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de Heere der heirscharen”.
Het zij daarom ons aller bede: Uw koninkrijk koom' toch, o Heer! Ai, werp den troon des satans neer; Regeer ons door Uw Geest en W r oord; Uw lof word' eens alom gehoord, En d' aarde met Uw vrees vervuld, Totdat G' Uw rijk volmaken zult.
Hartelijk gegroet, Uw G. H. Kieviet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 februari 1970
Daniel | 16 Pagina's