Ontwakend Afrika
Hoe kennen we de geschiedenis?
Hoe kenners we de geschiedenis?
Het is nog niet zo lang geleden, dat met het begrip „Algemene Geschiedenis" praktisch bedoeld werd de geschiedenis van Europa. Het grootste deel van de wereld werd aangeduid met de term „buiten-Europese gebieden". In cle 20ste eeuw begonnen de buiten-Europese staten Europa te overvleugelen; eerst de Verenigde Staten, later ook Japan en de Sovjet-Unie. Weliswaar bleef Europa een belangrijk gebied, maar het vanzelfsprekende centrum van de wereld was het niet meer.
Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er al spoedig een grote breuk tussen de westelijke en oostelijke overwinnaars van Hitiers Derde Rijk. De tegenstelling tussen cle Verenigde Staten en zijn bondgenoten enerzijds en Rusland met zijn satellieten anderzijds openbaarde zich in allerlei conflicten, die soms een derde wereldoorlog dreigden in te luiden (denk b.v. aan de moeilijkheden rond Berlijn en aan Cuba).
Naast deze twee machtsblokken groeide een „derde macht" van staten: die in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Afrika, het werelddeel waar we ons in een serie artikelen mee hopen bezig te houden, neemt in deze groep een belangrijke plaats in.
Donker Afrika.
We zullen ons beperken tot dat deel van Afrika dat altijd, het minst in de publiciteit gestaan heeft: het gebied ten. zuiden van de Sahara en ten noorden van de Unie van Zuid.-Afrika.
Dit gebied, wordt ook wel, naar de huidskleur der bewoners, aangeduid als donker of zwart Afrika. Daar deze landen tot voor 100 jaar geleden onbekend gebied gebleven zijn, spreekt men ook wel van „de jonge landen" van Afrika. Vaak heerst het misverstand, dat deze landen „jong" genoemd worden omdat ze bijna geen geschiedenis zouden hebben. Weliswaar hebben vele volken in Afrika eeuwenlang geen schrift gekend, zodat we een belangrijke bron, de geschreven taal, moeten missen. Desondanks weet men tegenwoordig toch het één en ander over Afrika's verleden.
Drie bronnen.
Dit danken we in de eerste plaats aan oudheidkundige vondsten in Afrika, die hun weerga in de wereld niet kennen.
Daarnaast wordt steeds meer aan de mondelinge overlevering een plaats toegekend als bron voor de geschiedwetenschap. Het is natuurijk altijd cle vraag of een bepaalde overlevering betrouwbaar is. In verschillende gevallen is het mogelijk de mondelinge getuigenissen aan een oudheidkundige vondst te toetsen; het is frappant te constateren, dat ze dan meestentijds op waarheid blijken te berusten.
Zo bestond in Oeganda de overlevering die verhaalde dat op eenzelfde plaats twee verschillende vorsten hun hoofdstad gebouwd hadden, wat men natuurlijk aan de oppervlakte niet kon zien. Inderdaad vond men bij een archeologisch onderzoek een tweede en kleinere nederzetting onder degene die nog te zien was! Het belangrijkst voor de kennis van de geschiedenis van Afrika zijn de geschreven documenten.
Deze zijn echter voor het gebied ten zuiden van de Sahara zeer beperkt. Dit komt omdat het schrift er, behalve in Ethiopië (of Abbessynië) lange tijd onbekend is gebleven. Voor de historie tot de 15de eeuw beschikken we over Arabische beschrijvingen van zwart Afrika. Daarna zijn we aangewezen, op documenten van de nieuwe ontdekkers, de Europeanen.
Beschrijvingen beperkt en niet waarheidsgetrouw.
Hun beschrijvingen betreffen slechts de kusten. Ze waren verzot op verhalen over ongewone dieren, mensen met meerdere hoofden, rivieren die stroomopwaarts stroomden en over zonderlinge gebruiken; ze bekommerden zich weinig om de nauwkeurigheid van hun informaties. Beschrijvingen. die zij mee terugbrachten over onbeperkte hoeveelheden ivoor, goud en specerijen prikkelden steeds meer de begeerte van stoutmoedige kooplieden in Portugal, Nederland, Engeland enz. Geleidelijk, aan vestigden zij zich in handelsposten, altijd aan de kust, en begonnen zij aantekeningen te houden van hun transacties, hun ruzies en hun contacten met de Afrikanen.
Deze contacten bleven zeer beperkt. Dit kwam door de geaardheid van het land en door de aard van de Afrikanen. Voor blanken was het bijna onmogelijk om in leven te blijven op andere plaatsen dan aan de kust. De hitte, de ontelbare ziekten, de ontberingen, de afschrikwekkende tropische oerwouden en de onmetelijke woestijnen waren er de oorzaak van dat ze in de buurt bleven van de handelsposten, die zij zo Europees mogelijk inrichten.
Anderzijds waren de stamhoofden, die het geluk hadden de kuststrook te beheersen, vastbesloten om een dergelijke waardevolle positie in eigen hand te houden; als tussenpersoon maakten zij grote winsten. Doordat alle handel vanuit het binnenland door de handen van de stamhoofden passeerde, bestond er nauwelijks Europees contact met het binnenland.
Dit gold ook voor de periode die volgde na de handel in ivoor en goud — die van de slavenhandel. Het bronnenmateriaal dat de Europeanen ons verschaffen, heeft dus een beperkte omvang.
Grote belangstelling voor Afrika.
In de 19de eeuw ondergaat het geschreven bronnenmateriaal een. indrukwekkende verandering. Dit komt doordat het werelddeel meer in de sfeer der belangstelling getrokken wordt. Over de slavenhandel wordt door velen in afkeurende zin geschreven, de zendings-activiteiten worden verdubbeld. Maar bovenal: dit is de periode van het gevecht om Afrika, waarin de Europese regeringen bezig zijn om het continent onder elkaar te verdelen en elk land een passend deel te geven. Enorme hoeveelheden. papier werden gewijd aan het vastleggen van deze onderhandelingen. Sommige bevatten waardevolle informaties over de gebieden waarop ze betrekking hebben, andere slechts droge beschrijvingen van de grenzen, die op de kaart van Afrika worden geregeld door Europese politici. Het is ook de eeuw waarin expedities worden on-
dernomen naar het binnenland om de bronnen te vinden van de Nijl of de Kongo.
Later komen we op de ontdekkingsreizen terug; het is hier van belang te vermelden dat de meeste van de ontdekkingsreizigers over hun tochten schreven.
In de 19de eeuw waardevolle bronnen.
Zowel de omvang als de kwaliteit van de geschreven bronnen, voor de geschiedenis van. Afrika zijn hiermee indrukwekkend verbeterd. Bij al dit materiaal, verzameld door de grote ontdekkingsreizigers wordt nu ook gevoegd de geweldige hoeveelheid informatie, die zorgvuldig is verzameld door de nieuwe Europese machthebbers. Hun. rapporten leveren, onuitputtelijke, nauwkeurig verzamelde informatie over elk aspect van het leven in Afrika, niet gekruid. met de sensatiezucht, die vele verhalen van de vroegere reizigers kleurde. In een volgend artikel hopen we iets van de geschiedenis van dit ontwakend deel van de wereld, ons door de bovengenoemde bronnen bekend, geworden, te bezien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 1970
Daniel | 15 Pagina's