DE SPORT EN . . . WIJ ?
Nog even een snelle pass naar links, een licht tikje naar de midvoor, via diens schoen naar het hoofd van de linksbuiten — het hele stadion staat al overeind! — en.... ja hoor, goal!! Het machtige geraamte van de stalen kuip krijgt veel te verwerken: de enorme juichende joelende menigte weet niet op welke wijze ze haar vreugde het dolst kan uiten.
Jongelui, met de sport in het algemeen, en in de eerste plaats met de voetbalsport, komen jullie allemaal in aanraking!
Je bent leerling op een h.a.v.o of m.a.v.o-school: waar wordt 's maandagsmorgens druk over gepraat?
Je werkt op fabriek of kantoor: wat zijn de gesprekken op diezelfde maandagmorgen? Je komt 's maandagsavonds thuis van je werk of uit school: waar is tweederde van de al of niet christelijke krant die dag mee gevuld?
Je rijdt 's woensdagsavonds tussen half acht en tien uur op de rijksweg: wat is het toch stil op de weg! O ja, Europa-cupwedstrijd, op de t.v.!
Of je wilt of niet, de sport is niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven!
Hoe komt dat? Het antwoord ligt voor de hand: het bekende rijtje communicatiemiddelen (krant, radio, t.v.) moet ook hier genoemd worden. De kranten brengen een blessure van Piet Keizer in de opmaak van wereldnieuws, foto's tonen ons een triomfantelijke voetbal-ster, gedragen op de schouders van zijn enthousiaste supporters, de radio-verslaggever staat in een adembenemend tempo achter de bal aan te praten, en de t.v. mensen weten niet hoe snel ze hun kiekkastje naar links en naar rechts moeten draaien. Al enkele dagen vóór een zgn. belangrijke wedstrijd wordt de interesse gewekt door allerlei beschouwingen over de ploeg, de spelers en de trainer. En op de dag van de wedstrijd zelf kunnen geen tien Biafra's of Vietnams de kijkhongerige massa van het t.v.-scherm afhouden.
En zo zijn er fabrieken, waar tussen volwassen mensen over weinig anders gepraat wordt dan over de voetbalsport: de overwinning, de nederlaag, de komende kansen, alles krijgt een beurt.
Er zijn scholen waar de ene jongen de andere toevoegt (voorlopig nog grappig bedoeld): „Ik praat niet met een Ajax supporter". Op diezelfde scholen zijn er leraren die „de strijd" tussen beroemde clubs alleen maar aanwakkeren!
Daar sta jij tussen; je wilt meepraten — of misschien toch niet? — en je kunt het nog ook! Want ook al heb je dan geen t.v. thuis, ook al heb je niet naar de radio geluisterd, je hebt de prognose van vrijdag of zaterdag in de krant goed bestudeerd en je kunt het dagblad best een beetje nakletsen. Bovendien kun je er dinsdag, met behulp van de maandagse sportpagina's nog eens veilig op terugkomen. Of, nóg eenvoudiger, je koopt nog vóór je werk begint of vóór schooltijd een krant waardoor je volledig op de hoogte blijft.
Of is er in jouw leven tóch iets dat zegt (misschien alleen, maar fluistert): nee, daar mag ik niet in opgaan, dat geeft uiteindelijk toch geen échte vreugde Maar je durft er „eigenlijk" niet eerlijk voor uitkomen. en praat zomaar een beetje mee. Of je zwijgt. Misschien zou je wel willen protesteren, maar je durft niet, bang uitgelachen of vreemd aangekeken te worden. Ja maar zegt een ander, wat is er nu werkelijk op tégen? Ja natuurlijk, zondagssport keur ik af, maar een Cup-wedstrijd heeft m'n interesse wel! O ja? Blij dat Feyenoord won met 2—0 van de wereldkampioen uit Milaan? Je weet toch dat deze clubs ook — meestal! — op zondag spelen! Is zo zondagssport én sport-door-de-week wel uit elkaar te houden? Kun je écht warm lopen voor een aantal mensen, die moedwillig de dag van God ontheiligen? Vind je niet, dat ook jij meedoet met dit vertrappen — letterlijk! — van Gods dag als je , op jouw nette manier natuurlijk, vol interesse bent over de resultaten van de afgelopen zondag? Als je er even aan denkt, hoe puur beledigend dit voor God is, kun je dan nog meejuichen, of in ieder geval méé voldaan zijn over de sucessen van een Johan Cruyff, een Wim van Hanegem, een Coen Moulijn? Zijn deze mensen dan nog langer van die geweldige knapen voor je, van die supermensen, die bijna foutloos zijn? De Wet van God zegt duidelijk: gij zult geen andere goden dienen. Elia roept ook óns toe vanaf de Karmel: kiest u heden wie je dienen wilt. Is de Heere God, dient Hem; is baäl God, dient hem!
Herken je de baäls van onze tijd? Zou „koning voetbal" er niet één van zijn? Wil je écht op het altaar van déze baäl offeren? Jongelui, dit moest me even van het hart. Ik bedoel je niet op grootvaderlijke manier te bekapittelen. Ik wil je wel graag aan het denken hebben over deze dingen. Vroeger waren er nogal eens verenigingen met de wat vreemd aandoende naam „Prediker 12 : 1a". Als je deze tekst eens naleest, zul je de bedoeling verstaan: Gedenk aan uw Schepper in de dagen van uw jongelingschap". Dan gaat Gods oordeel niet alleen over de uitpuilende stadions, maar over alle dingen die we tussen God en onszei}: inschuiven.
Advent 1969. Waar zie je meer naar uit?
Naar de volgende Cup-wedstrijd óf naar het Licht Dat uit de duisternis opging, naar Jezus, Die het Licht der wereld is? Verlang je al in Zijn licht te mogen leven? Dan heeft de wereld je weinig plezier meer aan te bieden, maar dat is dan ook niet erg. Een gezegend kerstfeest allemaal!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1969
Daniel | 16 Pagina's