JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

jeugdfontein

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

jeugdfontein

10 minuten leestijd

Mijn inleidend, praatje zal dit keer erg kort zijn. Voor onze rubriek hebben we veel te plaatsen en jullie merken wel, dat we veel meer ruimte gekregen hebben dan voorheen. Ook. wordt onze rubriek vandaag verder verzorgd door de vereniging uit Meliskerke. Zoals jullie zien is het heel goed mogelijk, dat een vereniging onze jeugdfontein doet spuiten. Ik zou zo zeggen, dat andere verenigingen dit voorbeeld maar eens moeten volgen. Het woord is nu dus aan Meliskerke.

De geboorte van Christus.

Het is nacht. Midden in de nacht. Als we kijken in de velden rondom Bethlehem dan zien we een vuur en rond dat vuur zitten mensen. Wie zijn toch die mensen? Ze hebben een vuur gemaakt om zichzelf warm te houden. In die dagen waren herders nederige mensen. Maar toch vertelt de Heere eerst aan die herders het grote wonder. Want in die nacht gebeurt het grote wonder van Christus.

Jozef en Maria zijn in een stal, die ze moeten beschouwen als een herberg. Nergens was er plaats voor die arme mensen. In die stal staat een kribbe en er ligt een beetje stro. En 's nachts gebeurt het dat Christus wordt geboren!!! Zijn moeder Maria heeft maar een paar doeken bij zich, waar ze het kind inwikkelt. Dan wordt Hij in de kribbe gelegd. Dat is nu Zijn wieg. Het ziet er alles maar arm uit. Zo heeft God het gewild. Nederig moest de Heere Jezus geboren worden en nederig zou Hij sterven.

De herders zitten nog steeds bij het vuur. Het is er erg stil en donker. Plotseling een groot licht. Wat is dat nu? De herders horen zingen: „Ere zij God in de hoogste hemelen, vrede op aarde, in de mensen een welbehagen". Het klinkt heel mooi en zuiver. Wie zingen dat? Het zijn engelen, die door God gezonden zijn om de blijde boodschap te brengen. Hoor maar wat ze nog zeggen: „Vreest niet, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, namelijk, dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus de Heere in de stad Davids, welke is Bethlehem". Toen hield de stem op en de engelen verdwenen.

De herders zijn eerst verstomd; zoiets hebben ze nog nooi meegemaakt. Maar clan zeggen ze: „Komt, laat ons gaan naar de stad Davids". Ze laten hun schapen zo maar achter en gaan naar Bethlehem. Als ze in de stal komen zien ze daar het Kindeke Jezus in doeken gewonden en liggende in de kribbe. In aanbidding knielen ze neer bij Jezus.

Dan gaan ze heen om overal te vertellen, dat de lang beloofde Messias nu geboren is. Sommige mensen waren blij, maar er waren ook mensen, die niet blij waren o.a. Herodes.

De herders gaan weer naar de kudde terug verheerlijkende en prijzende God over alles wat ze gezien en gehoord hebben. Zo is de Heere Jezus op aarde gekomen in een beestenstal, arm. en. nederig om. voor onze zonden te lijden en te sterven.

Sam Koppejan maakte voor ons deze kerstpuzzel, die als nummer 9 in onze serie meedoet. Inzendingen binnen veertien dagen graag binnen.

1 was het volk, waaruit de Heere Jezus werd geboren. 2.i De Heere Jezus heeft gezegd: „ Vader geeft u dat ware brood uit de hemel. 3 zeide: „Zie, de dienstmaagd des Heeren". 4 was een dochter van Fanuël. 5 lag in Galilea. 6 die Mijn naam vreest zal de Zon der Gerechtigheid opgaan. '!. Een des verbonds. 8. De Heere Jezus werd geboren tot een der heidenen. 9. Een bepaalde streek werd genoemd: het der heidenen. 10. De wijzen kwamen uit het 11. Christus wordt ook wel zoon genoemd.

12 was priester te Salem. 13. De Heere Jezus was arm en rijdende op een 14. De der stommen zal juichen. 15. Een Kind is geboren. 16 kwam des nachts tot Jezus. 17 verwachte de vertroosting

Israëls. De beginletters van de gevonden woorden

vormen, een heel mooie tekst. Sturen jullie bij deze oplossing ook de uitkomst van de volgende mooie rebus, die gemaakt ad spragt.

Een wondere kerst.

Een wondere kerst. Het was erg laat. Peter dook nog dieper in. zijn. jas. Een gure wind, afgewisseld door regen. en. hagel, striemde het land. Peter keek op z'n horloge.! Wat, al half tien? Dan moet hij wel opschieten wil hij voor tien uur klaar zijn. Het was 24 december 1944. Je zult je misschien wel afvragen: „Wat doet die jongen nog zo laat buiten in dit weer? " Peter bracht illegale blaadjes rond. Dat moest in diep geheim, want Nederland was bezet door Hitiers troepen. Peters vader, timmerman Blankbenburg, zat in een verzetsgroep. Daar was Peter wat trots op. Peter was de oudste zoon thuis en nu moest hij blaadjes rondbrengen, die vader van de leider van de verzetsgroep gekregen had. Vader had juist deze avond uitgekozen om de blaadjes rond te brengen. Peter had zich verkneukeld van pret, maar vader had gezegd: „Jongen, wees voorzichtig hoor, je bent nog maar vijftien!" „Zeker, vader en moeder, ik zal erg goed oppassen hoor" had hij gezegd. Toen was hij de deur uitgegaan. Hij was van plan zijn woord te houden. Nu loopt hij hier, of beter gezegd, nu sluipt hij hier, want in zijn hart is hij toch een beetje bang van de Duitsers.

Op eens hoort hij voetstappen. Peter krimpt in elkaar. Hij duikt achter een struik en gluurt voorzichtig naar wie daar loopt. Hoe voorzichtig hij ook zijn hoofd buiten de struik waagt hij wordt ontdekt. Een groep N.S.B.-ërs heeft hem gezien. Ze schreeuwen en brullen door elkaar. Ze willen allemaal tegelijk bij de struik zijn. Peter gaat er met grote sprongen vandoor. Opeens ziet hij het huis van zijn aartsvijand Jan Tam, de N.S.B.-ër van hun dorp. Met een ruk haalt hij een illegaal blaadje uit zijn laars en duwt het door de brievenbus. Dan zet hij de spurt er in. Achter zich hoort hij zijn kwaaie vijanden. Peter rent aan een stuk door. In zichzelf grinnikt hij. Wat zal die Jan Tam opkijken als hij het blaadje vindt. Hijgend komt hij de werkplaats binnen, gooit zijn laarzen uit, pakt de blaadjes en gaat naar binnen.

„Peter, wat is er gebeurd? ", roept moeder uit. Vader komt ook binnen. Hij heeft het lawaai gehoord. Vragend kijkt hij naar moeder. „De N.S.B.-ërs zitten achter mij aan!", stamelt Peter. Moeder wordt bleek. Vader pakt de blaadjes, die over gebleven zijn en gooit ze in de kachel. Vader beheerst zich

en zegt: „Peter, pak dat boek en. ga rustig zitten lezen en moeder probeer je rustig te houden". Vader pakt zelf een krant en gaat rustig zitten lezen. Als de N.S.B.-ërs eens binnen zullen komen moeten ze geen sporen vinden van iemand, die overhaast naar binnenkwam. Wel een kwartier zitten ze stil. Dan zegt vader: „Peter, vertel je wedervaren eens? ". Dat doet Peter graag. In geuren en kleuren vertelt hij zijn verhaal. Als hij klaar is zegt vader, dat hij zich kranig gehouden heeft en moeder is het met hem eens. Als Peter een half uur later in bed kruipt denkt hij nog eens over alles na. Het is 4 uur in de nacht. Peter wordt wakker van zwaar geronk. De Tommies, schiet het door hem heen. Hij gaat naar het raam. Opeens een grote knal, een lichtflits en weer een donderende explosie. Er is een vliegtuig geraakt, weet hij. Hij blijft nog een poosje kijken. Als hij op het punt staat weer in bed te kruipen schrikt hij plotseling. Twee witte schimmen zweven voor het raam. Parachutes, denkt hij. Hij haast zich naar de slaapkamer van zijn ouders. Hij ziet vader rechtop zitten en. fluistert: „Vader, er zijn twee mensen uit het vliegtuig in onze tuin geland." Vader springt uit bed en trekt vlug enkele kledingstukken aan. Peter snelt naar zijn eigen kamer en volgt vaders voorbeeld. Als ze beneden komen horen ze tikken tegen de achterdeur. Vader doet open. Dan horen ze een stem: „Are we by friends? (Zijn we bij vrienden? )" Vader, die goed Engels kan, antwoordt: , Yes, you are by good Dutchman (Ja, jullie zijn bij goede Nederlanders)". Dan schuiven de twee Engelsen naar binnen. Hun parachutes hebben ze zij zich. Vader neemt ze mee naar een geheime kelder onder het huis. In de kelder blijkt, dat één van de Engelsen aardig Nederlands kan spreken. Hij vertelt, dat hij piloot was op een Mitchel-bommenwerper. Zijn vriend was boordschutter. Er was nog een derde man aan boord. Toen het vliegtuig geraakt werd. kreeg hij een stuk ijzer tegen zijn hoofd. Hij is met het vliegtuig verbrand. Weer een makker in de strijd gebleven. Zo zit Blankenburg een poosje met hen te praten. Peter is intussen een schaal brood wezen halen. Als hij binnenkomt zegt Blankenburg: „Eet maar zo veel als je lust, mannen!" De stoere mannen met hun R.A.F.-uniformen laten zich het eten goed smaken. Als ze klaar zijn herinnert één van de mannen zich, dat 't vannacht de kerstnacht is. Allebei geloven ze in Gods Woord. Het wordt even stil, dan pakt de boordschutter zijn zakbijbeltje en leest Lukas 2. De eerste helft in het Engels en de tweede in het Nederlands. Hij leest: „Vrede op aarde en in de mensen een welbehagen". Daar denken ze allen over na. Vrede, en dat in oorlogstijd, terwijl ze nauwelijks aan de dood ontsnapt zijn. Toch is het waar, dat er vrede is voor een ieder, die Gods kind mag zijn. Daar spreken ze ook met elkaar over, maar hier is Peter niet meer bij want vader heeft hem naar bed gestuurd. Een uurtje later slapen ook vader en de piloten. De twee Engelsen op een heerlijk bed, dat ook in de kelder staat.

De volgende morgen gaan vader, moeder, Peter en Bert, zijn broertje van dertien, naar de kerk. De dominee preekt ook over Lukas 2. Hij doet het zo eenvoudig, dat ook de jongens het kunnen begrijpen. Toch dwalen hun gedachten wel eens af naar die twee mannen thuis in de kelder,

's Middags gaan Bert en Peter naar de zondagsschool. Peter gaat er nu af. Alle kinderen krijgen een boek, maar zij die er af gaan een extra dik. Blij gaan ze naar huis. Als ze thuis komen vertelt vader, dal de Duitsers niet gemerkt hebben, dat er twee vliegers ontkomen gijn, vandaar dat er ook niet naar gespeurd wordt en het wei verantwoord is, dat ze in de kamer komen Spoedig zitten ze met hun zessen rond dc tafel. Net als cle vorige jaren krijgen de jongens van hun ouders een leesboek en vertelt vader het Kerstevangelie. De Engelsen verdelen de chocola, die ze nog hebben onder de jongens. Wat is dat heerlijk, dat hebben ze in lange tijd niet gegeten. Ook vader en moeder moeten er van proeven. Daarna vertellen de Engelsen van hun belevenissen uit de oorlog. Zij hadden ook meegedaan aan de invasie in Normandié. Ademloos luisteren de jongens toe. Het wordt ongemerkt laat. Ze moeten naar bed en dan vraagt vader of één van cle piloten wil danken. Plechtig klinkt door de stille kamer het Onze Vader in het Engels.

Weldra liggen de jongens nu in bed. Ze hebben veel om over na te denken. Dit weten ze wel: Deze wondere kerst zullen ze nooit vergeten.

André de Korte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1969

Daniel | 16 Pagina's

jeugdfontein

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 1969

Daniel | 16 Pagina's