De laatste reis
Hij wilde weg en heeft de trein genomen. Hij zit verwaasd te turen door het raam, en snel bewegen huizen, koeien, bomen. Hij vindt voor alles niet zo gauw de naam.
Hij voelt zich voor het leven onbekwaam. Hij prevelt wat, vervalt dan weer in dromen: hij zat met velen in 't gesticht te zaam, hij icset de plaats niet waar hij uit zal komen.
Het is voorbij wat hij in 't leven won. Zijn vrouw is jarenlang al overleden. Hij werkte staag in regen en in zon.
Maar deze tijcl is van hem: weggegleden, zoals door 't raam de dorpen en de steden. Hij laat zich voeren tot het laatst perron.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1969
Daniel | 18 Pagina's