Aandacht voor Schotland
Kerkelijke kaart van Schotland (1)
Bij wie regelmatig de artikelen in deze rubriek gelezen heeft, is misschien de vraag wel eens opgekomen: „Welke kerken zouden er zoal in Schotland zijn? " Op deze vraag willen we in dit en een volgend artikel een antwoord geven. Evenals in ons land zijn er in Schotland helaas vele kerkgroeperingen.
Indeling.
Je kunt de kerkgroeperingen in Schotland het best indelen naar de wijze van kerkregering, naar de vorm waarin deze kerken bestuurd worden.
Daar is allereerst de groep van kerken, die zich presbyteriaans noemen. Deze kerken hebben het ambt van ouderling („presbyter") en ambtelijke vergaderingen. Vooral de klassikale vergadering („presbytery") neemt een grote plaats in de kerkregering in. Tot deze groep van kerken behoren: de Kerk van Schotland, de Verenigde Vrije Kerk van Schotland, de Vrije Kerk van Schotland, de Vrije Presbyteriaanse Kerk van Schotland en de Gereformeerde Presbyteriaanse Kerk van Schotland. Er zijn in Schotland dus vijf presbyteriaanse kerkformaties, die alle uit de Schotse kerk der hervorming zijn voortgekomen.
De tweede groep van kerken is de episcopaalse of bisschoppelijke. Deze kerken hebben het bisschopsambt (Gr. episkopos: opziener; later bisschop). Zij worden dus niet door klassikale vergaderingen („presbyteries"), maar door bisschoppen bestuurd, die aan het hoofd van een bisdom staan. Tot deze groep van kerken behoren de Schotse Episcopale Kerk en de Roomskatholieke Kerk. Laatstgenoemde kerk is de grootste in Schotland na de nationale Kerk van Schotland. De Rooms-katholieke Kerk is in de loop der jaren snel gegroeid, onder meer door de komst van veel Ierse immigranten, die zich in het westen van Schotland gevestigd hebben. Hier is namelijk veel industrie.
Een derde groep van kerken vormen de independente of onafhankelijke kerken. Deze kerken zijn plaatselijk geheel zelfstandig. Vaak vormen ze wel een unie, maar zij kennen toch niet het gezag van kerkelijke meerdere vergaderingen, waaraan ze onderworpen zijn. Tot deze groep behoren de „Congregational Churches" (gemeentekerken), de Baptisten en de Kerken van Christus.
Naast deze drie groepen komen we in de rubriek „andere kerken" nog tegen: de Methodisten, de Vergaderingen van de Christelijke Broederen, de Apostolische Kerk, de Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen en de Kerk van de zevendedag adventisten.
Ook Schotland met zijn bevolking van 5Vl> miljoen vertoont een bonte kerkelijke kaart. Ongeveer 59 procent van de volwassen bevolking is „communicant member" van een kerk, d.w.z. een lid, dat deelneemt aan het Heilig Avondmaal.
We willen nu iets vertellen over de gereformeerde kerkformaties in Schotland, omdat zij tot de grote familie van gereformeerde kerken behoren, waartoe ook veel kerkgroeperingen in ons land behoren.
De Kerk van Schotland.
De „Church of Scotland', ook wel „The Kirk" genoemd, is de grote nationale kerk van Schotland. Als zodanig wordt ze dooide regering erkend en heeft ze voorrechten en plichten. Hoewel ze deze band met de staat heeft, is ze geestelijk toch onafhankelijk. Meer dan welke andere kerk ook heeft ze het oor van het Schotse volk.
De Kerk van Schotland telt ruim IV2 miljoen leden („avondmaals"-en doopleden). Ze heeft meer dan 2000 predikantsplaatsen en ze wordt bestuurd door 86 klassikale vergaderingen en 12 (provinciale) synodi. De Algemene Vergadering („general assembly") wordt jaarlijks in Edinburgh gehouden.
Deze kerk is van oorsprong een gereformeerde kerk. Ze gaat terug tot de Schotse hervorming van 1560 (John Knox). Haar leer is van huis uit dan ook calvinistisch. Als belijdenisgeschrift heeft ze de Geloofsbelijdenis van Westminster (1648), maar er bestaat geen strenge binding meer aan deze belijdenis. In 1921 gaf een wet in het parlement aan deze kerk de vrijheid om haar leer opnieuw te formuleren, maar altijd binnen een gereformeerd kader. Hiermee heeft de nationale kerk de deur opengezet voor leervrijheid.
Momenteel kan slechts 10 procent van de predikanten gereformeerd genoemd worden. Hun positie is niet gemakkelijk. Zij
laten echter een gereformeerd geluid horen, ook in de kerkelijke vergaderingen. Zij hebben geen organisatie of blad, maar onderhouden wel kontakt met elkaar. Uit hun gemeenten komen opvallend veel jongeren voor, die zich tot predikant geroepen voelen. Enige tijd geleden sprak een vooraanstaand predikant in de nationale kerk er zijn bezorgdheid over uit, dat er zoveel gereformeerde theologische studenten kwamen.
Maar er is ook een vrijzinnige minderheid, die sterk onder invloed staat van cle moderne theologie (Bijbelkritiek, God is docdtheologie, enz.) Tussen beide minderheden in bevindt zich de grote (midden) groep van de middenorthodoxie. Deze predikanten zijn meer of minder orthodox. Zij willen echter niet calvinistisch genoemd worden.
Een gereformeerde predikant in deze kerk vertelde ons, dat er verschillende dingen v/aren die hem en anderen met zorg vervulden. (1) De samensprekingen over eenheid tussen de Kerk van Schotland en do Anglikaanse kerken. Deze gaan onder meer over de erkenning van het bisschopsambt. Iiij zei: „Tegenwoordig wordt er in plaats van het apostolische Evangelie, een ander Evangelie gebracht, n.1. dat van de kerkelijke eenheid." (2) De toenadering tot de Rooms-kat'nolieke Kerk. Dit jaar was er voor het eerst een rcoms-katholieke waai nemer in de Algemene Vergadering van de Kerk van Schotland aanwezig. (3). De openstelling van cie ambten van de vrouw. Het begin hiertoe is vorig jaar in de Algemene Vergadering genomen.
(4). I-Iet verlaten van de Geloofsbelijdenis van Westminster; enerzijds omdat men hier niet meer aan gelooft, anderzijds omdat men terug wil tot de Schotse Geloofsbelijdenis van 15G0. Volgens deze dominee was het echter zeer de vraag of er een tegenstelling tussen beide geloofsbelijdenissen bestond.
De Kerk van Schotland is lid van de Schotse Raad van Kerken en van de Wereldraad var. Kerken.
In de loop der eeuwen hebben zich verschillende groeperingen van de nationale Kerk van Schotland afgescheiden. De eerste Afscheiding vond in 1733 onder leiding van Ds. Ebenezer Erskine plaats. In 1761 volgde de tweede Afscheiding onder leiding van Ds. Thomas Gillespie. De grootste Scheuring („Disruption") kwam in 1843 onder leiding van Ds. Thomas Calmers tot stand. De oorzaak van al deze breuken was de verhouding tot de overheid. Deze wilde namelijk invloed hebben bij het beroepen van predikanten. Later zijn veel breuken weer geheeld door een reeks herenigingen. De laatste grote hereniging vond in 1929 plaats.
Het kerkelijk bureau van deze kerk is in Edinburgh gevestigd (Church of Scotland, Offices, 121 George Street, Edinburgh, 2). Het kerkelijk maandblad heet „Life + Work" (leven en werken).
LIFE + WORK
The Record of the Church of Scotland
De Verenigde Vrije Kerk van Schotland.
Deze kleine kerkformatie met bijna 20.000 leden (die aan het Avondmaal deelnemen) is in wezen gelijk aan de nationale kerk. Zij is de minderheid van de Oorspronkelijke Verenigde Vrije Kerk, die in 1929 niet is meegegaan met de hereniging van deze kerk met de Kerk van Schotland. De voornaamste redenen hiervan waren: (1) de band van de Kerk van Schotland met de staat, en (2) het beginsel, dat de kerk in haar inkomsten moet voorzien door vrijwillige giften van haar leden en niet door bijdragen van de regering of andere openbare fondsen („voluntaryism").
Ook deze kerk heeft als belijdenisgeschrift de Geloofsbelijdenis van Westminster, maar zij erkent de vrijheid van mening over leerstellige punten, die niet het wezen van het geloof raken, (dit „wezen van het geloof" is echter nooit nader omschreven). Dus ook in deze kerk geen strenge binding aan cle belijdenis van de kerk. Eén van de predikanten van deze kerk vertelde ons, dat er van „vrijzinnige elementen" in de prediking en de leer gesproken kan worden.
Deze kerk stelde als een van de eerste kerken in de wereld de ambten voor de vrouw open (1930). Zij is aangesloten bij de Schotse Raad van Kerken en bij de Wereldraad van Kerken.
De „United Free Church of Scotland" telt
de Heere, omdat de bediening wordt gelasterd? Dat is immers het gevolg. De bediening van het heilig Evangelie wordt gelasterd als ambtsdragers, als christenen zondigen en. aanstoot geven. Of heb je nooit het volgende geluid gehoord soms? „Het Evangelie? Hou toch op joh! De groenteboer op de hoek is ouderling in die zware kerk van jou. Maar je moet horen hoe hij tegen z'n vrouw tekeer gaat soms. En dan zwijg ik er nog maar over, hoe hij knoeit met het fruit, dat 'ie verkoopt." Probeer dan nooit die groenteboer goed te praten, vrienden. Zeg dan niet: ja, maar 't is een bekeerde man, hoor .... We mogen nooit o£ te nimmer recht praten wat krom is. Zeg dan maar tegen die man, die zo met z'n groenteboer in zijn maag zit, dat er voor hem maar één vraag belangrijk is. Niet: wat dunkt u van uw groenteboer, die zo'n huichelaar is? Maar: wat dunkt u van de Christus? Als we samen voor Jezus staan, gaan alle monden dicht. Dat neemt niet v/eg: wee die christen, die aanstoot geeft, zodat de bediening wordt gelasterd! Nu is er een moeilijkheid. Er zijn namelijk mensen, die wel heel gauw aanstoot nemen. Dat wil zeggen, aan wat een ander doet. Gods oprechte kinderen hebben het doorgaans meer te kwaad met hun eigen boze hart, dan met dat van een ander. Maar er zijn lieden, die overal direct afglijding, verval, ergernissen zien. Ze zitten geestelijk vol met blauwe plekken, zo vaak stoten ze zich. Als je die mensen naar de ogen zou zien, zou je je op den duur gaan afvragen, of je nog wel adem kunt halen zonder aanstoot te geven. Laat je onder niemands juk brengen, behalve onder dat van Christus! Zo heeft Paulus pertinent geweigerd Titus te laten besnijden, al werd er hevige aandrang op hem uitgeoefend door „verontruste" Judaïsten, die er o, zo'n aanstoot aan namen, aan die onbesneden Titus. Paulus zag dat hun aanstoot in wezen wettisch geijver was. Aan. de andere kant: Timotheus werd wél besneden! Hier lag het anders. Timotheus moest het Evangelie prediken aan Joden, die wél in Christus geloofden, maar die nog „zwak" waren in het geloof. Hun aanstoot—nemen had niets te maken met een wettische zwarigheid, maar met een oprechte verontrusting, met een beperkt inzicht in de christelijke vrijheid, met een geringe kennis van het Evangelie. De Heilige Geest leert Gods kind in het leven van elke dag wel onderscheiden tussen zwakgelovigheid, oprechte verontrusting aan de ene kant, en wettische muggenzifterij aan de andere kant. Wij moeten het geheim leren verstaan van wat Luther zegt: een christen is een zeer vrije heer over alle dingen, aan niemand onderworpen; en. een christen is een zeer dienstwaardige knecht van allen, onderworpen aan allen.
Als droevig zijnde, doch allijd blijde
Je ziet, we moeten van vers 3 naar vers 10 springen. Léés wat er tussen ligt, en ga eens voor die spiegel staan! Maar deze woorden zijn wel bijzonder ontroerend. Als droevig zijnde .... De ware blijdschap gaat altijd langs de afgrond van de droefheid. Droevig, ben je dat wel eens? Als je niet weet wat echte droefheid is, weet je ook niet wat echte blijdschap is. Wij zijn zulke ellendige mensen, wij zitten er meestal zo half tussen in. „Hoe gaat het met je? " „Och, 't gaat wel .... „En zo is het ook meestal. Het gaat wel. We sudderen zo maar wat voort in het leventje van elke dag. Niet koud, niet heet, niet droevig, niet blij. Soms, als er iemand sterft van wie we veel hielden, zijn we bedroefd. Soms, als we voor een examen slagen, zijn we blij. Er zijn mensen, die zoveel slagen hebben gekregen, dat de droefheid als een sluier om hun leven hangt. Daar word je akelig en weemoedig van. Er zijn ook christenen, die voelen zich door hun christen-zijn verplicht, blij te doen. Daar word je zenuwachtig van. Maar noch het een, noch het ander bedoelt Paulus hier. Het gaat hier om droefheid omwille van het Evangelie, en ook om. blijdschap omwille van het Evangelie! Ken je die droefheid, die het leven met het Evangelie met zich meebrengt? Ja, dan is er droefheid als wij aanmerken de dingen die wij zien. Want wat zie je, als je waarlijk met het Evangelie leeft? Velen keren zich van. je af, je komt heel alleen te staan. Je wordt tegengewerkt, belasterd. Sommigen vinden je te licht, anderen te zwaar; niemand zegt het je in je gezicht, maar je komt het via een ander te weten. Je wordt als Paulus gewantrouwd (Hand. 9), belasterd (Antiochië!), nu eens bewierookt, dan weer verguisd (Lystre!), gewogen. en te licht bevonden (Hand. 15), verketterd. (Thessalonica!), en bespot (de Areopagus). Dat maakt droevig. En wat het meest droevig maakt, is je eigen lauwe, zondige, onwillige en luie hart, dat al die droefheid niet neemt, niet wenst, niet slikt. Doch . . . altijd blijde! Als je oog omhoog gaat, als je af mag zien van het werk, dat hier onder je handen dreigt af te brokkelen, als je in de vereenzaming op de knieën gaat om je te sterken in de Heere.
Dan troost de Trooster, de Heilige Geest, Die het waarmaakt: de vrucht des Geestes is blijdschap.
Arm, doch velen rijk makende
Het stervenswoord van Maarten Luther: „Wij zijn bedelaars. Dat is waar." Maar de arme bedelaars Paulus en Maarten Luther hebben er velen rijk gemaakt. Dat is óók waar. Arm. naar het stoffelijke, ja. De Heere werft Zijn Gemeente nu eenmaal graag uit de kringen van de niet vele rijken, niet vele edelen. Maar ook arm naar de geest. Zalig zijn de armen van geest, niet omdat ze arm van geest zijn, maar omdat hunner is het Koninkrijk der hemelen. Kun je je ook zo arm, zo berooid van geest voelen? Dat je zeggen moet: wat ben ik toch een zondige dwaas. Dat is nog zo slecht niet. Denk aan die man die de parel van grote waarde vond. Hij verkocht al wat hij hacl. Hij was op slag straatarm. Zo moeten wij ook arm worden, door alles te verkopen wat wij hebben. Al onze vermeende rijkdommen van bijbelkennis, sprekersgaven, gebedsgaven, dogmatische kennis, waarmee we zo graag pronken, en wij moeten straatarm worden in onszelf. Dan is er plaats voor de parel van grote waarde, de Heere Jezus en de rijkdom van Zijn genade. En met die parel kun je er zoveel rijk maken, vrienden! Met onze pralende bijbelkennis of dogmatiekspuierij maken we niemand rijk. Dan maken we alleen maar dat een ander zich dom en ongelukkig gaat voelen, als wij zo rijk staan te doen.
Zo moeten we afscheid nemen van de apostel der heidenen. In de kracht Gods droeg hij het Woord van de Man van smarten als een banier door de donkere wereld van zijn dagen. En omdat zijn woorden gesproken werden in de Heilige Geest, galmt de echo van zijn stem nog door in onze eeuw. Nu is het nóg zo: God trekt met heel Zijn Kerk van land tot land, als Godsgezant. In de donkerste oerwouden is het Evangelie des Kruises bekend geworden. En nu is het wachten op het laatste hart, dat opengaat op de klop van Jezus Christus. En dan zal het einde zijn. Maar nu dragen Gods gezanten het Evangelie nog door deze wereld, verloren in schuld. Ben jij toeschouwer, of draag jij mee? Nu nog geldt het, dankzij Gods genade: het Woord gaaf voort!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 1969
Daniel | 18 Pagina's