JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Reformatie - bekering tot God (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Reformatie - bekering tot God (2)

8 minuten leestijd

Verbrijzeld en veroordeeld.

In het Woord van God vond Luther de zaligheid zijner ziel. Daarom is hij vóóralles geweest bedienaar van het Woord. Hij preekte soms zeven maal per week, Toch bleef hij sprankelend en fris.

Het Woord heeft mij gegrepen, schrijft hij. Wij moeten God Zijn Woord terug geven. Onze wil moet sterven. Dan alleen krijgt Christus waarde voor ons. Hier heeft Luther zijn leven verloren. Hier de diepe en hartelijke smart leren kennen, d.ie in de waarachtige bekering tot God het hart van een mens gaat vervullen. Gods recht eiste voldoening, het offer van Christus was aanvankelijk zo verborgen voor hem dat hij zijn toevlucht zocht bij de werken der wet. Maar Gods Geest had hem aangegrepen en wierp hem net zolang neder, tot hij verbrijzeld van hart aan Gods voeten smeekte om genade.

Hij zag duidelijk en klaar dat genade opkomt uit dieper diepte dan onze werkzaamheid. Zelfs ons bidden en worstelen, ons smeken en lijden is geen losprijs voer onze ziel. Bekering tot God wil ten eerste zeggen: Gods Woord aanvaarden ook dan als het met haar veroordelende kracht op ons hart gebracht wordt. En anderzijds, hoe smartelijk die veroordeling ook moge zijn, toch geen kwaad van God te kunnen denken, omdat tevens Zijn liefde ons doet buigen onder Zijn recht.

De geboorte van het nieuwe leven.

Niet voor God te kunnen bestaan en toch buiten God niet te kunnen leven, ziehier de nood van het vernieuwde hart. Hier sterven wij duizend doden van voor eeuwig verloren te gaan. Maar in deze nacht ging het Licht in Luthers ziel op. Hier openbaarde God hem, toen alle wegen waren toegesloten die éne Weg ten leven namelijk dat de rechtvaardiging Gods in het Evangelie geopenbaard wordt uit geloof tot geloof. Hier zag hij dat Christus door God voorgesteld is tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed. Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid door de vergeving der zonden, die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods. Dit is een openbaring die een mens nooit meer vergeet in zijn leven. Hier wordt in bewustheid des harten het nieuwe leven geboren. Hier breken de banden en vergaat de verdoemende kracht van Gods Wet.

Hier wordt Jezus Christus zo dierbaar en beminnelijk, hier versmelt ons hart en roepen wij met de Bruid uit het Hooglied „al wat aan Hem is is gans begeerlijk, zulk Eén is mijn liefste, ja zulk Eén is mijn vriend". Hier begint de ware vrijheid in hartelijke gebondenheid aan Gods heilige Wet.

Erasmus en Luther.

Dit is het wat Erasmus nooit verstaan heeft, dat men vrij kan zijn juist door het eigendom van Jezus Christus te zijn. Dat de hoogste zaligheid bestaat in het volbrengen van de wil Gods met een vernieuwd hart uit dankbaarheid.

Erasmus schrijft Luther: „Jij kent God niet, je hebt nog nooit tegen God gevloekt, je hebt nog nooit gezegd: Er is geen God". En Erasmus gaf gaarne toe niet van het hout te zijn „waaruit men martelaren snijdt".

Erasmus kende de worsteling niet, die Gods Geest Luther deed doormaken. Vandaar dat Erasmus bleef hangen in verbetering, maar Luther kwam tot vernieuwing.

Uit de dood tot het leven.

Wij hebben geruild, riep Luther uit. Jezus Christus, ik ben uw gerechtigheid en Gij zijt mijn zonde.

Van nature verstaat de mens dit niet. God richt op door neer te slaan. Hij maakt levend door te doden.

Uit zulk een afgrond kan God alleen redden. In deze vertwijfeling heeft een mens nodig Gods stem te horen.

Hier ligt ook voor ons de Toeststeen: Is er in ons leven deze bekering tot God? Gradueel moge het dan vaak verschillen met die bekering van Luther, maar principieel zal ook in ons leven die worsteling op leven en dood plaats moeten vinden, wil genade waarde, recht dierbaar en beminnenswaardig worden, als wij niet sterven aan onze eigen gerechtigheden, onze goede werken, onze vermeende voorrechten.

Als goddelozen worden wij dan met God verzoend, zodat er maar één roem overblijft en dat is de roem van het kruis van Jezus Christus. Hier begint het waarachtige nieuwe leven. Hier krijgen wij God lief boven alles en onze naaste als onszelf. Ook in ons leven is er dan dodelijk gevaarte leunen tegen „de zaligmakende kerk; '. Wij zijn toch gedoopt, wij hebben toch belijdenis des geloofs gedaan. Wij komen toch trouw naar de kerk en ijveren voorallerlei christelijke aktiviteiten. Wat ontbreekt ons nog? Wees er zeker van, dat er duizenden vóór u geweest zijn, die met al deze voorrechten eeuwig omgekomen zijn. Wij hebben dit persoonlijk geloof nodig; dat zich openbaart in de worsteling van de ziel om de welverdiende straf te mogen ontgaan en weder tot genade te mogen komen. Nooit zullen wij God oprecht lief krijgen, zo wij niet duidelijk ervaren dat Hij ons uit de dood tot het leven bracht.

Bekering is niet slechts voor Saulus van Tarsen, de moordenaar aan het kruis en de stokbewaarder te Filippi nodig. Maar ook voor het „kind des Verbonds", voor de Nicodemussen die van jongsaf de Schriften hebben geweten en leraar zijn in Israël. Een deze bekering is enerzijds een werk Gods hetwelk Hij zonder ons in ons werkt. Maar ook anderzijds een dagelijkse bekering die door Gods Geest in ons gewerkt wordt, waardoor de vernieuwde wil nu ook zelf wil en werkt wat God aangenaam is. Anderzijds is er ook een dodelijk gevaar, dat men deze zaken aanvaardt en overtuigd is dat bekering nodig is om ten leven in te gaan, zonder dat er een zoeken en strijden is om deze weldaden deelachtig te worden.

Men voelt zich als een toeschouwer, die op de tribune alles overziet en kan gadeslaan, zonder te gevoelen hierbij betrokken te zijn.

Wij kunnen dan met zuivere belijdenis een puur werelds leven leiden en zo er nog enig gevoel is dat de zaak tussen God en ons niet recht is, gevoelen wij ons meer slachtoffer dan schuldenaar. Ook te dezen opzichte blijft gedurige reformatie nodig. En dan reformatie, ten volle gezien als bekering tot God.

Onze tijd en de „verborgen omgan g".

En dan tenslotte nog de machtige zuigkracht van deze wereld in haar meest moderne vorm. De welvaart die ons weelde veroorlooft met daaraan verbonden het grote gevaar te verzanden in een leven van eten en drinken en vrolijk zijn.

Sport, spel, radio, televisie, schouwburg en bioscoop nemen de plaats in van de beoefening der gemeenschap met God. Het „komt luistert toe, gij allen die God vreest en ik zal vertellen wat God aan mijn ziel gedaan heeft" zijn klanken die ons als uit een vreemde wereld toekomen. „Verborgen omgang met God" schijnt alleen iets geweest te zijn van vrome denkers uit de vroege middeleeuwen. En met dit alles wordt ons leven steeds armer en leger.

Wij zijn opgeklommen tot een welvaartspeil waar de meest optimistische mens nooit van gedroomd heeft. Wetenschap en techniek strooien hun gaven over ons uit. Alles komt binnen ons bereik. Vreemde landen worden bereisd. Een druk op de knop en wij staan midden in Mexico of waar je maar wilt. Nog een druk en de meest verfijnde of de grofste, meest ordinaire klanken muziek stromen ons uit tientallen kanalen toe. Wij behoeven niet meer te wandelen: brommers en auto's. Straks behoeven wij ook niet meer te denken: dat doet de computer.

Wanneer de aarde niet meer interessant is omdat wij daar uitgekeken zijn, gaan wij naar d.e planeten om ons heen kijken en misschien wel betasten.

De idealen van fantasten uit vorige eeuwen zijn achtergebleven bij de werkelijkheid. Nu moesten wij toch gelukkig zijn. En nu, juist nu is alles zo leeg. Eenzaamheid en vervreemding zijn modewoorden geworden. Onbehagen in de politiek bij een top in de welvaart. Onbehagen bij de werknemer bij een maximum beloning. Onbehagen bij de student, terwijl het aantal dergenen die kunnen Zaterdag studeren 29 november wegens allerlei tegemoetkomingen vertiendubbelt. Het kerkelijk leven, Psalm sedert 86 lang toch 1 nog Kon. een 18 : bewaar-1-20 plaats van geloof en zede, begin te barsten en te scheuren.

Het geloof in de levende Geel dat zoveel generaties kracht gaf om getroost en zalig te leven en te sterven moet plaats maken voor een algemeen geloof in de mens, voor een nieuw soort geloof waarin God dood verklaard wordt. Hoe komt het toch? Terwijl alle stoffelijke nood schijnt opgelost, is er leegte, dodelijke leegte, overal.

Ineens staat het woord van Augustinus voor ons: Ons hart blijft rusteloos in ons totdat het rust vindt in U, o God. De mens is te groot voor deze wereld. Wij zijn van Gods geslacht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1969

Daniel | 16 Pagina's

Reformatie - bekering tot God (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 november 1969

Daniel | 16 Pagina's