In de avond van het leven (2)
Oorzaken van het huidige bejaardenvraagstuk
De redaktie van Daniël verzocht mij aan bovenstaand onderwerp een artikel te wijden, passend in een serie artikelen over „wij en. de bejaarden".
Opvallend daarbij is, dat. in feite het bestaan. van een bejaardenvraagstuk wordt voorondersteld. En hoewel dit begrip van lieverlede volledig is opgenomen in ons denken, meen ik dat het toch goed is te stellen dat er niet zozeer een bejaardenvraagstuk of - probieem bestaat, maar dat het veeleer een vraag is hoe de bejaardenzorg zo goed mogelijk kan worden georganiseerd en gerealiseerd. Algemeen gesproken zit de moeilijkheid dus zeker niet in de bejaarde zelf.
Enkele oorzaken.
Er zijn enkele oorzaken en achtergronden te noemen, die de bejaardenzorg voor grote problemen stellen.
In cle eerste plaats kunnen we daarbij denken aan de kanten van ons onderwerp, die met het aantal samenhangen.
De groep mensen van 65 jaar en ouder breidt zeer snel uit. Onder meer hangt dit samen met een stijging van de gemiddelde levensduur.
Werden omstreeks 1850 de mannen gemiddeld 36 jaar oud en de vrouwen 38Va jaar, nu zijn. deze cijfers voor de mannen ± 71 jaar en voor de vouwen ± 76 jaar.
Opmerkelijk daarbij is dat de maximum leeftijden niet. zo veel gestegen zijn, maarwel dat veel meer mensen clan vroeger de leeftijd der zeer sterken bereiken.
De volgende cijfers illustreren dit overduidelijk.
Jaar Totale Aantal Percentage bevolking bejaarden bejaarden 1900 5, 0 miljoen 300.000 6"/» 1969 12, 5 mijloen 1.250.000 10%
Verwacht mag worden dat dit percentage in de toekomst, nog zal stijgen tot 12 a IS"/«. Immeres het geboortecijfer beweegt zich thans in dalende lijn, hetgeen tot gevolg heeft dat de groep bejaarden in onze samenleving een steeds groter gedeelte gaat uitmaken, van de totale bevolking.
Eveneens van belang is hierbij, clat binnen de groep bejaarden, het aantal hoogbejaarden (dus bijvoorbeeld de boven 75-jarigen) sterker groeit dan de groep in zijn geheel. Juist de hoogbejaarden zullen in de regel meer behoefte hebben aan bepaalde vormen van bejaardenzorg dan de zgn. jongbejaarden.
Uit deze cijfers moge in ieder geval duidelijk zijn geworden dat een groot probleem in. de bejaardenzorg is, dat op zo grote schaal voorzieningen moeten worden, getroffen.
Een faktor, die in de tweede plaats hier ook sterk meespeelt, is dat in afnemende mate de grootouders inwonen en verzorgd worden bij de kinderen. Dit zgn. drie-generatiegezin paste veel meer in de vroegere agrarisch-ambachtelijk gerichte maatschappij, dan in de huidige meer industriële samenleving.
De neiging bestaat nogal eens om die vroegere situatie te idealiseren. Toch kunnen we er niet om heen om te stellen dat die situatie in vele gevallen toch ook verre van ideaal was. Het is noodzakelijk geworden buiten gezinsverband de nodige voorzieningen te gaan treffen.
In de derde plaats willen we hier noemen de problemen die op het gebied van de bejaardenverzorging ontstaan, door de houding clie ten opzichte van de bejaarde wordt ingenomen.
In een op produktie ingestelde maatschappij word je in feite alleen maar werkelijk gewaardeerd als je een in geld uitdrukbare bijdrage levert aan de welvaart. De bejaarde is hiertoe slechts in afnemende mate, of helemaal niet, in staat. Maar er zijn legio terreinen waarop de bejaarde, net als iedere andere burger, een grote bijdrage kan leveren.
Het gevaar is nu echter aanwezig, dat wanneer we steeds maar volhouden dat bejaarden niets kunnen, — hen ook niet meer de mogelijkheden worden geboden om zich verder te ontplooien — en dat, weer als gevolg daarvan, de bejaarde zelf ook gaat geloven dat hij werkelijk uitgeschakeld is. Nogmaals en met nadruk deze zienswijze is onjuist. Iedereen, of hij nu 20, 50 of 65 jaar of ouder is, draagt verantwoordelijk-
heid, en zal deze waar dan ook, waar moeten kunnen, maken.
En. toch blijkt steeds weer dat deze onjuiste visie een zeer hardnekkig leven leidt, en het moeilijk maakt om de juiste voorzieningen te treffen. Dit vraagt namelijk om een grote onderscheidenheid van voorzieningen, gevoed uit en gepaard met een juiste mentale instelling.
Welke oplossingen.
Nu we enkele belangrijke aspekten (er zijn er uiteraard nog veel meer) hebben genoemd, die van invloed zijn op het welzijn van de bejaarden, lijkt het nu een goede gelegenheid om nog even na te gaan welke mogelijkheden zoal vanuit de bejaardenzorg kunnen worden geboden.
In de regel wordt een onderscheid gemaakt tussen gesloten en open bejaardenwerk. Cnder gesloten bejaardenwerk worden dan al die vormen begrepen, waarbij het. gaat om de bejaarde blijvend zowel huisvesting als verzorging te bieden. Dit gebeurt onder meer in de verzorgingstehuizen voor bejaarden, en de verpleegtehuizen.
Daarnaast is met name de laatste tijd een sterke tendens aanwezig de bejaarde zo lang mogelijk zelfstandig in de eigen-of aangepaste woning te laten verblijven, waarbij zo nodig, vanuit het open bejaardenwerk bepaalde diensten kunnen worden aangeboden. Er zijn vele vormen denkbaar en we willen hier noemen: warme maaltijdenverstrekking (veel bejaarden koken n.1. niet regelmatig), wijkverpleging, het verrichten van hand-en spandiensten (boodschappen, onderhoud woning), gezinshulp bij bejaarden, dienstencentra (in een aantal gevallen kunnen voor deze en andere aktiviteiten zelfs centrale ruimten worden ingericht) en zeker niet te vergeten het aanbieden van bepaalde aangepaste woningen voor bejaarden (hetzij de zgn. bejaardenwoning of - flat, hetzij een zgn. serviceflat).
Het blijkt een zeer zinvolle en plezierige benadering, om de bejaarde zo lang mogelijk de — terecht — zeer op prijs gestelde zelfstandgheid te laten behouden.
Zeer zeker ook uit het oogpunt van de bejaarde zelf.
In dit verband moge ook nog gewezen worden op de grote bijdrage die in het totaal kan worden geleverd door vrijwilligers.
Wanneer men werkelijk de moeite neemt om na te gaan op welke wijze aan bejaarden de helpende hand kan worden geboden, dan liggen de mogelijkheden voor het grijpen. Richtlijn daarbij moet zijn, dat dit zo onopvallend mogelijk gebeurt. Het moet een vanzelfsprekende zaak zijn dat bepaalde handreikingen worden geboden, en even vanzelfsprekend dat men cleze accepteert. Te veel nog wordt door een bepaald schaamtegevoel, een welgemeende dienstverlening afgewimpeld.
De bejaardenzorg heeft zeker in het verleden, — en nu, zij het in mindere mate, misschien toch ook nog wel, teveel een bevoogdend karakter gedragen. Het is bepaald weinig verheffend wanneer de bejaarde, alleen omdat hij het voorrecht heeft om 65 jaar of ouder te zijn, wordt behandeld als onmondig kind. Niemand heeft het recht een bepaalde periode van het leven van zichzelf of van een ander zinloos te achten, de bejaarden niet, maar zeker ook de andere leeftijdsgroepen niet. Naarmate dit meer en meer wordt ingezien, zal ieder van ons daarvan de zegenrijke vruchten kunnen plukken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 1969
Daniel | 16 Pagina's