JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gevarieerd menu

Bekijk het origineel

Gevarieerd menu

6 minuten leestijd

Als er één schaap over de dam is

„We zijn blij, dat er in ons land nog aktiviteit is voor het behoud van de Statenvertaling. Wijlen Prof. Wisse heb ik jaren geleden eens horen zeggen, dat hij het vooral zeer betreurde dat met de Nieuwe Vertaling en het verdwijnen van de Statenvertaling ook de kanttekeningen zouden verdwijnen. Dit is inderdaad een zeer ernstig verlies voor ons land. En steeds meer ben ik persoonlijk hiervan overtuigd. Steeds meer waardeer ik de belangrijkheid van de kanttekeningen, waarin uitkomt het heldere licht dat de Statenvertalers bezaten. Ook de grote kennis van de oorspronkelijke talen, zodat zij niet aarzelden ook bij een tekst er naast te plaatsen, dat grammatikaal een andere vertaling mogelijk is. Hoewel de kanttekeningen niet onfeilbaar zijn, is toch de theologische-geestelijke inhoud ervan van blijvende betekenis voor ieder, die de leer der godzaligheid bemint.

Er is een tijd geweest, dat er in eenvoudige gezinnen, het was nog niet zulk een weeldetijd als heden, soms jaren werd gespaard om een grote Statenbijbel met kantteke-

ningen te kunnen aanschaffen. Thans, nu het maatschappelijk leven in het algemeen veel rijker is en het ook veel gemakkelijker is geworden om een Statenbijbel met kanttekeningen aan te schaffen, denk aan de driedelige uitgave van Den Hertog uit Utrecht, moest toch in ieder gezin een Statenvertaling met kanttekeningen aanwezig zijn. Laten ouders zulk een driedelige Statenvertaling met kanttekeningen ook aan hun kinderen geven. Zelf doe ik dit steeds als één van mijn kinderen de basisschool verlaat om naar een school met hoger onderwijs te gaan. Financieel kan dit toch geen bezwaar meer zijn om een dergelijk geschenk aan onze kinderen te geven, als we er op letten wat onze jeugd reeds bezit aan fototoestellen, bromfietsen, enz."

Ds. De Gier in „De Saambinder"

Wie volgen we?

, , Putten wij uit de bronnen van het humanisme of uit het Evangelie, als het er om gaat een houvast te hebben in de chaos van deze revolutionaire tijd, waarin ieder roept om vernieuwing? Stellen wij ons vertrouwen op de mens als redelijk, zedelijk wezen, öf op Christus, op Hem alléén? Gaan wij voort in het voetspoor van Erasmus, öf van Luther? Leven wij uit de werken, öf uit het geloof? "

Reden om diep te zuchten! I

„ Wie enigermate op de hoogste is met de kerkelijke en theologische situatie, kan niet anders dan diep zuchten! Wij marcheren met vliegende vaandels en slaande trom aan achter de verlichte, optimistische Erasmus. Zeker, wij doen dat niet, zonder daarbij telkens nog de naam van Christus te noemen en het Evangelie in onze mond te nemen; maar veel meer dan een vlag is dat niet. Wij willen ook nog wel christenen heten; maar wij willen het zijn op een humanistische wijze. Wij willen nog wel van genade spreken, maar als een kracht Gods, om onze eigen menselijke, vleselijke, wereldse zaligheid te bouwen. Wij willen nog wel Jezus Christus prediken, maar zó, dat Hij in onze woorden wordt tot de revolutionaire vrijheidsheld, die het aardse leven tot ontplooiing brengt. Wij willen zelfs ook nog wel Luther eren; maar zó, dat zijn Evangelie van de rechtvaardiging door het geloof geheel verdonkeremaand is, en wij hem alleen maar erkennen als degene, die de eerste stoot gegeven heeft voor ons moderne Evangelie-verstaan. Van Luthers hartstochtelijke ernst in het getuigenis, dat de mens zondaar is, dat de wereld in het boze ligt, en dat de genadegift Gods het eeuwige leven is, verstaan wij zo goed als niets meer."

Reden om diep te zuchten voor de gelovige? II

„Er is dus wel reden voor het geloof, om diep te zuchten. Maar dat is gelukkig niet het laatste. In de wereld pleegt men vaak te zeggen: de situatie is ernstig, maar niet hopeloos. De Gemeente zegt het anders: de situatie is hopeloos, maar niet ernstig. Er is voor het geloof immers geen tragiek, omdat Christus zit ter rechterhand Gods en alle dingen regeert. Lach en traan, traan en lach liggen voor het geloof altijd vlak bij elkaar. Het weet immers, dat als de situatie hopeloos is, Christus nabij is. Misschien dichterbij dan wij vermoeden!"

Dr. W. Aalders uit „Ecclesia"

Veraf en dichtbij

Is het niet een goedkope afleidingsmanoeuvre het ver te zoeken om van de problemen dichtbij af te zijn?

„Als daar bijvoorbeeld optochten gehouden worden tegen de oorlog in Vietnam zou ik wel eens willen weten hoeveel van degenen, die meelopen „in oorlog" leven met familie, buren of anderen. Als daar gedemonstreerd wordt voor betere verhoudingen in de samenleving hier en in de wereld, zou ik wel eens willen weten hoeveel jongelui eerst maar eens moeten zorgen voor betere verhoudingen met hun ouders of ouders met hun kinderen. Het is net als in de kerk met velen: en geeft graag 'n tientje of zelfs nog wel vijfentwintig gulden voor de zending in Indonesië of Afrika, maar heeft tegenover zijn buurman of collega op kantoor of medearbeider op de fabriek of op het land nog nooit een woord voor de Heere Jezus gezegd. Denk aan dat gedicht: ijn buurman is vannacht gestorven en: k heb geen woord tot zijn behoud gezegd . . . Kijk, dat maakt het spreken over oorlog en vrede en over de rassenproblematiek, zo zwak en vrijblijvend. Christen-zijn is niet alleen tegen oorlog en rassendiscriminatie protesteren, maar hier en nu in de samenleving in onze maatschappij „van Christus zijn", en dat is een zaak van geloof en bekering door de verkondiging van. de Heere Jezus (Hand. 11 : 20, 21). Dat is „rechtvaardiging en heiliging". En dat heeft concrete consequenties (gevolgen) in de levenshouding en in het levenspatroon van enkeling en gemeenschap."

Uit het , , Geref. Weekblad"

De wereld waarin we leven

„Gezagsverhoudingen zoals die in de Schrift naar voren komen worden in toenemende mate niet meer erkend. En daar ligt ten diepste de kern van de verwording die we overal zien optreden. Als we dit zo zeggen dan betekent dit niet dat we niet evenzeer zouden moeten benadrukken dat gezag niet leiden mag tot machtsmisbruik en dat daar waar dit voorkomt de kritiek van het Woord zich duidelijk tegen de gezagsdragers keert. (....)

Wanneer we de situatie in de wereld bezien dan is er genoeg reden om het beleid der diverse overheden kritisch te bezien, en te beseffen dat in veel landen cle interne spanningen worden opgeroepen door een overheidsbeleid waarin het recht niet functioneert (werkt).

Maar de huidige revolutionaire tendenzen richten zich niet alleen tegen de functionering van het gezag, maar in veel gevallen tegen het gezag op zichzelf. Het is een symptoom (verschijnsel) dat we niet alleen in bredere politieke en maatschappelijke verbanden kunnen constateren, maar dat ook op te merken is in de kleinere verbanden van gezin en school, en ook binnen de kerken waar het ambt steeds meer aan betekenis inboet. Daarom zou het beter zijn als de kerk ( ) in de bres zou springen om het Woord Gods weer met klem te laten horen, juist wanneer dit Woord primair (in de eerste plaats) de samenleving in zijn totaliteit (geheel) oproept tot terugkeer tot de dienst aan de levende God, wat bepaald meer inhoudt dan een verandering van maatschappelijke orde zonder meer".

Ir. J. v. d. Graaf in „De Waarheidsvriend."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1969

Daniel | 16 Pagina's

Gevarieerd menu

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 oktober 1969

Daniel | 16 Pagina's