Revolutie in de theologie
De bedoeling van dit artikel, dat het eerste is van een drietal over het thema „revolutie" handelende opstellen, wil zijn enkele opmerkingen te maken over de revolutie in de theologie.
Het woord revolutie betekent omwenteling. En nu is er inderdaad in deze tijd sprake van een revolutie, een omwenteling in de theologie. Tradities worden losgelaten, oude waarheden zijn gaan verschuiven.
Moet deze omwenteling, die wij allerwegen zien voltrekken, ons nu verblijden of verontrusten?
Dit is een klemmende vraag. Gods Woord leert ons immers, dat er vele geesten zijn uitgegaan.
En deze vraag wordt nog klemmender en beangstigender omdat de Schrift zegt, dat het laatste doel van de geest der dwaling is, zich te nestelen in de tempel Gods, dat is de Kerk, om zich daar meester te maken van het Evangelie en zich als God te laten aanbidden (2 Thess. 2 : 4).
Daarom laten wij op deze vraag een antwoord oroberen te vinden.
Het Woord van God zegt ons, in welke gestalte de dwaling zich zal openbaren. De dwaling zal zich namelijk openbaren in de gestalte van het Evangelie, dat als blijde boodschap predikt: „Zie hier is de Christus of daar is de Christus".
En welke Christus predikt deze dwaling dan als een blijde boodschap? Wel, men predikt een Christus, die sociaal, revolutionair, politiek in de geschiedenis aanwezig en werkzaam is.
En als wij daarop letten, dan moet de verandering, de revolutie in de theologie van vandaag ons ernstig verontrusten. Want het hierboven opgemerkte zien wij nu juist in de hedendaagse theologie ten voeten uit.
De vragen, die vandaag de dag aan de orde worden gesteld, cirkelen vrijwel altijd rond het ene thema: „Kerk en Wereld". Men is volop bezig de Christus der Schriften te verwereldlijken.
Het Evangelie is niet meer het Evangelie van de verzoening met God door het borgwerk van de Heere Jezus, maar het Evangelie van de medemenselijkheid.
Het gaat steeds meer over de vraag, hoe het Koninkrijk Gods gestalte zal krijgen in déze wereld.
Het is een theologie, waarin niet het kruis van Christus centraal staat als het Goddelijk zoenoffer voor de zonde der Zijnen en als de voldoening aan het Recht des Vaders, maar waarin het kruis eenzijdig wordt gezien als „de overwinning van de machten".
Er wordt meer de nadruk gelegd op Christus als Heere der Wereld dan als Koning der Kerk.
Er wordt niet de nadruk gelegd op Christus als Zaligmaker, dus de soteriologische
Christus, maar op het Koningschap van Christus over deze wereld. Deze nieuwe theologie predikt niet allereerst de Christus, Die ten hemel is gevaren om voor het aangezicht van Zijn Vader de Voorspraak te zijn voor Zijn volk, vanwaar Hij Zijn Geest zendt, door Wiens kracht wij leren zoeken wat boven is en niet wat op de aarde is. Zij predikt niet de Christus, Die wij als Rechter uit de hemel verwachten om de uitverkorenen tot zich in de hemelse vreugde en heerlijkheid op te nemen.
Neen, deze nieuwe theologie predikt een andere Christus. Een Christus, Wiens voortgaande heilswerk een revolutionerende invloed heeft op het leven, waardoor de geschiedenis zich voltrekt in de richting van het Koninkrijk Gods. Zij predikt een Christus, Die ons via de revolutionaire situaties oproept om Hem na te volgen in de strijd tegen de machten.
Er is dus in deze nieuwe theologie een streven om alles neer te halen in d.e sfeer van het natuurlijke, het aardse. Er wordt haast niet meer gesproken over een hemel, over God, Die daar woont, over het hiernamaals en over de wederkomst van Christus. Het gaat eenzijdig over deze wereld, over het bewoonbaar maken van déze wereld, over de aardse vrede en dit alles onder de noemer van de "komst van het Koninkrijk in deze wereld.
Natuurlijk liggen hier heel belangrijke vragen en zijn dit gewichtige zaken, maar dit is niet alles.
En bovendien hebben wij hier twee grote bezwaren. In de eerste plaats legt men op dit alles zó eenzijdig de nadruk, dat hierdoor de hemelse zaligheid volkomen uit het gezicht verdwijnt.
En ons tweede bezwaar is, dat men in het nastreven van deze aardse vrede heel eenzijdig en partijdig is.
Men bemerkt telkens weer, dat de westerse landen, Amerika en ook Zuid-Afrika, van alle ellende de schuld krijgen en dat de communistische landen, waar zeker zoveel onrecht geschiedt, worden vrijgesproken. Wij bemerken deze tendens telkens weer bij de „Wereldraad van kerken", bij vele modenrne protestantse en roomse theologen, bij de voorlichting door de radio en ook bij een christelijk dagblad als „Trouw".
Velen dwepen met schrijvers als Harvey Cox, die de hemel feitelijk afschrijven en die alles zetten op de ene kaart van het aardse heil.
Daarom moet dus deze revolutie in de theologie ons ernstig verontrusten.
Paulus heeft geschreven: „Indien wij alleen in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen". Daarom behoren Cox en al zijn bewonderaars, met deze hele groep vernieuwingstheologen en al deze horizontalisten tot de ellendigste van alle mensen.
Laten wij ook niet vergeten, dat eenzelfde aardsgericht messianisme de Heere Jezus aan het kruis heeft gebracht.
De Kerk heeft de dure roeping allereerst het Evangelie te verkondigen en te wijzen op de Rechter, Die voor de deur staat.
En laten ook wij niet vergeten: „Wat baat het een mens, al zou hij de hele wereld gewinnen en schade lijden aan zijn ziel? "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1969
Daniel | 16 Pagina's