Israël en he Midden - Oosten (5)
Wanneer vrede?
Wanneer vrede?
U weet de afloop van de juni-oorlog van 1937: slechts enkele uren op die historische maandag 5 juni 1987 had Israël nodig om zijn Arabische uitdagers een vernietigende nederlaag toe te brengen. De verbaasde wereld was getuige van een militair schouwspel, dat zijn weerga in de annalen van de krijgsgeschiedenis wel nauwelijks gehad zal hebben. Inderdaad, Israël is militair zeer sterk en het heeft een bijkans geperfectioneerde inlichtingendienst. Maar moeten wij niet hoger opzien? Do Heere heeft weer zo kennelijk willen betonen dat Hij een God van wonderen is en Zijn volk, al is het dat het diep gevallen is, niet heeft willen verstoten. Al is het een volk van slechts enkele miljoenen, het weet nochtans stand, te houden tegenover een dertigvoudige overmacht; maar niet in eigen kracht! Do oorlog is in vijf dagen door Israël gewonnen, de vrede heeft het echter na twee jaren nog niet verkregen. ..
Labiele situatie Midden-Oosten. in het
De situatie in het Midden-Oosten is nog even onstabiel als tevoren. Aan de problemen, die het aldaar al geruime tijd tot een haard van spanningen maakten, zijn andere toegevoegd: een nieuwe uittocht van Arabische vluchtelingen; een vrijwel bankroete Jordaanse staat; een geblokkeerd Suezkanaal, wat Nasser zes miljoen gulden per maand kost; een politiek gistend en economisch in een moeras glijdend Egypte; een koor van om wraak roepende stemmen in cle Arabische landen; een Israël dat tengevolge van de overwinning met onvoorziene en steeds groeiende staatkundige en financiële moeilijkheden worstelt. Israël wil thans zijn overwinning uitbuiten om zijn Arabische buren erkenning van zijn bestaan af te dwingen. Daarvoor gebruikt het de veroverde gebieden (de Sinaï, cle westelijke oever van de Jordaan en Syrisch Galilea) als onderpand. Het is de wens van Israël rechtstreekse onderhandelingen met de Arabische landen aan te knopen. De Arabieren eisen echter eerst ontruiming van de bezette gebieden, alvorens zij aan c'.e onderhandelingstafel willen gaan zitten, een eis. die Israël onmogelijk kan inwilligen.
Het is ook niet van zins een uitspraak in dezen van de Verenigde Naties of van de vier grote mogendheden te accepteren. Dit heeft het in 1956 wél gedaan; toen heeft het al spoedig de vruchten van de overwinning en daarmee ook zijn veiligheid prijsgegeven. Het heeft hiervoor in 1967 leergeld betaald; claarom is het huidige standpunt van Israël te billijken. Van de verslagen Arabische landen zit Jordanië in het moeilijkste parket. Niet alleen is het 't rijkste deel van zijn land kwijt (cle westelijke Jordaanocver), maar ook wordt de rest van het land, die niet veel meer is dan een barre woestijn, overspoeld door honderdduizenden vluchtelingen zonder enig middel van bestaan. Alleen een akkoord met Israël, waardoor althans een deel van die vluchtelingen zou kunnen terugkeren naar hun woonsteden, kan het van de ondergang redden. Maar een akkoord met Israël foete-5kent erkenning van Israël.
Als de Arabische landen ooit Israëls recht van bestaan zullen erkennen (waartoe zelfs Rusland hen aanspoort) dan is het duidelijk dat zij dat niet zullen doen omdat zij menen dat Israël daartoe een zedelijk recht heeft, maar omdat zij eindelijk accepteren dat de harde feiten Israël dit recht hebben gegeven. Het is te vrezen dat de Arabieren in feite slechts zullen blijven zinnen op wraak. Dat kan tien jaar, dat kan twintig jaar duren. Ze spreken zelfs van zeventig jaar en zinspelen dan op de herovering van Jeruzalem door sultan Saladin in 1187, nadat deze stad bijna negentig jaar in de macht van de kruisvaarders was geweest. Als dat de geest is die hen bezielt, dan zal de spanning in het Midden-Oosten niet wijken en dan zal het (menselijkerwijs gesproken) van het beleid van Amerika en Rusland afhangen oi eventuele conflicten die uit die spanning voortkomen, tot het Midden-Oosten beperk: zullen blijven.
De Heere geve uit komst.
Het is onze bede dat de Heere Zijn oude bondsvolk in deze, naar menselijke maatstaven gerekend, uitzichtloze toekomst genadig zij. Hij staat boven alles; in het verleden heeft Hij zovele malen uitreddingen verricht daar, waar de mens geen uitkomst meer zag.
Wij weten niet wat God met het volk Israël voorheeft. Augustinus heeft het zo prachtig gezegd met ongeveer deze woorden: wij moeten in de geschiedenis der volkeren niet. zien een chaotische werking van onsamenhangende, toevallig opduikende en verdwijnende krachten; het is een tafereel, dat als een mczaiek een verward conglomeraat (opeenhoping) van heterogene (niet bij elkaar passende) delen lijkt, maar in werkelijkheid het tot in finesses doordachte kunstwerk is van de grote Kunstenaar, die alle dingen gegrond heeft in maat, getal en gewicht. Wij zien slechts de achterzijde van het borduurwerk, een wirwar van draden en kleuren, waar geen lijn in te vinden is. Maar keren we het kunstwerk om, dan zien we de schone harmonie van kleuren en afmetingen. Mogen de verdrukkingen bovenal leiden tot een wederkeren van het volk tot de God hunner vaderen. Dat dit eenmaal zal gebeuren, leert Gods Woord ons duidelijk; van de vele plaatsen waar hierover gesproken wordt noemen we slechts Romeinen 11.
Niet verstoten.
In dit hoofdstuk geeft Paulus toch op de vraag: , , Heeft God Zijn volk verstoten? ", het positieve antwoord: ..Dat zij verre, God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij tevoren gekend heeft." Hij bewijst, dit in de eerste plaats door zichzelf ten voorbeeld te stellen: „Ik ben ook een Israëliet, uit het zaad Abrahams, van de stam Benjamin." Verder herinnert hij aan de tijd van Elia, toen God zevenduizend mannen had overgehouden die de knieën voor Baal niet gebogen hadden. Ook in de tegenwoordige tijd is zulk een overblijfsel gebleven, zegt Paulus, en hierbij denkt hij aan dat deel van Israël dat in Jezus als de Christus gelooft. In vers 25 gaat de apostel over naaide verkondiging van een verborgenheid, wanneer hij zegt: „De verharding is voor een deel over Israël gekomen, totdat de volheid der Heidenen zal ingegaan zijn: en alzo zal geheel Israël zalig worden." Het woord verborgenheid of mysterie heeft de betekenis van een verborgen goddelijk raadsbesluit, dat aan het eind der tijden zich gaat verwerkelijken. Deze perikoop over het mysterie van Israël wijst er, volgens de meeste verklaarders, op dat, nadat het volle getal der heidenen, door God uitverkoren. het Koninkrijk Gods zal zijn
binnengegaan, een. groot aantal Joden het Evangelie van Christus zal aannemen.
Reeds de kerkvaders uit de eerste eeuwen, die in het algemeen niet vriendelijk over de Joden oordeelden, zagen in dit schriftgedeelte een aanwijzing van een massale jodenbekering in de toekomst. Hierin werden ze gevolgd door Luther, Calvijn en verschillende theologen van naam uit. dn 17e eeuw, zowel Engelse alc Nederlandse.
Daarom beveelt Brakel het gebed voor hun bekering zo sterk aan, want, zegt hij, „gij kunt in het geloof voor hen bidden, dewijl zij zekerlijk nog bekeerd zullen worden." Dat co Verlosser uit Zion kwame en de goddeloosheid afwende van Jacob! Dan zou Israël zich verblijden en de Heere de eer. de heerlijkheid en de dankzegging geven, die Hem alleen toekomt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1969
Daniel | 16 Pagina's