De roep om een geestelijke opwekking
„Zult Gij ons niet weer levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde? " (Ps. 85 : 6).
Het is interessant om te letten op de tijd waarin dit gebed werd. opgezonden. Het was een tijd van genade. „HEERE. Gij zijt. Uw land gunstig geweest." Het was een tijd waarin God velen tot de kennis van Christus had gebracht en veel zonden bedekt had. „De misdaad van Uw volk hebt Gij weggenomen." Het was nu, dat zij dc behoefte aan een nieuw genade-bezoek begonnen te gevoelen. „Zult Gij ons niet weer levend maken? "
Waar om gebeden werd. „Maak ons weer levend" of letterlijk; keer weer en laat ons opnieuw leven. Het is het gebed van hen, die enig leven hebben ontvangen, maar behoefte aan meer gevoelen. Zij waren levend gemaakt door de Heilige Geest. Zij voelden hoe aangenaam en uitmuntend dit nieuwe, verborgen, goddelijke leven was. Zij verlangen naar meer — „Zult Gij ons niet weer levend maken? "
Het argument dat gebruikt werd. „Opdat Uw volk zich in U verblijde." Zij smeken God dit te doen terwille van Zijn volk opdat hun vreugde volkomen mag zijn en dat het mag zijn in de Heere — in de Heere hun Gerechtigheid — in de Heere hun Sterkte.
I. WANNEER DIT GEBED NODIG IS.
1. In een tijd van achteruitgang. Er zijn tijden waarin veel van Gods kinderen, zoals in de gemeente van Efeze, hun eerste liefde verlaten. De ongerechtigheid neemt toe en de liefde van velen verkoelt.
Gelovigen raken hun nauwe en tere wandel met God kwijt. Zij hebben niet meer die vertrouwelijke en innige gemeenschap met God. Zij gaan uit „het heilige der heiligen" en in hun gebedsleven is grote afstand tussen hen en het heiligdom. Zij verliezen hun vuur, vreugde en volheid in hun verborgen gebed. Zij storten hun hart niet uit voor God.
Zij hebben hun heldere ontdekking van Christus verloren. Zij zien Hem slechts vaag. Zij hebben het zien van Zijn schoonheid — de geur van Zijn goede zalf, het aanraken van Zijn kleed verloren. Zij zoeken Hem maar vinden Hem niet. Zij kunnen hun hart niet opwekken om Christus aan te grijpen.
De Geest woont weinig in hun ziel. Het levende water in hen schijnt bijna opgedroogd te zijn. De ziel is droog en dor. Er zijn veel afdwalingen; de genade is erg zwak.
De liefde voor de broeders verflauwt. Het gezamenlijk bidden wordt nagelaten. De gebedssamenkomst lijkt niet aantrekkelijk meer. Er is weinig bewogenheid met de onbekeerden. De zonde laten zij, hoewel voor hun ogen begaan, onbestraft.
Christus wordt niet beleden voor de mensen. Misschien is de ziel in zonde gevallen en bang orn terug te keren. Zij blijft ver van God vandaan en verblijft in de woestijn. Wel, dat is, vrees ik, het geval met velen. Het is een zeer gevaarlijke tijd. Niets anders dan een bezoek van de Geest der Vrijheid kan uw ziel bewegen terug te keren. Is het geen tijd voor dit gebed: „Zult Gij ons niet weer levend maken? "
2. Een tijd van 'verzoeking. De gelovige heeft ieder ogenblik genade nodig.
„Door de genade Gods ben ik wat ik ben." Maar er zijn tijden waarin hij meer genade nodig heeft dan op andere tijden.
Evenals het lichaam dat voortdurend voedsel nodig heeft; maar er zijn bepaalde tijden dat het meer behoefte aan voedsel heeft dan op andere tijden — tijden van grote lichamelijke inspanning wanneer alle krachten ingezet moeten worden.
Soms is de ziel van de gelovige blootgesteld aan hevige vervolging. Verwijten breken het hart; of zij komen op het hoofd neer als verschroeiende zonnestralen. „Want die ik liefheb zijn mijn tegenstanders."
Soms zijn het Gods kinderen die ons verwijten maken en dit is cles te moeilijker te dragen. De ziel staat op het punt om er onder weg te kwijnen of te bezwijken.
Soms is het vleierij dat de ziel in verzoeking brengt. De wereld zegt goede dingen over ons, en we worden in verzoeking gebracht om trots en ijdel te worden. Dit is nog erger om te dragen.
Soms strijdt Satan in ons door vreselijke gedachten of begeerten in ons op te wekken, totdat het hevig in ons stormt. Oh, is er iemand hier die verzocht wordt. Jezus bidt voor u. Bid voor uzelf. U hebt meer vrede
meditatie
nodig. Niets anders dan de olie van de Geest zal het vuur van genade voeden als Satan bezig is er water op te gieten. Zend dit gebed op: „Zult Gij ons niet weer levend maken? "
3. Een tijd waarin er belangstelling is.
„Vraag van de Heere regen in de tijd van de late regen" (Zach. 10b.) WTanneer God een tijd van ontwaken geeft in een plaats — als de dauw begint te vallen — dan is het tijd om te bidden, God, houd Uw hand niet stil — geef ons een overvloedige regen — laat niemand droogblijven.
„Zult Gij ons niet weer levend maken? "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1969
Daniel | 16 Pagina's