Het Maagdenhuis en de revolutie
In „Waarheid en Eenheid" van 10 juni 1969 schrijft ds. Van Mechelen, n.a.v. de bezetting van het Maagdenhuis, enkele belangrijke dingen over de revolutie, de verschillende symptomen van onze tijd •en ons antwoord daarop. We laten ds. Van Mechelen. graag aan het woord:
Revolutie
„Als dit artikel onder ogen der lezers komt, is het rumoer in en rond het Maagdenhuis verstomd, de ravage en barricaden opgeruimd en een zekere rust weergekeerd.
Men zou dan kunnen denken: dit is weer voorbij en we hebben het aardig overleefd. De feiten der toekomst zouden een dergelijke verwachting spoedig achterhalen. Bij het volgen der gebeurtenissen van het studentenoproer, tezamen met anderen, bleek wel de communistische invloed. Door het betrekkelijke lijdelijke optreden der gezagsdragers zijn misschien de heftigste uitbarstingen voorkomen. Toch was hier niet minder aan de orde dan een revolutie, die een breder en dieper ingrijpend karakter heeft dan een rel.
Revolutionaire pressiegroep
't Maagdenhuis was een ruwe, platte revolutiepoging, met breek-en smijtwerk, zonder besei van mijn en dijn, met verwerping van het wettig gezag en al de onredelijkheid, aan een revolutie eigen. De zaak stortte ook in, toen er krachtig werd opgetreden, hetgeen n.m.m. van de eerste seconde af had moeten gebeuren. Het ontbreekt m.i. de gezagsdragers aan voldoende innerlijke overtuiging. Men geeft de studenten in zijn hart, op de uitwassen na, gelijk.
Pinksteren
In. het Pinksterverhaal speelt, ook de vernieuwing der aarde een rol. Men deelt met elkander heel wat bezit; daar wordt een kreupele genezen, bedrog en leugen wordt zwaar gestraft, maar niemand wordt gedwongen het zijne af te staan. De vernieuwing moet van binnen uit komen. Het centrale is de behoudenis, die uit de hemel neerdaalt. Daaromheen, dientengevolge, doen zich ook vernieuwingen voor in de samenleving, zij het nog beperkt in omvang en duur en ernstig bevlekt.
Immers wat zal een nieuwe aarde te betekenen. hebben, indien daarop wonen onbekeerde mensen.
Franse Revolutie?
De roes waarin men heden sociale revolutie predikt, doet sterk denken aan de
Franse revolutie toen men danste rond de vrijheidsboom onder het bejubelen van de leus: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Zijn het niet dezelfde begrippen die men onder andere normen vandaag weer hoort? Waren ook toen niet de toonaangevende kerkelijke voormannen diep onder do indruk van deze toen (en nog) moderne leuzen.
Binnen de kerk ging de revolutiegeest gepaard met vervlakking door een modernisme, dat het verzoeningswerk van Christus niet meer centraal stelde, maar Hem maakte tot het illustere voorbeeld. Vandaag gaat het wezenlijk niet anders. Velen zijn gegrepen door revolutiekreten, die stammen uit het humanisme, maar het centrale van de Pinksterboodschap verdwijnt naar de achtergrond.
Van revolutie weinig goeds
Van een revolutie, die vreemd is aan de kracht van d.e H. Geest kan men weinig goeds verwachten. Men komt eenvoudig van d.e ene ellende in de andere, want men is de mens vergeten, die zich zelf niet veranderen kan. Daarom kan men Indonesië wel zelfstandig maken, maar corruptie en moord en onderdrukking doen hun intrede; men kan pacteren (aanpappen) met het communisme, maar dit gaat voort de kerk te vernietigen; men kan de Afrikaanse volken vrij laten, maar ze vermoorden elkaar. (Biafra!)
Niet onverschillig
Wij dienen niet onverschillig te staan tegenover de vraagstukken der wereld, maar tegelijk moeten we zien, dat wij hier een andere visie op hebben dan zij, die niet uit christelijke overtuiging leven. De diepe ingezonkenheid van ons ligt daarin, dat wij van deze kracht des Geestes blijkbaar niet veel meer verwachten. Dit is onze verschraling, ook onder hen, die over allerlei ievolutiepropaganda verontrust zijn.
Wat moeten wij doen ?
Wij moeten beginnen verschillende symptomen. van onze tijd te verstaan.
Een eerste factor is het feit, dat kennelijk bredere groepen, onder welke met name de jongeren, inspraak willen. Men behoeft dit niet critiekloos toe te juichen, maar kan toch beginnen het positieve van de belangstelling te waarderen. En men kan een weg zoeken waarop jongeren hun stem ook kunnen inbrengen op een wettige weg. Revolutie ontstaat, wanneer men redelijke verlangens in de kiem tracht te smoren. Als dit niet lukt, smeult het vuur door totdat er kortsluiting ontstaat of een explosie volgt.
Te beginnen
Laat ons plaatselijk beginnen.
Bij het plaatselijke werk kan men het beste allerlei meespelende factoren overzien, rnen staat het dichtste bij elkaar en in de plaatselijke kerk staat men bij de voet van de kerkelijke opbouw.
Enkele voorbeelden van experimenten (proeven), die ik mee maakte:
De kerkeraad van een plattelandsgemeente plm. 10 man, kwam ais geheel op de vergadering van de G.J.V. en beantwoordde, op verzoek der jeugd zelf allerlei vragen, die door de jongeren op de kerkeraadsleden werden afgevuurd. Gevolg: intensief contact over en weer.
Of: een deputatie van jongeren bezocht de kerkeraadsvergadering, om te spreken over een aantal liturgische zaken, waarin zij wensen hadden.
Wat mij opviel is het begrip, dat ook jongeren bij zo'n gelegenheid opbrengen voor d.e problemen van ouderen. Geen hakken met de botte bijl, geen revolutionair doorstoten door tegenstand op de horens te nemen, maar, werkelijk een proberen in te duiken in de beleidskwesties om tot oplossing te komen, die voor verschillende standpunten aannemelijk is.
Wij moeten dus ons distanciëren (afstand nemen) van de afkeer om jongeren en andere groeperingen buiten spel te laten of te houden, als of de jeugd enkel maar wil heersen en triomferen. Van zelfoverschatting door de jeugd zijn zeker wel symptomen te zien, misschien zou het vreemd zijn als deze niet te zien waren. De ouderen moeten zakelijk goed tegenspel leveren als onervarenheid en onrijpheid zich openbaren om de gezonde belangstelling in goede banen te leiden, maar dan ook zich openstellen voor de mogelijkheid, dat een nieuwe generatie ziet, wat de andere nog niet zag. Dit betekent dus helemaal niet een klakkeloos doorslikken van alles wat er aan nieuws op een lepeltje wordt aangeboden, maar evenmin een bij voorbaat afwijzen van alles.
Inhoudelijk
Dan moet er voortdurend aandacht gegeven worden aan de verhouding geloof - daad. Wij bemerken bij de jongeren een overdreven waardering van de daad. Over geloofsverschillen stapt de jeugd heen met een gemak, dat niet in overeenstemming is met het belang der zaken. Meermalen moet men dit overschatten van de daad
terugbrengen tot een bepaalde oppervlakkigheid.
Ja, een bepaalde oppervlakkigheid. De andere kant is immers, dat dezelfden, die zonder kennis van of interesse in leerstellige geloofsstukken der kerk, maar door willen doen, juist dit verwijt van vlakheid terug kaatsen, want, menen zij, welke diepte heeft een geloof en een leer, die niet tot daden van betekenis komt. De daad moet bewijzen het levende karakter van het geloof. Men kan hier Jacobus in eigen persoon in horen: geloof zonder werken is dood. Dit is waar.
Teveel gescheurdheid van kerken is gevolg van gebrek aan daden. Men praat, onderhandelt, confereert, althans in het beste geval en — laat de zaak zoals die was. Dit is onuitstaanbaar.
Maar de andere kant is, dat als een R. Katholiek avondmaal viert, dit inhoudelijk nog niet hezelfde is als wanneer een Geref. dit doet; dat, als een communist ijvert voor een nieuwe maatschappij dit nog niet betekent, dat zijn daadwerkelijk revolutionair streven daarmee te combineren valt met het christelijk worstelen om meer rechtvaardigheid en barmhartigheid.
Hier hebben veel jongeren geen oog voor, want ze stappen over ideologische en religieuze (leerstellige en godsdienstige) geschillen heen als er éénparigheid lijkt te bestaan in hetgeen men wil gaan doen.
Veel ongerijmde oecumenische activiteiten zouden vanzelf achterwege blijven, indien men zag de betekenis die ook en juist de leer heeft voor de richting en intenties (bedoelingen) van het handelen.
Hier bokst men op tegen de tijdgeest, maar hier komt het toch op aan: dat men zich laat stimuleren tot daden, maar anderzijds laat zien, dat er veel aan gelegen is uit welke overtuiging men handelt. In dit laatste kan men geen genoegen nemen met enige oppervlakkige overeenstemming, want diepere controversen (tegenstellingen) komen toch weer boven."
Niet alleen lezen, maar laat ieder op zijn plaats biddend werkzaam zijn, want de tijd is kort en de bedreiging groot,
In het vorige nummer werd in deze rubriek een artikel geplaatst over „Kerkelijke verhoudingen op drift". Tot spijt van medewerker en redaktie viel de vermelding weg dat dit artikel, van de hand van Ds. J. H. Velema, in „De Wekker" verscheen. Gaarne herstellen wij hierbij dit manco in bronvermelding.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1969
Daniel | 21 Pagina's