Israël en het Midden-Oosten (3)
Een groot wonder
In 1947 legde Engeland, de spanningen tussen Joden en Arabieren in het Midden-Oosten moede, het mandaatschap neer. Het probleem kwam toen in handen van de Verenigde Naties. De katastrofe, die het Joodse volk in de Tweede Wereldoorlog getroffen had, had er duidelijk op gewezen hoe dringend het was het probleem van het ontberen van een tehuis voor hen, op te lossen. In november 1947 vaardigde de voltallige vergadering van de N.V. een besluit uit, dat de stichting van een Joodse staat in Erets Jisraëel (land van Israël) gelastte, en op de historische datum 14 mei 1948 werd de nieuwe staat Israël geproclameerd. Dit is een feit, dat niet ongedaan gemaakt kan worden door een theoretische discussie over de vraag of de Joden nu eigenlijk wel recht hebben op dit gebied. Do Arabieren, die zich omstreeks de 7de eeuw na Chr. in Palestina vestigden en dit land sindsdien als het hunne beschouwden, ontzeggen hun dit recht. We moeten echter uitgaan van de feitelijke situatie, die door de vergadering van de V.N. in het leven is geroepen.
Nog eens Weizmann.
De regering van Israël, onder leiding van premier David Ben Goerion, bood het presidentschap aan aan de man, aan wie de Joden de Balfourdeclaration te danken hadden: Chaim. Weizmann. Na de Eerste Wereldoorlog was li ij gekozen tot president van cIc internationale Zionistische Organisatie. Door zijn onvermoeide ijver werd in 1925 in Tel Aviv de Hebreeuwse Universiteit geopend. Tijdens het Hitlerregiem trok hij rusteloos van staat naar staat, om te trachten nog iets voor de vervolgden te doen. Reeds op de avond van 14 mei 1948 ontving hij in New York het telegram van de volgende inhoud: , , Ter gelegenheid van de vestiging van de Joodse Staat zenden
wij onze groeten aan U, Chaim Weizmann, die meer dan enig ander levend mens voor de schepping van deze staat hebt gedaan. Uw standvastigheid en hulp hebben ons allen gesterkt. Wij zijn verlangend naar de dag, waarop wij U in vrede aan het hoofd van de staat zullen zien". Voor de laatste keer reisde hij naar het beloofde land, zijn eigen oproep „Gij Joden, op naar Zion!" volgend. Vier jaar heeft hij er het hoogste staatsambt bekleed. Zijn dood kwam als een schok voor Israël, ja voor alle Joden in de wereld. Hij werd begragven in zijn woonplaats Rehoboth, een plaats met een zinvolle betekenis: „De Heere heeft ons ruimte gemaakt!"
„De woestijn zal bloeien als een roos”.
Wanneer we ons de grote problemen realiseren, waarmee de jonge staat Israël te worstelen heeft (we noemen slechts de verhouding met de omwonende Arabieren, de samensmelting van de Joden uit meer dan 70 landen afkomstig tot één volk) en we zien daartegenover de weergaloze bloei en ontwikkeling van het eens zo dorre en onvruchtbare land, dan kunnen wij niet anders dan van een groot wonder spreken. De oppervlakte van het land is ongeveer tweederde van Nederland; de staat heeft 2, 6 miljoen inwoners, 90 0 u is Joods, de overigen zijn Arabieren (deze getallen gelden voor het Israël van voor de oorlog in juni 1967). Israël is een agrarische staat, maar met een veelzijdige industrie. De voornaamste uitvoerprodukten zijn citrusvruchten, geslepen diamant, chemicaliën en cement. Het nationaal inkomen per hoofd der bevolking bedroeg in 1966 1155 dollar, dat van Egypte en Jordanië resp. 161 en 192 dollar. Temidden van de arme en onontwikkelde Arabische landen ligt een staat die door haar welvaart in staat is op betrekkelijk grote schaal ontwikkelingshulp aan. landen in Afrika en Azië te verstrekken. Dit heeft haar internationale positie versterkt. De meeste Israëli's wonen in het noorden, omdat het zuiden onvruchtbaar is. Daar ligt de uitgestrekte Negeb-woestijn. Israël heeft echter een ambitieus plan ontwikkeld cm die woestijn te bevloeien met water van de Jordaan. Een 250 km lange betonnen pijpleiding met een doorsnede van 2, 70 meter brengt jaar-
lijks 320 miljoen m3 Jordaanwater uit het meer van Tiberias naar de Negeb. De woorden van Jesaja, die weliswaar in de eerste plaats een geestelijke betekenis hebben, zullen in vervulling gaan: „De woestijn en de dorre plaatsen zullen hierover vrolijk zijn, en de wildernis zal zich verheugen, en zal bloeien als een roos". De verhouding tussen de Joden en de andere volken van het Midden-Oosten is en blijft gespannen. Dezen zien in het wonen van het volk Israël in hun midden een bedreiging van hun eigen bestaan. Zij wensen daarom onder geen beding met dit volk vrede te sluiten.
MAATSCHAPPELIJK is hun dit onmogelijk, omdat de spanningen tussen hun eigen oude primitieve levensvormen en de zeer moderne samenleving, die met Israël hun gebied binnendringt, te groot zijn om verwerkt te worden zonder meer.
POLITIEK zien zij in deze staat een terugkomen van het westen, dat wederom de hand naar hun vrijheid uitstrekt, terwijl de volken van het oosten in de ruimste zin juist bezig zijn elke vorm van westerse overheersing af te wijzen.
GODSDIENSTIG kan de Mohammedaanse wereld geen volk van een ander geloof dulden in de gebieden, waar de profeet zelf heeft gewerkt en die tot het eigen terrein van de Islam behoren.
Dit toe te laten zou met lijnrechte ongehoorzaamheid aan Allah gelijkstaan. Wel worden individuele Joden evengoed als christenen volgens de leer van de Koran geduld om als enkelingen daar te wonen. Maar dit houdt niet in dat de Joden zich als een zelfstandige staat midden in het gebied van Mohammed zouden mogen vestigen. Godsdienstig is dit ontoelaatbaar.
Tot driemaal toe hebben de Arabieren nu reeds een gevoelige militaire les van de Joden ontvangen. Immers, slechts enkele uren, nadat Ben Goerion in Tel Aviv op 14 mei 1848 de onafhankelijkheid van de staat Israël had uitgeroepen, trokken de legers van Egypte, Irak, Transjordanië, Syrië en Libanon Palestina binnen. Wat niemand had verwacht gebeurde: de Arabische legers werden verslagen. De Joden breidden hun gebied aanzienlijk uit; met name de Negeb-woestijn. en het nieuwe stadsdeel van. Jeruzalem werden door hen geannexeerd. liet andere deel van Jeruzalem en het Arabische deel van Palestina, dat een eigen, staat had moeten worden volgens het verdelingsplan, kwam bij Transjordanië dat zijn naam veranderde in Jordanië.
Het vluchtelingenvraagstuk.
Deze oorlog heeft zeer ingrijpende gevolgen gehad voor de Arabische bevolking van het door Israël bezette gebied. Bij het uitbreken van de strijd was ze grotendeels gevlucht.
Do verantwoordelijkheid daarvoor rust in de eerste plaats op de schouders van de Arabische landen, die, in vol vertrouwen op d.e overwinning, de Arabieren door de radio hadden aangeraden even hun haardsteden te verlaten in afwachting van de komst der zegevierende Arabische legers. Daar deze echter werden verslagen, zitten sindsdien ruim een miljoen Arabische vluchtelingen, in kampen gelegerd aan de grenzen van hun Palestijnse vaderland, te wachten op de terugkeer. Het zijn overigens niet alleen de Arabische landen die deze misère cp hun geweten hebben. Ook de Joden hebben schuld aan deze uittocht: op 9 april 1948 (dus ruim één maand voor de onafhankelijkheid) moordde een Joodse terreur-organisatie het Arabische dorp Deir Jassin uit, inclusief vrouwen en kinderen. Geen wonder dat vele Arabieren vreesden dat dit het lot zou zijn dat hun te wachten stond als zij niet zorgden dat i'.ij bijtijds vluchtten.
Voor miljoenen Arabieren in het Midden-Oosten en Noord-Afrika is deze slag van 1948 een schok geweest, waarvan zij zich nog niet hebben hersteld. Integendeel, telkens wanneer zij hun zelfvertrouwen schenen t.e hebben herwonnen, kregen ze een nieuwe nederlaag te incasseren: eerst in 1958 en toen in juni 1967. De Arabieren schrijven deze nederlagen, hun door zo'n klein land als Israël toegebracht, toe aan pogingen van Westelijke mogendheden om het verloren imperium in het. Midden-Oosten terug te winnen. De militaire actie die Israël in 1956 in samenwerking met Frankrijk en Engeland tegen Egypte ondernam, heeft de Arabieren in deze mening versterkt. Het sprookje dat Amerika en Engeland de Israëliërs in de oorlog van juni 1967 hadden geholpen, wat dienen moest om. de verrassende nederlaag te verzachten, werd ongetwijfeld door miljoenen Arabieren geloofd. Des te meer zijn ze overtuigd dat de staat Israël een produkt is van het westers imperialisme.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1969
Daniel | 11 Pagina's