Het tuinhuisje
De vreemde man met zijn glanzende zeis komt elke dag met afgemeten stappen zijn ronde doen, steeds weer dezelfde reis tussen plantsoenen en arduinen trappen,
dicars over 't hoog gazon, een lange arm bewegingloos langsheen zijn grauwe kleren, de andere arm gevouwen als een scherm omheen de lange zeis; een gaan en keren
tot aan het tuinhuis met de rozelaar icaar wij destijds ons voor het onweer borgen. Zo komt hij elke dag. Doods zeis hoeft maar één zwaai te doen. Vandaag misschien. Of morgen?
(Uit: Trefpunt 1963-64 Nr. 4)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1969
Daniel | 11 Pagina's