boekbespreking
Zendelingen en hun werk
Iz. van de Repe: Lichtdragers in een donkere wereld". Uitgave: Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, 1967, 233 bladzijden, gebonden circa 11 9, 90.
Het boek dat dit keer onze aandacht vraagt, vertelt over het leven en werken van een aantal zendelingen. De schrijver heeft figuren gekozen, uit verschillende eeuwen en landen. Zc komt duidelijk uit dat de Keere in elke eeuw voor de voortgang van Zijn Woord door deze wereld zorgt.
Eerst maken we kennis met de eerste zendeligen in ons land. De arbeid van o.a. Willibrord. en. Bonifatius wordt goed getekend tegen de achtergrond van de machtsstrijd van Friezen en Franken. Of het ontstaan van de kerk in deze lage landen kan worden teruggebracht tot de zgn. moederkerken van Vlaardingen, Kerkwerve, Velsen, Heiloo en Putten, is de vraag. Tegenwoordig wordt algemeen gedacht in de richting van „eigenkerken", gesticht door grootgrondbezitters en klooster op hun goederen.
Bijzonder geboeid heeft me de beschrijving van het werk van Justus Heurnius. Deze dominee uit Kalslagen (classis Woerden) is een van de predikanten, die al vroeg naar Indië zijn uitgezonden als predikant-zendeling. Uitvoerig vertelt de schrijver over deze figuur, die al jong een boek schreef met de sprekende titel: „Behartenswaardige aansporing om de Evangelische zending onder de Indiërs aan te vatten". In 1624 kwam Heurnius in Batavia aan. Hem wachtte naast zegen veel strijd. Lang niet alle goeverneurs erkenden de eigen rechten van de kerk. De Oostindische Compagnie probeerde nog al eens van de kerk een werktuig voor handelspolitiek te maken. Indrukwekkend is de beschrijving van het standhouden van deze predikant voor de eigen rechten en bevoegdheden van Gods kerk. Vanuit Batavia ging Heurnius naar Ceram om er een zendingsveld te vinden, maar kwam in Saparoea terecht in de buurt van Ambon. Daar begint hij het pionierswerk. Toen hij na jaren tergkeerde naar Holland kreeg hij een schoon getuigenis mee. Hij had gewerkt en gepredikt „met bijsondere gaven van Godtsaligheyt ende gheleertheyt." Dit hoofdtsuk is bijzonder belangrijk. We horen van de zendingsroeping in de zeventiende eeuw. We horen ook van tegenwerking van de Evangelieprediking niet door heidense vorsten alleen maar door christen-kooplieden uit het gereformeerde Nederland. Het biedt een uitstekend beeld van deze weinig gekende kant van het kerkelijke leven in de zeventiende eeuw.
De volgende figuur, David Livingstone, brengt ons naar Afrika. Deze zendelingcntdekk ingsreiziger heeft in de vorige eew in Afrika zeer zegenrijk werk gedaan. Vooral de strijd tegen de slavernij en de slavenjachten is door zijn werk met zegen bekroond. Op zijn grafsteen staan de woorden, ontleend aan zijn dagboek: „Al wat ik kan zeggen in mijn eenzaamheid is: Moge des hemels rijke zegen neerdalen op een ieder — Amerikaan, Engelsman of Turk —, die helpen wil, deze open wonde van de wereld (de slavernij) te helen."
Daarna schetst Van de Repe het leven van Jelle Eeltjes Jellesma, de pionier van de zending op Oost-Java, die in de vorige eeuw door het Nederlands Zendeling Genootschap werd uitgezonden. Deze onbeholpen en verlegen man werd in Indië tot rijke zegen gesteld. Jellesma werkte volgens een bepaalde methode, die hij bij Paulus meende aan te treffen. Hij zocht de volkrijke plaatsen, predikte daar en stelde zo snel mogelijk helpers of onderwijzers aan. Hij werd vooral bekend door het werk in de christendessa Modjowarno.
Een. — eigenlijk, te kort — hoofdtuk informeert over Zinzendorf, de stichter van de Broedergemeenten, die een geweldige zendingsijver ontplooiden. Bij alle waardering daarvoor mogen we niet uit het oog verliezen, dat het piëtisme van Zinzendorf beslist niet gereformeerd genoemd kan worden. Hij had. een uitgesproken oecumenische instelling en moest van belijdenisgeschriften niets hebben. Ook de noodzakelijkheid van bekering en geloof krijgt bij hem niet het accent dat de Schrift daarop legt. De afstand die ons van Zinzendorf scheidt, is groot.
In dit boek komt nog een vooraanstaande figuur uit het Duitse piëtisme in ons gezichtsveld: Friedrich von Bodelschwingh. Hij is de man die in de vorige eeuw baanbrekend werk gedaan heeft op het terrein van de evangelisatie. De zending in de Duitse kolonie in Zuid-West-Afrika werd door hem bevorderd. Door middel van al-
lerlei inrichtingen probeerde hij de geestelijke en sociale nood van zijn dagen te lenigen.
Het boek besluit met het levensverhaal van de zendelinge Gladys Aylward, die in het begin van onze eeuw in China heeft gewerkt. Haar geschiedenis is enkele jaren terug op de zendingsdag verteld. Velen zullen graag deze levensschets nog eens lezen. Ons eindoordeel over dit boek kan kort zijn.
Het is echt een boek, waar je van harte een warme aanbeveling voor kunt neerschrijven. „Lichtdragers in een donkere wereld" is met veel liefde geschreven. De stijl is, op enkele bladzijden uit het eerste hoofdstuk na, goed en boeiend. De figuren worden dicht bij ons gebracht, dank zij mede de gedegen voorstudie die aan deze opstellen vooraf is gegaan. We hopen dat velen, het werk van drukker en uitgever — het is een uitstekend verzorgd boek met foto's en tekeningen - zullen belonen door het kopen en lezen van deze uitgave. Dit is een voorbeeld van goede lektuur, ook voor jongeren, zoals die helaas in onze tijd te weinig verschijnt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1969
Daniel | 16 Pagina's