Het Woord gaat voort
’k Zal Zijn lof zelfs in de nacht....
Lydia.
Altijd weer opnieuw werkt de Heere anders dan wij het zouden doen. Ook. nu weer. Paulus en. zijn helpers zijn overgestoken naar Europa, om daar in Filippi de eerste maal in de wereldgeschiedenis het Evangelie te prediken. Wel, als ik Paulus was geweest, zou ik daar heel wat meer van gemaakt hebben dan hij. Jij ook? Zouden we niet de grootste zaal hebben gehuurd, die in. heel Filippi te krijgen was? En zouden we dan niet in heel de stad grote aanplakbiljetten hebben, opgehangen: „Het Evangelie van Jezus Christus wordt voor de eerste maal in uw stad gepredikt! Komt U volgende week óók iedere avond luisteren in de grote zaal in de Marktstraat? " Ja, dat zou misschien wel de weg zijn, die ons het meeste perspectief zou schijnen te bieden. Maar de Heere is zo geheel anders dan wij. Onze rekensommen moeten altijd kloppen, maar Gods werk vir.den we wel eens onbegrijpelijk, onredelijk; we kunnen er vaak geen touw aan vast knopen. De éne keer laat Hij Zijn Evangelie horen voor een duizendkoppige menigte (de Pinksterdag!), maar een andere keer vermijdt de Geest al het massale. Zo ook nu in Filippi. Op de sabbat zien we Paulus en zijn vrienden door de stad wandelen. Ze gaan niet naar een grote zaal of een groot plein. Ze lopen alle zalen en pleinen voorbij, en gaan de stad uit! Ze wandelen een eindje door, totdat ze bij een riviertje komen. Daar is al een groepje mensen aanwezig. 't Zijn allemaal vrouwen! Moet Paulus zijn kostbare tijd nu gaan verkwisten, door tot die vrouwen te gaan preken? Ja, wij denken het al gauw beter te weten dan Hij, wiens Naam is Wonderlijk, Raad. Als we eens horen van een predikant, die heel zijn leven door moet brengen in een piepkleine Gemeente van zo'n honderd mensen, dan zeggen we: da's óók zonde! Die man is nou zo'n machtige Evangelieprediker, en zijn woorden gaan teloor, ze bereiken maar zo'n schamel groepje. Maar ach. laten we er toch eens aan denken, dat de Heere er bóven staat. Zijn gedachten zijn hoger dan onze gedachten. In de jongste dag zal het gebeuren, dat een schamel dorpspredikant je, die heel zijn leven heeft moeten zwoegen op zijn preken, die „het aanhoren niet waard was", maar die toch in eenvoudigheid heeft getuigd van de schoonheid van de Heere Jezus, ik zeg, het zal gebeuren dat zo'n klein domineetje de geweldige kanselredenaar, die altijd duizenden trok, vóórgaat in het Koninkrijk der hemelen! Wanneer Koning Jezus zal zeggen: „Je bent wel over weinig getrouw geweest, maar over véél zal Ik je zetten". Let er toch op, dat voor God niet in de eerste plaats het aantal weegt. Ik noem tv/eo kerkdiensten. Je moet er zelf maar eens over denken, over welke dienst de engelen in de hemel zich zullen verheugen, en over welke niet. In de éne kerk (mudjevol i) zitten de mensen te „smullen" van de meterslange volzinnen van de prediker, van zijn stijl, zijn machtige beeldspraak, zijn onti'oerenae „toepassing". Ze gaan naar huis, knipogen tegen elkaar, en zeggen: „Tjonge jonge. Die kan er wat van!" In de andere kerk wordt ook geluisterd, maar net even anders.
’t Is misschien een bouwval, dat kerkje, en geweldig welbespraakt is die dominee ook niet, zeg. Hoewel daar begint hij over zijn Zaligmaker, over de kracht van Zijn. bloed, over Zijn dierbaarheid, over de zeeën van eeuwige vergetelheid, waarin Hij de zonden heeft geworpen van een ieder die in Hem gelooft. Is dat nu hetzelfde stamelende mannetje? Neen, het is de Geest, Die spreekt! Als de mensen naar huis gaan zeggen ze niet zoveel tegen elkaar. Ze geven elkaar vaak allen maar een hand. Maar ik geloof dat de aangezichten van de engelen in de hemel stralen over deze laatste dienst. Ik wilde maar zeggen, dat Gods maatstaf dikwijls zo anders is dan de onze. Zo predikte Paulus daar op die zaterdagmorgen het Evangelie aan een paar vrouwen. Waarschijnlijk zijn het Joodse vrouwen, met enkele zgn. Jodengenoten. Er zijn zó weinig Joden in deze stad, dat er niet eens een synagoge is. Elke sabbat komt alleen dit groepje „godsdienstige" vrouwen aan het riviertje bij elkaar. En één van die vrouwen is Lydia. Dat zal wel niet haar echte naam geweest zijn, want Lydia betekent: de Lydische, zij die uit Lydië komt. Haar gebooi'te-stad Thyatira lag immers in Lydië. Zij is purperverkoopster. Dat is niet mis. Purper is echt een luxe artikel.
't Is dus niet zomaar een vrouw die een winkeltje „doet", maar 't zal een zeer rijke vrouw zijn geweest, met een behoorlijke stoet personeel. Zij diende God, staat er zo bij. Dat is niet hetzelfde als: zij vréésde God. Neen, godsdienst is niet genoeg. Godsdienst, dat is het verrichten van allerlei godsdienstige zaken: kerkdienst, gebed, Schriftlezen, offeren, zingen.
Misschien met tegenzin, misschien met belangstelling. Zo dient Lyclia God, met overgave tracht zij te volbrengen wat de Schrift gebiedt. Een voortreffelijke vrouw, jawel. Er zijn nog van die voortreffelijke vrouwen; mannen trouwens ook, kinderen ook. Godsdienstig, jazeker. Stel je voor, dat je n. i e t twee keer naar de kerk zou gaan, stel je voor.
Maar één ding vergeet cle godsdienstige mens: dat de godsdienst Gods grootste vijand kan zijn. Wat is dat nou? Kan dat dan? Jazeker. Als we de kerk ingaan en er weer uitstappen zonder schreiend hart, omdat wc cle I-Ieere niet ontmoet hebben. Als we keurig onze knieën buigen, maar niet echt met God spreken, en daar geen smart over hebben. Als we plichtsgetrouw de Bijbel lezen, en ons hart niet gaat branden vanwege Zijn spreken. Als we vroom een rijksdaalder in het „zakje" laten vallen, maar niet echt een offer brengen. Als we godsdienstig kunnen zijn, maar zonder God. Als je zo'n vroom godsdienstig mannetje bent, wees dan verslagen, maar wanhoop niet. Let op Lyclia, die godsdienstige vrouw. Onder Paulus' preek opent d.e Heere haar hart. Zie je wel, dat het altijd het Woord is, dat het doet! Verwacht toch nooit te weinig van de prediking, want dan stort de Heere toch immers waterstromen op het dorre land! Dan stort Hij toch immers als een milde regen rijke zegen uit, keer op keer. Als het Evangelie wordt gepredikt, zegt Calvijn zo schoon, dan druppelt het bloed der Verzoening ter aarde. Zo druppelt dat bloed in Lydia's hart. Dat bloed opent elk slot, hoe roestig ook. Dat bloed doet de hardste ijsklomp smelten. Weet je ervan, dat je hart brak onder de prediking van Gods genade? Ach, dat kwam niet omdat jij zo goed luisterde. Maar dat kwam omdat de Heere je hart opende, zodat je acht nam. op het woord van de prediking. Nel als bij Lydia.
Lofzangen te middernacht.
Ze wordt gedoopt, met haar huis. Dat zal wel betekenen: met haar dienaren en dienaressen die ook tot geloof waren gekomen. We moeten een beetje voorzichtig zijn, met van deze tekst een „bewijsplaats" voor de kinderdoop te maken. Als we willen bewijzen, zijn er betere plaatsen. De zendelingen blijven dan op de hevige aandrang van Lydia in haar huis logeren. En dan poogt de satan roet in het eten te gooien. Lydia is hem al ontglipt, en hij voelt er weinig voor nog meer prooien af te staan. Er is in de stad een meisje, op wie hij een bijzonder vaste greep heeft. Ze heeft een „waarzeggende geest" een kwade demon, die haar drijft. Laten we nu niet zo dom zijn te denken, dat het spreken over demonen uit de tijd, of bijgeloof is. Demonen en „boze geesten" zijn er nog genoeg op deze wereld. Ik ben er vast van overtuigd, dat de Satan velen in een wurggreep omklemd houdt, 'k Noem maar één ding: de verslaving aan de verdovende middelen, LSD etc., waardoor gezonde mensen in de kortst mogelijke tijd tot wrakken worden. Dit meisje loopt dagelijks de apostelen na, en. wat ze roept is de waarheid nog ook (vs. 17). Paulus ergert zich eraan, en tenslotte bestraft hij de waarzeggende geest zó, dat deze door de macht van Jezus' naam afstand moet doen van zijn prooi. Maar dan is héél de stad in rep en roer! De heren van het meisje, die goed geld aan haar verdienen, zijn woest, en zij rusten niet., voor zij de apostelen hebben laten geselen, en ze laten werpen in het diepste gedeelte van de onderaardse gevangenis van Filippi.
Dat waren vreselijke holen, die gevangenissen. Daar liggen Paulus en Silas, met een opengereten rug, met hun voeten in een knellend stuk hout. O God, waar blijkt Uw trouw nu, waar Uw eer? Er zitten nog meer gemartelden in dit donkere hol. Het gevloek en gekerm is niet van de lucht. En nu moeten we er wel op letten, dat Paulus en Silas niet terstond begonnen te zingen, toen ze in dit hol waren gegooid. Het zal wel hebben gestormd in hun harten. Maar dan vouwen ze hun handen, en Gods hand droogt de tranen, die nog in hun ogen staan van de geseling. En dan te middernacht tussen het gekerm, het gevloek, het gesnurk, het gerammel van de kettingen daar stijgt er een geluid op, dat niet van deze aarde is. Eerst héél zacht, nauwelijks hoorbaar. Dan voller. V/at zingen ze? Misschien dit? „Maar de Heer zal uitkomst geven 'k Zal Zijn lof zelfs in de nacht, zingen daar ik hem verwacht " 't Wordt doodstil in de gevangenis. 't Gevloek houdt op, 't gekerm verstilt. Het ontroert je tot in het diepst van je hart als je dat leest: en de gevangenen hoorden naar hen. Zingen hoor je hier nooit Het zo schuchter begonnen ge-
zang zwelt aan tot een machtige lofzang, Gods Naam ter eer. Het „nochtans" van het geloof! Mag ik het nog even overbrengen? In jouw omgeving zitten óók gevangenen. Niet letterlijk, maar ze zitten gevangen in de zonde, in Satan's macht. Hun gevloek en gekerm hoor je elke dag. Als het eens middernacht m je leven is, o, vloek dan toch niet mee. Dat zou een slag in Gods aangezicht zijn. Maar wat is het dan heerlijk, als er jongens en meisjes zijn, misschien met een gebeukt lichaam of een gemarteld hart, in wier leven het werkelijk middernacht is, die toch gaan zingen van God, hun Maker, Die de psalmen geeft in de nacht. Dan komt het in 1969 nóg voor: en de gevangenen hoorden naar hen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1969
Daniel | 16 Pagina's