JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

8 - 16

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

8 - 16

8 minuten leestijd

Verandering van spijs doet eten, zegt het spreekwoord. Dat zijn jullie zeker met me eens. Nu maak ik het spreekwoord wat anders: iets nieuws in onze rubriek, doet met belangstelling lezen, 'k Weet zeker, dat de twee verhalen jullie zullen boeien.

De vondst in de grot

Het is gebeurd in de zomer van het jaar 1947.

Op de kale steppevlakte ten noorden van de Dode Zee zijn enige Bedoeinen van de Ta'amirehstam hun kudde geiten aan het weiden.

De herders laten zo nu en dan hun ogen dwalen over de kudde, terwijl zij zelf een plekje hebben gevonden in de schaduw van de rots tegen de brandende oosterse zon.

Midden in het gesprek ontdekt een van de herders dat een geit al zo ver van de kudde is afgedwaald dat het niet meer mogelijk is hem met een steentje uit de slinger te bereiken. Hij wijst zijn vrienden op het beest, staat op en gaat er achter aan. Maar de geit gaat al verder en verder en op een gegeven moment verliest hij haar uit het oog. Misschien is zij verdwaald geraakt tussen de rotsen en de Bedoeinenherder besluit om haar te gaan zoeken. Al speurend laat hij de steppe achter zich en komt hij terecht in de rotsspleten en ravijnen van het woeste gebergte. Hij kijkt in de grotten die in de bergwanden bij tientallen te vinden zijn.

Hij roept en als hij door een ruw venster een steen in een van de grotten gooit hoort hij tot zijn verbazing gerinkel van scherven. Nieuwsgierig kruipt hij door de opening in de grot en hij kan zijn ogen niet geloven. In de donkere ruimte liggen tientallen kruiken, sommigen nog helemaal gaaf. In de kruiken zitten oude boekrollen, verpakt in leer dat door de tijd is vergaan. Als hij er met zijn vingers aankomt brokkelt het af. De Bedoeinenherder begrijpt dat hij een ontdekking heeft gedaan. Hij vergeet de afgedwaalde geit en gaat terug naar de steppe, naar zijn vrienden om het nieuws te vertellen. Samen gaan zij naar de grot om te onderzoeken hoe groot hun vondst wel is. Ze tellen de kruiken en enkele van de mooiste nemen ze mee.

De antiquair in Bethlehem, waar zij wel meer zaken deden, zou voor deze prachtexemplaren wel belangstelling hebben en omdat zij vermoedden dat hun vondst erg oud moest zijn, vragen zij een behoorlijke som geld.

De antiquair bekijkt de aanbieding, maar vindt dat twintig engelse ponden wel te veel gevraagd is. De koop gaat niet door. Dan trekken de Bedoeinen naar een Syrische koopman in het dorp. Deze bekijkt de rollen eens goed. Hij vermoedt dat hier iets bijzonders aan de hand is en als hij enkele dagen later een kollega uit Jeruzalem ontmoet vertelt hij hem het verhaal van de Bedoeinen.

Zo komt het bericht bij de vader van het Syrische klooster Sint Markus in Jeruzalem, die direkt besluit de Bedoeinen op te zoeken en enkele rollen van hen te kopen. De vader van het klooster wil graag weten wat de waarde is van de rollen die hij heeft gekocht. Hij vraagt daarom aan een Joods arts wat hij er van denkt. De arts is verbaasd en verwijst hem naar de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem. Een professor van deze universiteit krijgt de rollen enige dagen voor onderzoek, maar hij is niet in staat om de waarde van deze rollen aan te geven. Het duurt dan nog een half jaar voordat wordt ontdekt hoe belangrijk de vondst van de Bedoeinenherder wel is geweest, maar dan begrijpt men dat men oude Bijbelboeken in handen heeft gekregen, rollen van de profeet Jesaja en Hosea. De oudst bekende rollen waren van 900 na Christus en deze boeken uit de grot bij de Dode Zee waren maar liefst 1000 jaar ouder.

Mary Jones

Omstreeks het jaar 1800 leefde er in Wales, in het dorpje Llanfihangel-y-Pennant, een meisje: Mary Jones.

Haar vader was een eenvoudige wolwever, die dag in dag uit hard werkte om de kost te verdienen voor zijn gezin, dat nauwelijks kon leven van het kleine loon dat vader overhield. Veel tijd om zich met de kinderen te bemoeien had vader niet, behalve 's zondags. Die dag was in het gezin Jones een feestdag, want dan vertelde vader aan zijn gretig luisterende kinderen de verhalen uit de Bijbel. Hij vertelde ze zoals hij ze zelf vroeger had gehoord, want een Bijbelboek bezat hij niet. Dat was een luxe, die alleen de rijke en welgestelde mensen in Wales zich konden veroorloven. Zo'n Bijbel kostte ruim twintig gulden, een bedrag dat enorm groot was in d.ie dagen. In ieder geval voor een arme wolwever een hoeveelheid geld die hij niet kon opbrengen voor het kopen van een Bijbel.

Toen Mary tien jaar werd mocht zij naar

school. Daar leerde zij lezen en schrijven. Zij leerde er ook Bijbelteksten uit het hoofd opzeggen, maar als zij de opgegeven tekst moest leren, kon zij hem thuis niet nakijken. Een boer die een half uur lopen van haar huis woonde, stond haar toe, de teksten te komen overschrijven uit zijn Bijbel. Zo trok ze telkens op weg. En als ze terugkeerde naar huis, dacht ze: Ik wou dat ik zelf een Bijbel had! Haar kinderhart bad in stilte tot God: Heere, ik wil zo graag zelf een Bijbel hebben om Uw verhalen te kunnen lezen! Mary was er van overtuigd dat de Heere haar gebed zou verhoren, hoe, dat wist ze nog niet.

Toen kreeg ze een plan. Ze zou voor een Bijbel gaan sparen. Het geld zou ze gaan verdienen met het sprokkelen van hout en met kousen stoppen. Dat kon ze best! Ze voegde de daad bij het woord en elk geldstukje dat ze verdiende legde ze weg. Zes jaar lang werkte en spaarde ze om de twintig gulden bij elkaar te krijgen en toen was het eindelijk zo ver: ze kon een Bijbel kopen.

Maar dit was niet eenvoudig. De dichtstbijzijnde plaats waar zij aan een Bijbel kon komen lag veertig kilometer van haar dorp.

Mary's verlangen was echter zo groot, dat zij er niet tegenop zag deze tocht te voet te gaan maken. Met haar schoenen in haar rugzak liep zij op blote voeten naar Bala. Onderweg dacht ze er steeds aan, dat haar lievelingswens nu in vervulling zou gaan. In Bala aangekomen ging zij naar de pastorie van ds. Thomas Charles, die Bijbels verkocht. Zij vertelde dat zij een Bijbel wilde kopen waarvoor zij zes jaar had gespaard. Maar wat een slag was het voor Mary toen zij hoorde dat er geen Bijbels meer in voorraad waren en ook niet meer zouden worden gedrukt in de landstaal van Wales! Ze kon haar tranen nauwelijks bedwingen en ds. Charles die het merkte en wel begreep hoe teleurgesteld Mary moest zijn, zocht naar een oplossing. Hij had nog een Bijbel over, die al was besteld en dus voor een and-ar bestemd was. Die gaf hij aan Mary met daarbij vijf gulden terug. Je hebt er zo lang voor gebeden en gewerkt, zei hij. De man die de Bijbel had besteld, moest dan maar wachten. Hij kon er onmogelijk zoveel voor over hebben gehad als dit meisje.

Die nacht sliep Mary in de pastorie van Bala en diezelfde nacht is bij ds. Charles de gedachte opgekomen om alle mensen in de gelegenheid te stellen een Bijbel te kunnen kopen of zelfs als zij er geen geld voor hodden, er één gratis te kunnen krijgen.

Mary Jones had zo'n diepe indruk op hem gemaakt, dat dit hem niet losliet.

Hij sprak er met anderen over en vier jaar later, in 1804, werd het Brits en Buitenlands Bijbelgenootschap opgericht.

Ook in het buitenland werden in de jaren daarna soortgelijke Bijbelgenootschappen opgericht en sedertdien is de Bijbel in honderden talen vertaald geworden en verspreid, zodat iedereen het Evangelie in zijn eigen taal kan lezen.

Do geschiedenis van Mary Jones is het begin geweest van een groot stuk werk, waardoor het mogelijk is geworden dat Bijbels goedkoop kunnen worden verkocht. Hoe blij Mary wel was met haar eigen Bijbel weten we uit datgene wat zij zelf in haar Bijbel schreef:

„Mary Jones werd geboren op 16 december 1784. Ik kocht deze Bijbel op mijn 16de jaar. Ik ben een dochter van Jacob Jones en Mary Jones zijn vrouw. God zij mij genadig. Amen. Mary Jones is de werkelijke eigenares van deze Bijbel, gekocht in het jaar 1800 op 16-jarige leeftijd."

(Uit: „Bouwstof")

Dat was een mooi verhaal! Kun je er ook wat van leren? Ja? wat dan?

We eindigen met de hartelijke groeten aan allen.

Ten Ankerweg 40, Tholen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1969

Daniel | 16 Pagina's

8 - 16

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1969

Daniel | 16 Pagina's