De eerste christengemeenten
De gemeenten dan door geheel Judea en Galilea en Samaria hadden vrede, en werden gesticht; en wandelende in de vreze des Heeren en Gees-vermenigvuldigd. (Hand. 9 : 31) de vertroosting des Heiligen tes, werden
gen. Liefde tot God brengt met zich mee een liefhebben van wat de Heere liefheeft en een haten wat Hem mishaagt. En dat was nu hun dagelijks leven, want er staat, dat ze er in wandelden. Zij leefden dus dicht bij de Heere. En vanzelf, dan hebben de dingen van de wereld voor ons niet veel waarde. Dan slaan wij de pinnen van onze tent hier niet zo vast in de grond. Dan is er meer een begeerte om verzadigd te worden met Gods gunst, dan met het goed der aarde. Hoe droevig zijn dan onze tijden. Wat wordt dat leven gemist. Wat kan er veel bij door. Wat zijn wij wereldsgezind. Het is geen wonder, dat de Heere Zijn aangezicht zo verbergt. Als wij dichter bij de Heere leefden, de vertroostingen van Gods vriendelijk aangezicht bleven niet uit.
Zie het maar in onze tekst. Want er staat zo, dat ze wandelden in de vertroosting des Heiligen Geestes. Door de vertroostende bediening van de Heilige Geest mochten ze Gods verborgen omgang smaken. Een zoete vrede vloeide hun ziel toe in het zalig omhelzen van de Vredevorst. En dat dagelijks! Dagelijks mochten ze de Heere ontmoeten en zich in Hem verlustigen. Dagelijks verzekerde Hij hen van Zijn hartelijke liefde en trouw.
Er wordt tegenwoordig veel geklaagd over het gemis van het doorbrekend werk des Geestes. Zou één van de oorzaken niet zijn, dat de vreze des Heeren zo weinig beoefend wordt? Want Gods verborgen omgang vinden, zielen, waar Zijn vrees in woont. Van dat tere leven in de eerste Christengemeenten ging werfkracht uit. Ze werden vermenigvuldigd. Ja, hoe vruchtbaar is een godzalig leven voor onze omgeving. Door een godzalige wandel wordt de naaste gesticht en voor Christus gewonnen. Als de vreze Gods gemist wordt, maken wij onze naasten niet jaloers, maar stoten hen af. Dan zijn wij een sta in de weg! Wat erg is dat. Zou het daardoor komen, dat de wereld zo smadelijk spreekt over Gods kinderen?
Van de eerste gemeenten lezen wij echter, dat ze vermenigvuldigd werden. Op grote genade volgde grote wasdom. De gemeenten waren een liefelijke reuk van Christus. Er lag een glans van Gods heerlijkheid op de kerk. Hoe anders is het nu. Het kostelijke goud is verdonkerd. Het land zit en het is stil. O, waar is de hartelijke droefheid, dat wij zover van het heilspoor zijn afgedwaald? Het moest zo anders zijn en het kon zo anders zijn! Dat wTij jaloers werden op dat leven in de eerste gemeenten, opdat ook van ons gezongen kon worden:
Men spreekt van u zeer herelijke dingen, o, schone stad van Isrels Opperheer, 'k Zie Rahab, 'k zie Babel tot Uw eer, bij hen geteld, die mijne grootheid zingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1969
Daniel | 16 Pagina's