Aandacht voor Schotland
Naar de kerk (2)
De dienst begint.
Als eerste komt de koster de kerk binnen. Hij draagt de Bijbel en een psalmboek voor zich uit en legt deze op de preekstoel neer. De predikant volgt hem. Deze draagt een zwart pak met een wit rond boord („collar"). Hij zou in Nederland een pastoor kunnen zijn. De predikant kan ook een toga dragen, die aan de voorkant niet gesloten is. Op zijn toga kan hij dan nog de versierselen van de universiteit dragen, waar hij zijn graad behaald heeft. De predikant beklimt d.e preekstoel en de koster sluit het deur-
tje achter hem. Na de predikant komt d.e voorzanger binnen, want, zoals we de vorige keer schreven, gebruiken sommige kerkgroeperingen hier geen orgel in de eredienst. De voorzanger neemt achter zijn lessenaar voor de preekstoel plaats. Meestal is hij ouderling of diaken. in. de gemeente.
Wanneer je dit voor het eerst ziet, denk je onwillekeurig: „Waar zijn de ouderlingen. en diakenen toch? " Zij komen niet tegelijk met cle predikant binnen. De predikant krijgt bij de preekstoel ook geen hand met bijbehorende zegenwens. Ouderlingen en diakenen hebben ook geen aparte zitplaatsen. Zij zitten gewoon tussen de gemeenteleden. in. Alleen bij bijzondere gelegenheden, b.v. de viering van het Heilig Avondmaal, zitten ze voor de preekstoel. Dan zijn ze ook in het zwart, anders niet.
Eredienst.
Heeft de predikant op de preekstoel zijn stille gebed gedaan clan zegt hij: „Laten we God aanbidden en zingen tot Zijn lof Psalm " Het Engelse werkwoord (worship"), dat hij gebruikt betekent zowel „aanbidden" ais „vereren". Het geeft het karakter van de dienst als eredienst, een dienst aan de Heere gewijd, aan.
Zingen.
De predikant geeft meestal een hele berijmde psalm op, als deze niet te lang is, o£ anders een aantal verzen. In de Engelse berijming staan de verzen van de onberijmde psalm als nummers er voor aangegeven. Wanneer de predikant een psalm opgeeft noemt hij deze verzen (van de onberijmde psalm). De berijmde psalmen hebben niet alleen verzen, maar ook regeleenheden („stanzas"), die uit vier of vijf regels bestaan. Er zijn een groot aantal wijzen, waarop de psalmen gezongen kunnen worden. Ze hebben alle een naam, die de predikant noemt, wanneer hij een psalm opgeeft, b.v.: „De wijs („tune") is Kilmarnock". Het is mogelijk cm de meeste psalmen op verschillende wijs te zingen.
Na het voorlezen van de psalm zet de voorzanger („precentor") in en zingt de gemeente mee. Sommige melodieën zijn erg mooi en worden goed, vaak meerstemmig, gezongen '). Wanneer het echter een onbekende wijs is, kan het voorkomen dat de voorzanger alleen zingt. Tijdens het zingen zit de gemeente. Er zijn ook gemeenten waar staande wordt gezongen.
Gebed.
Na hst zingen volgt het „grote gebed". Heel de gemeente staat dan. Soms wordt dit gebed later in de dienst nog gevolgd acor een gebed, dat de voorbeden voor eigen gemeente, de kerk in het algemeen en de wereld bevat.
Zondagsschool.
ïn de morgendienst wordt er in verschillende gemeenten na het gebed een toespraakje tot de jongens en meisjes van de zondagsschool gehouden door de predikant. Hierna verlaten deze tijdens het zingen onder leiding van hun leider of leidster de kerkdienst. Ze gaan naar een zaal van de kerk, waar de kinderen hun psalmversje en de vraag uit de Kleine Catechismus, die ze geleerd hebben, opzeggen. Verder luisteren ze naar een vertelling en tekenen en kleuren ze plaatjes over de Bijbelse geschiedenis.
Schriftlezing en mededelingen.
De predikant leest nu een Bijbelgedeelte voor, dat hij besluit met: „Moge God Zijn zegen verbinden aan het lezen van dit gedeelte van Zijn Woord." Na de Schriftlezing volgen de mededelingen. Deze zijn voor het merendeel aankondigingen van. bijeenkomsten, die in de aanstaande week of weken gehouden zullen worden.
De preek.
Na opnieuw gezongen te hebben volgt dan
het deel van de dienst, dat het langst duurt: de preek. Meestal duurt deze een half uur a drie kwartier. De prediking wordt niet door zingen onderbroken.
De predikant noemt zijn tekst, b.v. Hand. 26 : 28: En Agrippa zei tot Paulus: ij beweegt mij bijna een christen te worden." Hij vraagt de aandacht voor „Festus, Agrippa en Paulus" en geeft eerst een korte typering van deze drie personen. De nadruk valt daarbij op Paulus, een gevangene, die de gelegenheid krijgt om zich te verdedigen, maar deze gebruikt voor een zendingspreek.
Na deze korte inleiding noemt hij de volgende drie hoofdgedachten, die hij uitwerkt. (1) „Wat het inhoudt om een christen te zijn." Christen-zijn betekent: van Christus en aan Hem gelijk te zijn. Een christen heeft de Geest van Christus en openbaart Zijn karakter. Er gaat een goede geur van hem uit. (2) „Wat het inhoudt om bewogen te worden tot christen." Dit betekent (a) door de Heilige Geest verlicht te worden in het verstand. Wij worden gegrepen door de waarheid. Verder houdt dit in (b) door de Heilige Geest overtuigd te worden in het geweten. De waarheid grijpt ons en legt volledig beslag op ons. Het betekent ook (c) door de Heilige Geest tot overgave van onze wil aan de Heere gebracht te worden. Hiertoe leiden de verlichting en de overtuiging door de Heilige Geest.
Zo wordt werkelijkheid, dat de Heere Jezus „de Weg, de Waarheid en het Leven" is. (3) „Wat het inhoudt om bijna bewogen te worden tot christen." Agrippa werd bijna bewogen, omdat (a) hij niet voor Christus als Koning wilde buigen. Hij wilde zijn koninklijke w-aardigheid en pracht behouden. Verder, omdat (b) hij zijn zondig leven met Bernice niet wilde vaarw7el zeggen. Ten
slotte (c) weerhield mensenvrees hem.
Deze gedachten worden toegepast op de gemeente: „een oude geschiedenis en tegelijk een aktueel gebeuren." „Paulus is blijkbaar hier een verliezer. Hij moet echter naar Rome, de hoofdstad van het wereldrijk. Daar verkondigt hij het Evangelie onder andere aan soldaten en deze heeft God ook gebruikt om Zijn Evangelie naar Groot-Brittannië te brengen. Wonderlijk Zijn Gods wegen. Hij bereikt Zijn doel".
Het bovenstaande herinneren we ons nog van een gehoorde preek. De predikant heeft natuurlijk veel meer gezegd.
Het valt ons telkens op, dat bij het eenvoudig uitleggen van de Schrift, het persoonlijk geloof in de Heere Jezus Christus centraal staat. De noodzaak hiervan en de uitnodiging hiertoe worden voortdurend beklemtoond. Verder is de prediking praktisch, wat o.a. blijkt uit d.e volgende vraag, die wre regelmatig horen: „Welke éne zonde staat er tussen de Heere en u, die u maar niet los wilt laten? " - )
Hot einde.
Aan het eind van zijn preek sluit de predikant de kanselbijbel en zegt: Laat ons bidden." Hierna volgt een kort gebed, het zingen, van de slotpsalm en de zegenwens: Moge de genade van onze Heere Jezus Christus, onze Zaligmaker, de liefde van God, onze hemelse Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest, onze Levendmaker en Trooster op ons rusten en bij ons blijven nu en voor eeuwig. Amen." Het is een zegenwens, waarbij de predikant zichzelf insluit. Het is dus niet zozeer een ambtelijke zegen, die de predikant namens God op de gemeente logt. De hogepriesterlijke zegen uit Num. G : 23—27 hebben we hier nog niet gehoord.
Na de zegenwens gaat ieder even op zijn plaats zitten. Er is dan gelegenheid voor een stil dankgebed. Dit valt je op, wanneer je hier voor het eerst een dienst meemaakt. Ook valt het je op, dat er tijdens de dienst niet geslapen of gesnoept wordt.
Daarna verlaten de mensen de kerk. Meestal staat de predikant bij de uitgang en geeft hij ieder een hand. Voor de kerk blijven de mensen nog even in groepjes staan praten en dan gaat ieder naar huis.
Achtergrond.
De erediens; in de Schotse gereformeerde kerken is in weiisn eenvoudig en sober. Do gemeente komt samen om het Woord van God te horen, tot Zijn lol psalmen te zingen en om met Hem te spreken in het gebod.
De achtergrond van deze eenvoud en soberheid is niet het moest aan de Schotse reformatie te danken. Deze stond weliswaar sterk onder invloed, van Calvijn, die als beginsel voor de eredienst had: „alléén in de eredienst wat Gods Woord gebiedt." Toch is dit niet voornamelijk aan hem of aan John Knox, cle Schotse hervormer, te danken. Beiden hadden een meer uitgewerkte vorm van eredienst. Knox schreef zelfs een dienstboek voor de jonge gereformeerde kerk in Schotland (1562). Ook had de Schotse kerk der hervorming in haar beginperiode een uitgebreider eredienst. Het gebed des IJeeren, de apostolische geloofsbelijdenis en de Wet werden toen in elke dienst herhaald. Ook waren er toen kerkelijke formulieren in gebruik. De eenheid en soberheid in hun eredienst hebben de Schotse gereformeerde kerken dankzij de Synode van Westminster (1643—1647). Deze synode stelde o.a. eon „Aanwijzing voor de openbare eredienst van God" op, die in Schotland nog steeds gevolgd wordt. Op deze synode, die ook door Schotse afgevaardigden bijgewoond werd, hadden de Engelse puriteinen een grote invloed. Laatstgenoemden hadden als beginsel voor de eredienst: Deze moet zo Bijbels mogelijk zijn en niemand mag zich in zijn. geweten bezwaard gevoelen over do vorm van d.e eredienst, zodat hij daaraan. niet zou kunnen deelnemen. Vandaar geen ambtskleding, plechtige handelingen, formulieren of formuliergebeden, geen orgels, enz. Zowel Calvijn als de puriteinen lieten zich hierin door edele, niet te vergeten, beginselen leiden. In de praktijk blijkt het echter moeilijk te zijn om deze konsekwent vol te houden. De eredienst, de dienst aan d.e Heere gewijd, behoort naar inhoud en vormgeving zo verantwoord mogelijk te zijn. Hij heeft er recht op en is het waard.
1) Voor wie hier belangstelling voor heeft: er zijn vijf verschillende grammofoonplaten met „Scottisch Metrical Psalms" verkrijgbaar. Het besteladres is: Mrs. K. R. Wright, „Rathana", 13 Upper Captain Street, Coleraine (Derry), Northern Ireland.
2) Wie de Schotse gereformeerde prediking van nu wil „proeven" leze de vertaalde preken van Ds. R. M. MacCheyne: „De Bron van zaligheid" (64 preken, uitg. J. P. v. d. Tol, Dordrecht) of „Leven en nagelaten geschriften." (verschillende delen, uitg. „De banier", Utrecht). Veel Schotse gereformeerde predikanten van nu zijn door hem beïnvloed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1969
Daniel | 14 Pagina's