JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het Woord gaat voort

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Woord gaat voort

Help ons!

7 minuten leestijd

Het gezicht in de nacht.

Het is de Heilige Geest, Die de zendelingen ïeeft gedreven, dwars door Klein-Azië, tot n Troas, de havenplaats in het uiterste Vesten. Nergens mochten zij het Woord )rediken. Maar wat nu? De avond valt in rroas en de mannen zoeken hun logement > p. Vol raadselen. Waar wil de Heere toch ïeen? Vlak bij lag toch Efeze, die gewei - lige stad, die bruiste van leven! Was dat liet een ideale plaats geweest om Gods Voord te brengen? Maar neen, de wegen lie God gaat zijn onnaspeurlijk. En als 3aulus dan vermoeid insluimert, weet hij iog niet, of hij hier in Troas nog een langere tijd zal moeten doorbrengen. Met een ïoofd vol vragen slaapt hij in.

Ineens wat is dat? Slaapt hij nu of s hij wakker? Daar ziet hij een man staan! \Taar zijn kleding te zien is hij een Europeaan, ja, een Macedoniër, een Griek dus. Sr is tussen Paulus en d.e Griek echter v a t e r (dit staat niet in de tekst, maar is nede met het woordgebruik wel te verledigen). Dan ziet Paulus de man een smedend gebaar maken en hij hoort hem roepen: „Kom over in Macedonië, en help ons!" Dan is de man weer verdwenen, even plotseling als hij is verschenen. Maar Paulus weet genoeg, 'k Stel me zo voor dat hij uit bed is gesprongen en direct zijn vrienden heeft wakker gemaakt, om hun te vertellen wat de Heere hem heeft getoond.

Want dat het een gezicht van de Heere is, daaraan twijfelt hij geen moment. Terstond proberen de mannen over te steken naar Griekenland.

Het gezicht en wij.

Een raar kopje voor een nieuw stukje, zegt misschien iemand. Wat hebben wij nu nog met dat gezicht van Paulus te maken? Ik geloof heel veel. Dit is echt geen gedeelte van de Schrift, dat ons niets te zeggen heeft, of dat we alleen met historische interesse kunnen bekijken. In cle eerste plaats moeten we wel begrijpen, dat er in Nederland nooit Christenen zouden zijn geweest, als Paulus dat gezicht niet had gezien. Want nu kwam het evangelie in Europa! In de tweede plaats is dit verhaal een geweldige stimulans voor alle zendingswerk. Want die om hulp roepende

Macedoniër is een beeld, van elk van God vervreemd mens. Zo leven er miljoenen in deze wereld. Ze leven in West-Irian, in donker Afrika, in Zuid-Amerika. Daar wordt hun leven beheerst en verteerd door d.e angst. Vreselijke angst voor „Goden" en demonen, die overal werken in de natuur, wier woede je kunt opwekken zonder het jezelf bewust te zijn. Maar zo leven ze ook in de grote wereldsteden van Amerika, Azië, Europa. De krotbewoners, die elke dag in angst leven of ze de volgende d.ag wel voldoende eten zullen hebben. Waar de hongei'snood zijn tienduizenden verslaat.

Maar ze leven ook in riante bungalows, die „Macedoniërs". Ze hebben alles; het woord gebrek staat niet in hun woordenboek.

Maar er is één ding: hun leven is zo mateloos vervelend. En om die verveling te verdrijven kopen ze een zeiljacht, een sportwagen, een maar de verveling blijft. En als er geen verveling is, dan is er de holheid van het bestaan. „Als ik m'n natje en m'n droogje maar heb ".

Je komt die „Macedoniërs" tegen als je 's morgens naar je werk fietst. Ze zitten naast je in je schoolbank, tegenover je op kantoor, je monteert er mee aan dezelfde auto. Ze hebben doorgaans maar drie gesprekspunten: de T.V., hun „wagen", en de wekelijkse voetbalwedstrijd. En die dingen maken hen ook niet bepaald gelukkig want de T.V. moet het heel de dag ontgelden omdat de programma's weer zo miserabel waren, de auto baart zorg vanwege de bandenslijtage of het getik in motor of iets van dien aard; de verrichtingen van hun voetbalploeg geven hun de ene week wat „hoop", maar storten hen de week daarop weer in zeeën van ellende en teleurstelling.

Kijk, dat zijn nu allemaal van die om hulp roepende Macedoniërs. Ik kan me voorstellen dat er nu iemand in de lach schiet en zegt: „Nou man, maar dan zou je die collega van mij es moeten spreken! Die man die héél de dag over niets anders weet te praten dan over de kansen van Ajax. Die man heeft elf afgoden, maar op een om hulp roepende Macedoniër lijkt hij in de verste verte niet! Als je maar even begint te praten over iets dat op het Evangelie lijkt, lacht hij je vierkant in je gezicht uit, of je kunt een vloek naar je hoofd krijgen, met een heel verhaal over die „fijnen" van die kerk van jou!"

Maar als je zo zou praten begrijp je me niet. Want natuurlijk weet ik ook wel, dat b.v. die Papoea's in West-Irian echt niet handenwringend op het strand staan te kijken of er al iemand komt om het Evangelie te verkondigen. En ik weet best, dat je collega er 's maandagsmorgens heus niet op zit te wachten, dat je zijn voetbalverslag onderbreekt met een „goed woord voor de Heere".

Natuurlijk niet. Maar dat weet de Schrift ook wel! Paulus verwachtte echt niet, dat er werkelijk een Macedonische man aan de overzijde zou staan, die hen bij hun aankomst juichend zou verwelkomen. Als zij voet aan land gezet hebben, zitten zij nota bene binnen de kortste keren in de gevangenis van Filippi!

Waarom geeft de Bijbel dan toch dat beeld van die man, die schreeuwt cm hulp? Omdat, en dat moeten we goed zien, dat toch ten diepste de werkelijke situatie is! We hebben nu hiervoor wat soorten van mensen opgenoemd, waarvan je er sommige dagelijks ontmoet. En zelf kun je nog wel een paar noemen. Je kunt er veel over zeggen, weinig over zeggen, in wezen kun je er maar één ding over zeggen: ze hebben misschien heel wat, maar ze missen Christus, en dus missen ze alles, al geloven ze daar geen syllabe van. Als je Christus mist, is je leven vcos, hol. Dan weet je niet, wat het zeggen wil, echt bedroefd te zijn, en echte blijdschap is je ook vreemd. Dan zie je „lol" aan voor vreugde, en een soort zweverig gevoel van voldaanheid noem je geluk. En daar hoef je echt niet elke zondag voor naar Ajax te gaan. Je kunt ook „braaf" naar de kerk gaan, en toch nameloos arm zijn, toch het beeld van de Macedonische man dragen. Als het nog zo is, zou. ik zeggen: doe dan ook als die man! Bid (vs 9!) en zeg: „Iieere, kom over, kom toch over in het Macedonië van mijn zonde, mijn ellende, mijn leven zonder U, en help mij!" En beprcef daar dan maar de Heere in of Hij je dan niet zal opendoen de vensteren des hemels, en zegen afgieten, zodat er geen schuren genoeg zijn zullen! Want Paulus reisde terstond naar Macedonië, maar werkelijk, zo kan het gebeuren dat de Heere ook terstond afreist naar het Macedonië van onze ellende! Maar dan kan en mag het ons ook geen rust laten, als we zien dat heel deze wereld nog vol is van de schreeuw van de Macedonische man.

Wee dan de kerk, die niet „terstond afreist" om te helpen! Maar wat moeten we God dan danken, dat Hij op deze schreeuw een antwoord geeft. Er is maar één antwoord, maar één hulp. Dat is het Evangelie van Gods Zoon, die stierf op Golgotha, maar nu lééft, en nooit meer sterven zal. Wat een wonder! Wij zijn ontrouw, maar Hij is de Getrouwe, Zijn Naam is Heere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1969

Daniel | 14 Pagina's

Het Woord gaat voort

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1969

Daniel | 14 Pagina's