Eenzaamheid ?
In deze artikeltjes ging het steeds over vragen rond het huwelijk en de voorbereiding tot het huwelijk. Zo af en toe hebben we daarbij terloops ook de ongehuwden betrokken. Over hen willen we het dit keer eens in het bijzonder hebben. Momenteel telt ons land dertien miljoen inwoners.
Daarvan zijn 800.000 mensen boven de vijfentwintig jaar ongehuwd. Een tamelijk grote groep, die óók onze aandacht vraagt. Vooral ook omdat we verschillende brieven over het ongehuwd-zijn ontvangen hebben. Zo schrijft iemand uit Zuid-Afrika: „Hoewel ik niet getrouwd ben, ben ik helemaal gelukkig, omdat mijn leven volkomen in de hand van de Heere is en Hij weet het beste wat goed is".
Geef liefde, dan ontvang je het ook!
Een onderwijzeres haakt in op de eenzaamheid van een verpleegster, van wie we al eerder iets geciteerd hebben. „Dat meisje voelt zich eenzaam. Is dit nodig? Verpleegster is een mooi beroep. Je moet je wel vaak wegcijferen voor anderen. Je moet oog en oor hebben voor de vele problemen van de patiënten. Als je dat hebt, dan kom je tot de conclusie dat je zelf zoveel hebt. De patiënten willen zo graag hun hart eens luchten. Wat is het dan fijn wanneer een verpleegster kan en wil luisteren. Geen mens hoeft zich alleen te voelen. Ga erop uit. Ga naar zang, naar een jeugd-of vrouwenvereniging, afhankelijk van je leeftijd. Zoek wat hobbies. Muziek is volgens mij de mooiste ontspanning. Maar als je alleen overdag je werk hebt en verder niets, dan is je leven leeg en ga je piekeren en kom je tot veel problemen.
Zelf ben ik bij het onderwijs. Waarom ben ik niet getrouwd? Omdat God het zo wil. Ik heb er een vast vertrouwen in dat God het beste met me voor heeft, 'k Ben er dus helemaal niet verdrietig om en voel me ook helemaal niet eenzaam. Hoe de omgeving hierop reageert? Ik hoor er nooit iets over. 'k Ga om met getrouwden, met ongetrouwden, met jong en oud, met mannelijke en vrouwelijke kollega's. Maar 'k heb nooit het idee: 'k word achteruit gezet, 'k Heb er ook geen minderwaardigheidsgevoel door, want m'n leven is gevuld, 'k Ga naar zang, vereniging, cursus, doe veel aan muziek, ga naar vergaderingen, ga eens op visite en 'k ga om met levende mensen, evenals een verpleegster. Wie liefde geeft, ontvangt liefde terug! Als U het eens moeilijk hebt, kijk dan naar uw getrouwde vriendin, die het niet zo best heeft. Dan houd je onnoemelijk veel over. Kijk niet naar je meerderen. Dan kom je altijd tekort. Heb vertrouwen!"
Twee mensen die het ongehuwd-zijn aanvaard hebben, in het vertrouwen dat het goed is wat de Heere doet. Ze missen een levenspartner, maar dit hoeft volgens hen geen pijnlijke leegte te blijven. Als je die leegte maar weet te vullen door het kontakt met anderen. Al neemt dit niet weg dat er moeilijke momenten kunnen zijn.
Eenzaam!
Over die moeilijke momenten een andere brief. „Voor mij persoonlijk was de gedachte om alleen te blijven iets vreselijks. Toch bleef ik dat wel. Is de reden daarvan soms dat ik niet in de gelegenheid ben geweest? Nee, zeker niet. Toch is het voor mij een eenzaam leven, want in de schepping hebben we als vrouw toch ook bepaalde eigenschappen meegekregen. En wat denkt U van het kinderen voor de Heere gewinnen? De begeerte naar het moederschap werd ons ingeschapen. Anderzijds is het ook zo dat kinderen een angstig bezit zijn, vooral in deze tijd.
Ben ik het er nu altijd mee eens? Soms zijn er momenten dat de eenzaamheid me te machtig wordt, vooral nadat m'n moeder overleden is".
Hoe vlijmscherp die eenzaamheid door een vrouw gevoeld kan worden blijkt ook uit een brief van een negenentwintig-jarig meisje, geschreven aan Prof. Waterink, die hij opgenomen heeft in zijn boek „Brieven aan jonge mensen", uitgegeven bij Zomer
en Keuning. We hopen dat het ons niet kwalijk genomen wordt dat we deze zeer persoonlijke en intieme uitlatingen doorgeven. We doen het om goed weer te geven hoe intens eenzaam een vrouw zich kan voelen. Zij zegt o.a.: „Eigenlijk liggen mijn moeilijkheden hierin dat ik mijn ongetrouwde toestand niet kan overgeven aan God. U moest eens weten hoe moeilijk ik het hebben kan. Als je gezond en sterk bent en je bent vrouw, helemaal vrouw, dan verlang je wel eens. Dat verlangen kan heel sterk worden. Ik kan niet geloven dat dat raar is.
God heeft mij toch ook gemaakt als een gezonde vrouw. En U moest eens weten hoe je in stille avonden op je bed verlangen kunt naar de warme aanraking van een man. Wat zou ik kunnen liefhebben! Wat zou ik ontzaglijk veel kunnen geven aan een man, van wie ik wist dat hij mij liefhad! En mij begeerde, alleen om mijzelf! Ik weet dat God mij zó geschapen heeft, dat ik menselijkerwijs gesproken kinderen kan krijgen. Is het dan werkelijk waar dat het Gods wil kan zijn, dat ik langzamerhand moet verdrogen, terwijl ik zie hoe God mij een bron geschapen heeft, waaruit het leven zou kunnen ontspruiten? Ik voel dan mijn eigen lichaam en heb wel geschreeuwd, geschreeuwd van verlangen! De mensen, die getrouwd zijn, weten niet wat „verlangen" is. Ik zou kunnen wachten. Ontzettend lang. Als ik dan maar wist dat het eenmaal kwam, dat ik mij zou kunnen geven, helemaal. Als ik dan maar wist, dat het eenmaal kwam dat ik een kind droeg onder mijn hart".
Een vrouw zonder man. Een vrouw zonder kinderen. Een mens alleen! Meestal is aan de buitenkant niet te zien wat er innerlijk in een mens omgaat. We kunnen over veel dingen met anderen praten, ook nog wel over onze moeilijkheden. Maar de diepste nood vertellen velen niet zo makkelijk, hoewel de behoefte daaraan groot kan zijn. Zo kan het bij ons zijn. Zo kan het ook bij anderen leven. Bij mensen in onze directe omgeving. Ook bij ongehuwden. En hoe is onze houding tegenover hen?
Onze houding?
„Ja, dat zal wel verschillend zijn. Maar toch merk ik vao.k en ervaar dat soms als echt hinderlijk, dat je als alleenstaande, ongehuwde vrouw feitelijk als onvolwaardig gezien wordt. Sommige mensen vinden het nodig om je zo'n beetje te bemoederen en te zeggen wat je doen en laten moet. Verder word je in de samenleving wat eenzelvig, omdat je wel eens minder prettige dingen ontmoet. Zo kun je het best bij je getrouwde vriendin de deur niet plat lopen".
Is dit een juist beeld? Het is in ieder geval de ervaring van een van d.e velen. Hoe staan wij tegenover de ongehuwde? Betrap je jezelf niet eens op de gedachte: „I-Iè, wat vreemd dat die niet getrouwd is. Wat zou eraan mankeren? " Zo'n gedachte voelt de ander intuïtief aan. Waarom moet er iets aan die ander mankeren? Is zo iemand minder dan een gehuwde? En is er in ons huis plaats voor de alleenstaande? Of is er alleen maar de gewoonte dat echtparen uitgenodigd of bezocht worden, omdat dat veel gezelliger zou zijn? Is een mens ook hierin dikwijls niet veel te egoïstisch bezig? Aan de andere kant is het ook zo dat de houding van de alleenstaande zélf mede bepaalt hoe de anderen zijn. Iemand die zich inderdaad hierdoor ook minder voelt, zal moeilijker kontakt krijgen met anderen. Een mens kan zelf zo onnoemelijk veel aan de houding van zijn omgeving doen. Je kunt zo met jezelf te doen hebben dat je helemaal op je eigen leventje geconcentreerd raakt en daardoor onuitstaanbaar wordt voor anderen. Gehuwd of ongehuwd, ieder mens kent momenten van eenzaamheid of verdriet. In feite zijn daarvoor slechts twee wegen. De weg van het gebed om te vragen of de Heere ons wil leren ons leven, zoals het is, te aanvaarden in het vertrouwen dat het Zijn leiding is. Of steeds maar weer vechten tegen de bierkaai in het voortdurende verlangen naar het andere, dat er niet is en misschien ook nooit zal komen. Het is daarom zo fijn dat de laatste brief eindigt met: „Het grootste voorrecht is wel om de wegen, die de Heere voor ons heeft uitgestippeld, niet alleen te aanvaarden, maar ook te aanbidden als alleen wijs, heilig en goed en mij zo geheel naar ziel en lichaam voor tijd en eeuwigheid aan Hem over te geven. Dan is er nog zoveel werk dat ledigheid uitgesloten is. En dan kunnen we ook daarin zoveel genoegen hebben dat we met de Heere ons pad met blijdschap mogen lopen, ook door de diepte van de eenzaamheid".
Dat geldt ook voor die jongens en meisjes onder de Daniël-lezers, die het juist bij het lezen over de omgang jongen meisje zo moeilijk kunnen hebben, omdat ze vermoeden dat ze door hun lichamelijk gebrek niet tot een trouwdag zullen komen.
G. en S. T. van Malkenhorst Bleulandweg 298, Gouda.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1969
Daniel | 14 Pagina's