JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

8 - 16

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

8 - 16

9 minuten leestijd

De vorige keer heb ik jullie al gewezen op onze jaarlijkse bondsdag. Ook dit jaar wordt deze gehouden op de dinsdag na Pinksteren. Onze vergaderplaats is nu Rotterdam. In de grote Boezemsingelkerk worden dus die dag alle jongens en meisjes van onze gemeenten verwacht. In „de Saambinder" zullen jullie wel kunnen lezen, wie er die dag tot ons zullen spreken. Om eerlijk te zijn, weet ik het zelf ook niet precies, want één van onze predikanten, die beloofd had te spreken, moest hiervoor onverwachts bedanken. In ieder geval spreekt 's middags mijnheer Golverdingen, die jullie allen wel kennen. Hoe gaat het nu op zo'n dag? Dit kan ik jullie het best laten lezen uit een verslag, dat één van jullie vrienden vorig jaar maakte. Lezen jullie even mee?

VERSLAG BONDSDAG NUNSPEET

's Morgens 4 juni om 8 uur vertrok onze bus met bestemming Nunspeet. Het weer was goed, het zonnetje scheen lekker. Op d.e weg viel cle drukte nogal mee en om 10 uur waren we al in Nunspeet. Tegenover het plein, waar de bus stopte lag een restaurantje, waar we wat konden gebruiken. Daarna gingen we lopencl naar de kerk, wat niet ver was. De kerk was niet zo groot en erg vol.

De bijeenkomst werd om kwart voor elf geopend, niet zoals gewoonlijk door de voorzitter Ds. v. d. Noort, hij was helaas ziek, maar door Ds. Schipaanboord. We begonnen met het zingen van Ps. 25 de verzen 1 en 2 en met het lezen van een gedeelte van Richteren 16. Daarna werd er gebeden. Toen sprak dominee een openingswoord over: Heere, maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. Daarna las de secretaris, de heer Zoutendijk, het jaarverslag voor. Terwijl we enkele verzen van Ps. 118 zongen werd er gecollecteerd, wat, zoals we later hoorden, f 211, 76 opbracht. Daarna vertelde Ds. Schipaanboord de geschiedenis van Simson.

Over Simons moed in het verscheuren van een leeuw, toen hij op weg was naar een vrouw in Timnath. Als hij enige tijd later in het lichaam van de leeuw honing vindt, ontleent hij hieruit aanleiding om op zijn bruiloft een raadsel op te geven aan de 30 jonkers; Spijze ging uit van de eter en zoetigheid ging uit van de sterke. Hij belooft hun 30 fijnlijnwaadsklederen en 30 wisselklederen als ze binnen 7 dagen de oplossing weten. Als ze het niet raden moeten ze hem de klederen geven. Op de 7e dag gingen ze naar Simsons vrouw en vroegen haar of zij het Simson niet afpersen kon. Het gelukte haar na veel moeite en toen zei zij het tegen de gasten. Simson begreep dadelijk dat zijn vrouw het verraden had. Toen doodde hij 30 Filistijnen in Askelon en nam hun kleren af en gaf ze de jonkers. Simson ging boos naar het huis van zijn vader terug. Zijn vrouw werd aan een ander gegeven. Als Simson haar na enkele dagen wil bezoeken weigert haar vader haar hem te geven. Simson neemt hiervoor wraak. Hij ving 300 vossen, bond ze twee aan twee aan elkaar en stak er een fakkel tussen. Toen liet hij ze door het koren van de Filistijnen rennen; dit verbrandde helemaal. De Filistijnen staken daarop het huis van Simsons schoonvader en vrouw in brand. Beiden kwamen in de vlammen om. Zo vertelde Ds. Schipaanboord de gehele geschiedenis van Simson; hij deed het erg mooi en voor ons allen zeer begrijpelijk. Na dit verhaal hebben we weer gezongen. Toen werd er voor de morgen geëindigd en voor het eten gebeden. Het was half één en om half twee moesten we weer aanwezig zijn.

's Middags begonnen we met het zingen van Ps. 119 de verzen 1 en 3. Vervolgens werd er voor het eten gedankt en voor de middagvergadering gebeden. Hierna vertelde mevrouw Houtman uit Leiden een verhaal. Het heette: Van Lakkie, de jodenjongen.

Het ging over de laatste wereldoorlog, toen een jongetje uit een joods gezin moest vluchten. Zijn ouders en zusjes waren al door de Duitsers meegenomen. Hij was door de familie de Vries opgenomen, maar werd erg ziek. De Duitsers zijn twee keer geweest en twee keer was mijnheer de Vries ze te slim af. Maar Lakkie was daardoor erger ziek geworden. De dokter had een erge longontsteking geconstateerd. Hij ijlde en ging steeds meer achteruit. Toen stelde mevrouw de Vries voor om voor Lakkie te gaan bidden. Met z'n allen, vader, moeder, de dokter en hun zoontje Kees, vroegen ze de Heere of Hij Lakkie beter wilde maken. Er scheen wel een wonder te gebeuren, want Lakkie werd rustig en knapte van dat moment goed op. Later bleek alleen zijn vader nog in leven te zijn, zodat hij niet als wees achterbleef. Het was een pracht verhaal.

Daarna werden er boekenbonnen uitgereikt

aan mevrouw Houtman, Ds. Sehipaanboord en aan mijnheer Zoutendijk, omdat hij niet langer secretaris van onze bond kon zijn. Ds. de Ridder heeft toen nog een kort slotwoord gesproken, hij liet nog zingen Ps. 25 vers 6 en daarna dankte hij.

Om drie uur zaten we al in de bus naar Austerlitz. Er is daar een prachtige speeltuin, waarin we ons kostelijk vermaakt hebben. Velen gingen er ook een kijkje nemen bij de piramide. Om zes uur reden we af, het ging richting Den Haag, naar huis. Het was erg druk op de weg vooral bij Utrecht. Om 8 uur waren we weer in Den Haag terug. Het was een leuke dag geweest, behalve dat het in de kerk veel te langdurig was.

Jullie hebben wel begrepen, dat dit verslag afkomstig is uit Den Haag. Hartelijk dank hoor. Ik heb het een jaar goed bewaard om het nu te kunnen plaatsen. Jullie merken wel, dat het op zo'n bondsdag erg gezellig en leerzaam is. We zullen proberen om het van dit jaar dan eens niet „langdurig" te maken.

We vervolgen nu het opstel van Didi van Kranenburg uit Utrecht.

Farao’s droom en Jozefs verhoging.

Als wij dromen dan worden we de volgende dag wakker en dan denken we: Hè wat was dat een nare droom. Of: Wat heb ik vannacht toch weer fijn gedroomd. Maar de Farao dacht: Wat zou er toch met deze droom bedoeld worden? Maar hoe hij ook dacht en dacht de Farao kwam er niet achter. Hij stapte uit bed, deed zijn mooiste kleren aan en zei toen tegen zijn dienaren: Laat al de tovenaars uit het gehele land bij mij komen. De tovenaars en de wijzen kwamen en de Farao vertelde zijn droom aan hen, maar zij wisten het antwoord niet. De schenker had echter ook gehoord van de droom van de Farao en hij dacht: Die Jozef, die man die in de gevangenis met mij zat en die ook mijn droom heeft uitgelegd, die zal ook de droom van de Farao wel uit kunnen leggen. Hij ging naar de Farao toe en hij zei: Ik gedenk heden mijne zonden. U was zeer boos op uw dienaars en u stopte mij in de gevangenis. En ook de overste der bakkers. En in een nacht droomden wij allebei een droom, hij en ik. Maar we wisten niet wat er met deze droom bedoeld werd. En in de gevangenis waarin wij zaten was ook een Hebreeuwse jongeling, en wij vertelden hem onze droom en hij legde ze uit. En zo als hij het uitlegde, zo is het ook geschied, U heeft mij hersteld en de bakker is gehangen.

Toen Farao dat hoorde zoncl hij zijn dienstknechten heen om Jozef te halen. Jozef zag er natuurlijk niet al te netjes meer uit. De knechten schoren hem en hij kreeg nieuwe kleren. En toen gingen ze weer vlug naar de Farao terug. Jozef kwam bij de Farao en de Farao sprak tot hem: Ik heb een droom gedroomd en er is niemand die hem voor mij uitleggen kan. Maar ik heb van u horen zeggen, als gij een droom hoort dat u hem ook kunt uitleggen. En Jozef antwoordde de Farao zeggende: Ik kan dat niet. Mijn God zal uw droom uitleggen.

Toen vertelde de Farao zijn droom aan Jozef. Toen hij zijn droom verteld had zei hij: Ik heb mijn droom ook aan de tovenaars en de wijzen verteld; maar er was niemand die mijn droom kon uitleggen. Toen zei Jozef tot de Farao: De droom van Farao is één. Hetgeen God is doende, heeft hij Farao te kennen gegeven. Die zeven mooie koeien zijn zeven jaren en die zeven aren zijn ook zeven jaren. En die zeven lelijke koeien, die na die zeven mooie koeien opkwamen zijn zeven jaren. En de zeven lelijke aren zullen zeven jaren van honger zijn. Dit is het woord, hetwelk ik tot Farao gesproken heb: hetgeen God is doende, heeft Hij aan u vertoond.

De zeven komende jaren zal er grote overvloed in heel Egypte zijn. Maar na die zeven jaren van overvloed zal er zeven jaar hongersnood zijn. Dan zal in Egypte ai die overvloed vergeten worden en zal de honger het land verteren. En die honger zal heel zwaar zijn. En u. heeft twee maal hetzelfde gedroomd, dat is dat het echt zal gebeuren en. al heel. gauw.

En nu moet u een wijs man over Egypte stellen. Er moeten in de jaren van overvloed koren bewaard worden voor d.e jaren van hongersnood. En Jozef zei tot de Farao hoe dat moet gebeuren. (Gen. 41 : 33-36.) Dit vond. Farao een goed plan. En Farao zeide tot zijn knechten: ouden wij een man vinden die net zo als deze is? In welke Gods geest is?

En de Farao stelde Jozef tot onderkoning aan. En de Farao zeide tot Jozef: Gij zult de baas over mijn huis zijn en over het ganse Egypteland. Alleen ik zal hoger zijn dan gij. Toen deed de Farao zijn ring af en deed hem aan de hand van Jozef. Ook kreeg Jozef prachtige kleren aan en Jozef kreeg ook nog een prachtige gouden ketting om. En de Farao liet hem in een prachtige koets rijden. Het wras op één na de mooiste van het land. Die van de Farao was iets mooier. Ook kreeg Jozef een nieu-

we naam: ZAFNATH PAaNEA! Jozef trouwde met een vrouw die heette: AS-NATH. Dertig jaar was Jozef oud.

Didi van Kranenburg.

Ik ga eindigen met de hartelijke groeten. O, ja, de prijswinnaars moeten nog even geduld hebben. Hopelijk een volgende keer.

C. de Bode Ten Ankerweg 40 - Tholen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1969

Daniel | 16 Pagina's

8 - 16

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1969

Daniel | 16 Pagina's