8 - 16
We beginnen dit maal met de oplossing van puzzel 10. Alle antwoorden heb ik nog niet binnen, maar dat komt nog wel. Ook kan ik nog niet zeggen, wie de winnaars zijn van deze wedstrijd. Ik hoop dat echter in het volgende nummer te kunnen doen. Nog veertien dagen geduld houden.
Hier dus puzzel 10.
1. Demetrius; 2. Ebed-Melech; 3. Dura; 4. Achitofel; 5. Golan; G. Enos; 7. Nimrod; 8. Demas; 9. Ekron; 10. Semieten; 11. Maacha; 12. Ezra; 13. Naaman; 14. Sisera; 15. Chrysopraas; 16. Heman; 17. Elkana; 18. Numeri; 19. zwaluw; 20. ijdelheid; 21. Nabal; 22. Adoni-Zedek; 23. Lamech; 24. schaapspoort; 25. Haman; 26. Eunice; 27. Tubal-Kaïn; 28. Gosen; 29. Rechab; 30. Abana; 31. Sceva.
Bij sommige vragen was er ook een ander antwoord mogelijk. Maak je dus maar niet bezorgd als je dus enkele andere antwoorden hebt.
Ter afwisseling plaats ik nu een grappig gedichtje. Ik weet alleen niet meer van wie ik dit kreeg. De envelop heb ik al weggedaan. Hier komt het.
De Dierenliefhebbers
Ze kwamen met d.e trein
en stonden op 't perron. Hij droeg de papegaai, die aardig praten kon en zij een kleine hond, die stump'rig zat te beven.
„Kom", zei de man, „naar huis, maar hebben we alles wel?
't Kind is bij jou, niet waar? " „Bij mij", zo sprak zij snel.
„Hoe kun je 't zeggen man 'k heb het jou gegeven!"
„O, lieve help", riep de man, „hoe kon 'k zo slordig zijn!
Daar ligt het kleine wurm zo waar nog in de trein".
Ik heb van jullie in de loop der maanden nog al veel opstellen gehad over Jozef. Al die opstellen zijn even mooi, maar ik kan ze natuurlijk niet allemaal plaatsen. Ik pik er nu één uit en de andere doe ik maar weg. Het is wel jammer voor de moeite, Het is van Didi v. Kranenburg uit Utrecht, en we plaatsen er nu een gedeelte van.
Farao’s droom en Jozefs verhoging.
Twee jaar zit Jozef nu al in de gevangenis. De schenker, waar Jozef zijn dromen aan heeft uitgelegd, heeft zijn belofte niet gehouden. Deze is nu al weer twee jaar in zijn oude ambt hersteld. Aan de belofte die hij aan Jozef heeft gegeven, denkt hij niet meer. Zo gaat dat dikwijls met de mensen. Als ze in nood zitten doen ze vaak mooie beloften aan degene die ze uit de put halen, maar zodra ze weer in ere zijn hersteld, zijn alle mooie beloften vergeten. Met de schenker ging het precies zo. Tot op een dag
De Farao ligt in zijn bed en droomt een vreemde droom. Hij stond aan de rivier en kijk, uit de rivier komen zeven mooie, dikke vette koeien. Het zijn prachtige beesten. En zij graasden in het gras. Maar kijk, zeven andere koeien komen uit de rivier. Het zijn lelijke magere beesten. Een heel verschil met die eerste koeien. En de zeven lelijke koeien stonden bij de zeven mooie koeien aan de oever van de rivier. Maar wat gebeurde daar? De zeven magere lelijke koeien aten de zeven mooie dikke koeien op. Toen werd de Farao wakker. Hij denkt eens over zijn droom na. Maar onder het denken vallen zijn ogen toch weer dicht. En weer droomt hij.
Hij stond op een weiland en ziet, uit de grond kwamen zeven vette en goede aren op in een halm. Maar kijk, na een poosje kwamen zeven dunne, door de oostenwind verzengde aren uit de grond. Maar net als bij de droom van de koeien aten de zeven dunne aren de zeven vette en goede aren op. Toen werd de Farao weer wakker. Het was maar een droom.
(Wordt vervolgd)
Onze ruimte is nu weer vol. We gaan eindigen met een hartelijke groet aan allen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1969
Daniel | 16 Pagina's