Kerstening (1)
Hier stonden stenen beelden van de goden, die heil en onheil brachten over 't volk, dat telkens weer werd opgezweept tot doden hun medeschepselen met speer en dolk.
Van overzee verschenen vreemde boden; zij waren van de God der goden tolk, om tot het ware Heil het volk te noden, te vlieden van de peilloosdiepe kolk.
Teen ging een heilig vuur het hart verwarmen. De blinde ogen zagen ver en klaar de schone schatten uitgestald voor armen, ontkoming aan het nakende gevaar; vervjonderd over ongekend erbarmen: 't volkomen offer van de Middelaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1969
Daniel | 14 Pagina's