JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

8 - 16

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

8 - 16

7 minuten leestijd

Hier zijn we dan weer met onze jeugdrubriek. Ik wil dit keer nu eens geen puzzel plaatsen, dan hebben jullie even tijd cm uit te blazen en een aanloopje te nemen voor de tiende van deze serie. Ik heb een paar weken geleden een praatje gemaakt over onze verenigingen en opwekking gedaan om meer van die jongens en meisjesclubs op te richten. Ik wilde wel dat er in iedere gemeente één was. Nu kreeg ik vorige week een mooie brief uit Genemuiden. Nu heb ik altijd een zwak gehad voor dit plaatsje van mattenmakers. Dat komt natuurlijk, omdat ik er vroeger altijd mijn zomervakantie doorbracht. Ik weet nog goed, dat het feest was als we dan een dag meemochten gaan biezen snijden. Doen ze dat nu nog in Genemuiden? En worden er dan nog gevangen vogels onder de biezen verstopt? Maar goed, ik ga nu geen verdere jeugdherinneringen ophalen, ik had het over een ontvangen brief. Jullie mogen allemaal een stukje van die brief meelezen:

„A1 enkele malen ben ik op de jaarvergadering geweest met telkens 3 a 4 kinderen van de zondagsschool, die ik leid. En als ik dan al die blijde gezichten van die kinderen zag, dan kwam het telkens bij mij op: Bij ons in Genemuiden kan ook een kleine meisjesvereniging of knapen vereniging zijn. Ook de jeugd van onze gemeente hoort op deze dag hier te zijn.

Een maand geleden zijn vier meisjes uit de gemeente hier bij mij gekomen met de bedoeling om een kleine meisjesvereniging op te richten. Deze ondernemende „jongedames" zijn toen naar de pastorie van Do. Ligtenberg gestapt om toestemming te vragen. Toen zijn ze nog een aantal adressen afgelopen voor geschikte leiding. En nu hebben we hier in Genemuiden een vereniging van 45 meisjes en 4 leidsters. Tot nog toe zijn de meisjes erg gewillig en doen erg hun best met een opstel e.d. Er zijn soms heel mooie opstellen bij en een enkeling brengt een gedichtje of iets anders mee. En nu is mijn vraag of het goed is als de meisjes iets geschikts hebben gemaakt of ik dat op mag sturen voor plaatsing in „Daniël"? Ik hoop, dat ik U hiermee van dienst ben geweest. De meisjes hebben de verenigingde naarn gegeven van: „Het Mosterdzaadje." Ontvangt de hartelijke groeten en veel zegen met Uw werk toegewenst.

Mej. H. Visscher,

één van de leidsters.

P.S. Ik dacht, dat U het wel eens fijn zou. vinden om in deze tijd van scheuring en haat en nijd te horen hos jonge kinderen een band in de gemeente vormen."

Nu, wat zeggen jullie van zo'n brief? Daar word je warm van. Ik vind het geweldig, dat dit in Genemuiden gebeurd is en ik hoop dat vele „jongedames" dit voorbeeld van die vier uit Genemuiden volgen. Het is nu precies 10 jaar geleden dat ons Landelijk Verband is opgericht. Eén van degenen, die tot oprichting de stoot hebben gegeven was de toenmalige predikant van Genemuiden Ds. Hegeman. Hij was ook onze eerste voorzitter. Op onze jaarvergaderingen was hij altijd met een honderd kinderen uit Genemuiden present. We zijn daarom zo blij dat er nu weer een vereniging is en ik hoop, dat er ook spoedig een knapenvereniging bijkomt. Misschien zijn er in Genemuiden ook nog wel 4 ondernemende „jonge heren", die eens naar de pastorie stappen. Natuurlijk zijn jullie opstellen mij hartelijk welkom; ze krijgen dan een plaatsje in ons blad. Hartelijk dank voor deze fijne brief en ook voor de goede wensen. Ik hoop, dat „Het Mosterdzaadje" mag uitgroeien tot een grote boom.

Hoe gezellig het op zo'n vereniging kan wezen, blijkt wel uit het volgende gedicht uit Leiden.

ONZE CLUB

In ons clubhuis op de Nieuwe Rijn Bohoron wij 's zaterdagsmiddags aanwezig te zijn.

Meestal zijn er zo'n veertig present; En de contributie is maar 25 cent. Eerst zingen we een psalmversje allemaal, Na het gebed volgt dan een verhaal Over Jozef of Simson, de sterke held, Door één van de leiders of leidsters verteld.

Over zo'n hoofdstuk mogen we vragen stellen.

Soms zijn er zoveel, bijna niet te tellen. Eens in de maand houden we vragen wedstrijd. Een bijbelopstel is ook leerzame bezigheid.

Als er na de vertelling een versje is gezongen Is inmiddels d.e pauze weer begonnen.

Dan drinken we een glas limonade of cider. Soms is er ook wat koek of snoep voor ieder.

Na de pauze is het knutselen geslagen. De één gaat timmeren, de ander zagen, Die gaat breien, een ander haken, Weer een ander gaat kalenders maken. Al die werkstukjes gaan we bewaren Om ze te verkopen en geld te sparen Voor Ds. Kuijt en de Nigerianen. Het brengt nog heel wat op alles tezamen. Als de wekker vijf uur slaat is het „stop" En ruimen we alles weer netjes op.

Een versje zingen en we eindigen weer En zeggen: „Jongens en meisjes, tot de volgende keer".

Dit keurige vers werd gemaakt door het lid W ij n a n d R ij s d a m. Leuk Wijnand, ik merk wel, dat er bij julie op de club een goede geest heerst. Ik zou best eens om een hoekje willen kijken als jullie zo bezig zijn. Het is echter wel een beetje ver van hier vandaan.

Zo jongelui, dit was dan het beloofde gedicht uit Leiden. Zijn er nog meer kinderen met een dichtersgeest? Laten die dan eens wat opsturen!

Hier komt nog een opstel van Evert Polinder en het gaat over

ONESIMUS

Filémon was een vooraanstaand christen in Colosse. Hij was goed voor zijn slaven. Eén slaaf echter was ondankbaar, namelijk Onésimus; hij wilde liever de vrijheid. Hij liep weg, maar hij wist niet waar hij heen moest. Hij zwierf al verder weg, in voortdurende angst ontdekt en teruggebracht te worden naar Filémon, zijn meester. Hij had een goed leven bij Filémon gehad en diep in zijn hart kreeg hij toch wel een beetje spijt van wat hij gedaan had, maar terugkeren? Neen, want dan zou Filémon hem zeker straffen voor zijn ondankbaarheid. Eindelijk kwam Onésimus in Rome terecht en daar hield hij zich toen verborgen. Hij vertelde aan niemand wie hij was en waar hij vandaan kwam. Hij bewaarde dat bange geheim zorgvuldig. En niemand zou hem kunnen vinden tussen de vele mensen van Rome. Eén was er, Die hem toch vond, Eén, aan Wiens oog niemand ontgaat. Onésimus kwam op een dag in het huis van Paulus, die toen als gevangene in Rome verkeerde, maar toch een eigen huis had, waar hij bezoekers mocht ontvangen. Onésimus hoorde Paulus over de Heere Jezus spreken, over Wie zijn meester Filémon ook wel eens gesproken had. Hij luisterde met verbazing naar de man, die gevangen was en toch over vrijheid spreken kon en voor Onésimus' angstig hart was de boodschap van Christus' liefde een wonderlijke troost. En Onésimus, die niet langer geknecht wilde zijn werd een dienaar van de Heere Jezus, Die hem gekocht had met Zijn bloed. Toen leerde hij pas de echte vrijheid kennen, los van de banden met de hel en de duivel. Maar daarna liet zijn geweten hem niet met rust. Hij was veel bij Paulus en deed voor de apostel wat hij kon, want hij hield veel van Paulus. Eindelijk kon Onésimus zijn geheim voor Paulus niet bewaren. Hij vertelde alles aan Paulus.

(Wordt vervolgd)

We gaan nu eindigen. Allen een hartelijke groet tot over veertien dagen.

C. de Bode

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1969

Daniel | 16 Pagina's

8 - 16

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1969

Daniel | 16 Pagina's